September 2016

Huwelijksvoorwaarden

Je zou kunnen zeggen dat Huwelijksvoorwaarden (DASW) een luchthartig boek is over een ernstig onderwerp. Het Indiase meisje Anju moet nl. aan de man, maar er is geen geschikte te vinden. In een traditie van gearrangeerde huwelijken, liefst zo jong mogelijk – al is het tegenwoordig iets later dan de 10-12 jaar van twee generaties geleden – is het een schande als je op je vierentwintigste nog ongetrouwd bent, maar een regelrechte ramp als je boven de dertig komt. Elke man die maar in de verste verte in aanmerking komt wordt haar aangeboden, er is af en toe een bezoek-met-ouders-erbij, maar óf Anju vindt ‘t niks, of de man blijkt in het buitenland een blank (vréselijk!) vriendinnetje te hebben, er is altijd wat. Anju wil graag trouwen, ze wil heel graag alles doen om haar ouders gelukkig te maken en ze staat voor 100% achter het idee van een gearrangeerd huwelijk. Al haar vriendinnen en nichtjes zijn inmiddels getrouwd, ze begint zich steeds ongelukkiger te voelen. En dan gaat Anju naar NewYork, studeert, vindt een baan en begint een heel nieuw leven. De wanhoop over de situatie, hoe de bezoeken aan thuis verlopen, de tradities rond verlovingen en bruiloften, en hoe het uiteindelijk afloopt, heeft Kavita Daswani vrolijk beschreven, en het is helemaal niet het niemendalletje geworden dat de plaat op de kaft doet vermoeden.

 TotOpHetBot

Kijk eens naar Tot op het bot (070.44 LIN), het boek vol interviews door Frénk van der Linden. Ja, ik weet dat het een ontmoedigend dikke pil is van meer dan 700 bladzijden en dat het bovendien vrij oud is, interviews uit de tachtiger, negentiger jaren, met hier en daar een latere terugblik-reactie van de geïnterviewde. Maar je hóeft ze ook niet allemaal te lezen, er staat een register voorin waar je uit kunt kiezen. Ik las ze ook niet allemaal, er zijn veel mensen bij waar ik nog nooit van gehoord heb. Maar van der Linden is een enorm góeie interviewer en als je zo’n stuk begint te lezen wordt het interessant. En soms begin je ergens in de wilde weg en blijkt dat het gaat om een van de Molukse treinkapers uit 1975 en dat het volgende gesprek is met iemand die in die trein zat, en dat alles jaren nadat het gebeurde. En zo leer je weer een stukje geschiedenis dat je als expat min of meer ontgaan was. Ook André van Duin zal ik voortaan met iets andere ogen bezien, en zo is er voor elck wat wils, een andere lezer pikt er misschien weer heel andere figuren uit. Een beetje grasduinen mag best.

 HetNieuweLand

Voor haar boek Het nieuwe land – het verhaal van een polder die perfect moest zijn (307.2 VRI) bekijkt Eva Vriend de Noordoostpolder en de Flevopolder eigenlijk als een. Ze werden na elkaar drooggelegd en verkaveld, maar voor allebei golden dezelfde selectieregels en wat waren dié streng! Voor de Wieringermeer was er al een speciaal systeem geweest, daar had men van geleerd. Nu gingen ze het nog beter doen. De opa van de schrijfster kreeg een boerderij in de Noordoost, ze had als jong meisje zelf haar vader graag willen opvolgen, ze kijkt dus met kennersogen naar het hele proces. Temeer daar ze enorm veel onderzoek en speurwerk gedaan heeft, zelfs per ongeluk inzage kreeg in documenten die niemand had mogen zien. En de interviews met mensen die wel en mensen die geen boerderij hadden gekregen en vooral, wat het met je doet als je keer op keer afgewezen wordt. Het is geen boek om eens even vlotweg uit te lezen, maar het bevat wel veel menselijke details en het is een interessant kijkje in het soort manipulatie dat de Nederlandse staat hanteerde om die nieuw-gewonnen stukken land zo perfect mogelijk te bevolken en aan wat voor – bijna onmogelijke – criteria je moest voldoen om een boerderij te bemachtigen, er een arbeider te worden, of zelfs maar in de dorpen te mogen wonen. Omdat wij familieconnecties hebben met de Noordoost, maar daar als geëmigreerde verwanten het fijne nooit van gehoord hebben, vond ik het heel leuk om er eens gedetailleerd over te lezen.

 papegaaiIjssel

Dichtbij die polder ligt de streek waar Kader Abdolahs nieuwe boek speelt, de kop van Overijssel. In de tachtiger jaren wordt daar een aantal vluchtelingen uit het Midden-Oosten ondergebracht in de kleine dorpjes west van Zwolle. Het is een tijd dat men nog niet zo bang is om overspoeld te worden met wat men later allochtonen ging noemen, dus ze krijgen huisvesting en worden niet echt in de samenleving opgenomen, maar we degelijk vriendelijk geduld. Memed komt aan met zijn zieke dochtertje, maar ze is helaas ook door Nederlandse dokters niet te redden, ze sterft toch. Hij komt in Zalk te wonen, naast de beroemde Klazien – de Nederlandse Margaret Roberts, een kruidenvrouwtje van wie wij vroeger ook een boek op de planken hadden staan – dus tussen al die fictieve figuren kom je opeens een echt iemand tegen. Die vluchtelingen leren elkaar allemaal kennen, ze trekken samen op, houden vast aan hun tradities en hun Islam, maar ze doen er niemand kwaad mee en velen van ze sluiten ook vriendschap met Nederlanders. Hier en daar ontstaat er zelfs een liefdesverhouding. En de meesten leren de Nederlandse taal een beetje spreken. De vrouw Pari gaat zelfs een column in de Zwolse Krant schrijven en van haar eerste pogingen om zich in die vreemde taal uit te drukken (woordenboek ernaast!) weet Kader Abdolah natuurlijk alles uit eigen ervaring.

Abdolah beschrijft al die verschillende mensen zo liefdevol, legt uit waaróm ze handelen zoals ze doen, wat ze verkeerd begrijpen, waar ze bang voor zijn en hoe ze meestal toch langzaam tot op zekere hoogte integreren. En dan komt 9/11 en de plotselinge grote angst voor alles wat Moslim is en de houding van de Nederlanders verandert radicaal. Papegaai vloog over de IJssel (ABDO) is een waardevol boek, dat begrip kweekt voor al die vreemdelingen door hun manier van denken van binnen uit uit te leggen – en dat dan ook nog op zo’n vlot leesbare, poëtische manier.

 hetbearnaisesyndroom

Sylvia Witteman kan koken én schrijven, dus dat combineerde ze in Het bearnaisesyndroom (641.5 WIT), oorspronkelijk verschenen als kookcolumns ‘De Volkskeuken’ in de Volkskrant. Hoewel ik niet van plan ben er iets uit te koken, was het lezen ervan een groot plezier. Niet domweg recepten, maar echt een column met een heel verhaal en dan en passant nog even de bereidingswijze ook. Uitheemse dingen als hersenen, dat verhaal deed me meteen denken aan de verjaardagen van mijn vriendinnetje Kitty, gedurende de oorlog, waarbij ik te eten werd gevraagd en dan aten we vooraf hersenen, die in grote schelpen opgediend werden. Nooit begrepen waar die in zo’n hongerige tijd vandaan kwamen, maar ik vond ze doodeng en vies. Tuinbonen vond ik ook vies, maar dat heb ik volgens Sylvia gemeen met heel veel andere Nederlanders. Ook het titelverhaal over de bearnaisesaus bleek precies te kloppen: hoe mensen als ze ziek worden dat vaak associëren met wat ze het laatst gegeten hebben. Voor mij was dat een uitgebreide hors ‘d oeuvre, gegeten op de dag voor mijn allereerste zwangerschapsmisselijkheid. Overtuigd dat het daar van was gekomen wilde ik dat gerecht echt nooit meer eten. Sylvia komt zelfs met een suggestie voor zelf-mee-te-nemen eten voor in het vliegtuig, omdat wat er aangeboden wordt zo akelig is. Ze heeft dan zeker nog nooit met Emirates of Singapore Airlines gevlogen. Al met al is het gewoon een heel leuk leesboek geworden en die recepten neem je op de koop toe.

Advertenties

Voor Darwin Juli 2016

VoorDarwin

‘Een belangrijk werk’ noemt Irene van Lippe-Biesterfeld het boek Voor Darwin en alle andere bavianen (591.5 VANRIE). Fransje van Riel schreef het over haar vriendin Karin Saks, die een aantal jaren lang babybavianen opving die verweest waren, en probeerde ze terug te brengen in een wilde bavianengroep. Het begon met Gismo, maar al gauw escaleerde het, waarna Karin en haar partner Paul een groot stuk grond in de wildernis kochten, waar zij haar pleegkindertjes groot kon brengen.

Het was een zaak van ‘al doende leren’, maar Karin leerde hoe bavianen communiceren, hoe hun stam-hierarchie inelkaar zit en welke gebaren en houdingen daarbij horen. Al de tijd dat ze voor de kleintjes zorgde bleef het einddoel haar voor ogen staan: ze een leven in het wild teruggeven in een groep die hen accepteerde. Maar intussen moest ze ook vechten tegen de geldende opvattingen in Zuid-Afrika, waar boeren en mensen in stedelijke buitenwijken ‘bobbejanen’ alleen maar zien als een destructieve plaag en niets liever doen dan de dieren afschieten. Dit boek geeft een heel andere kijk op deze dieren, die zoveel menselijke trekjes hebben en waar goed mee te communiceren valt als de mens daarvoor open staat. Op de vele foto’s is de interactie tussen mens en dier vastgelegd.

DeWand

Interactie tussen mens en dier, dat wordt plotseling heel erg belangijk als je de enige overlevende mens blijkt te zijn. In 1963 schreef Marlen Haushofer – een inmiddels overleden bekende Oostenrijkse schrijfster – het boek De Wand (HAUS), dat een paar jaar geleden herontdekt werd en zelfs verfilmd. Ik moet er meteen bij zeggen dat het een heel vreemd boek is, dat een onmogelijke situatie beschrijft. Maar dat deed André Brink ook met zijn Blauwe Deur (Boekenplank okt. 2009) en kijk wat een prachtig boekje dat is. Het is soms wel eens interessant als iemand een onbestaanbaar universum schept. In dit geval gaat een vrouw van begin veertig met een nicht en haar man een weekend doorbrengen in hun jachthuisje in de bergen en op de avond van aankomst gaan de andere twee iets drinken in een café in het dorp, maar de gast blijft thuis. De volgende morgen ontdekt ze dat die twee niet thuisgekomen zijn en als ze op onderzoek uitgaat, vindt ze het dal afgesloten van de rest van de wereld door een dikke glazen wand. Er doorheen kan ze zien dat mensen en dieren daar achter dood zijn, versteend in hun laatste handeling. Zelf heeft ze een hond en een kat bij zich, er blijkt later een koe rond te dolen en alle vogels, insecten e.d. aan haar kant zijn ook springlevend. En dan begint het jarenlang overleven, in het begin nog met de hoop dat er redding zal komen. Het hele boek is een non-stop relaas van hoe de dagen verstrijken, met welke activiteiten ze ze vult – en haar steeds hechter wordende relatie met de dieren. Wat het boek de moeite waard maakt is het nadenken dat de vrouw doet, niet alleen herinneringen, maar een doorgaand onderzoek naar wat er verkeerd kan zijn gegaan in de wereld en met de houding van mensen tegenover elkaar, en het constateren van haar eigen reacties op het nieuwe leven. Hoe onbegrijpelijk het is, en hoe eenzaam.

EenGeschrevenLeven

Sybren Polet overleed vorig jaar, een schrijver die maar liefst zes belangrijke prijzen won voor zijn werk. Ik vond bij onze literatuurafdeling zijn ‘schrijversautobiografie’, in drie delen maar liefst. Nam het eerste deel mee naar huis: Een geschreven leven 1 (839.311092(POL). Natuurlijk gaat het vooral later in het boek vooral over zijn eerste schrijversjaren, de dichtbundels, de eerste boeken. Daar zal het in de volgende twee delen nog wel veel meer over gaan. Maar het is niet voor niets een autobiografie, dus Polet vertelt uitgebreid over zijn jongste jaren voor de 2e WO, zijn belevenissen tijdens de oorlog en hoe het daarna verder ging. Zijn tijd in Zweden, hoe hij Cora ontmoette, die eerst met hem samen reisde en later zijn vrouw werd, hun reis naar Spanje, Marokko – interessant hoe ze zich laten oplichten, hoewel het toch een spannende reis wordt – en de Canarische Eilanden. Redelijk onbezorgde jaren, hoewel Polet het net na de oorlog wel moeilijk heeft en constateert dat je in een oorlog beter een klein kind dan een tiener kunt zijn, dan hoef je later niet zo bang te zijn voor de vrede. Ook in dit boek vond ik het interessant om te lezen hoe andere mensen denken. Ik kon heel ver met hem meegaan in zijn reacties op zijn overstrenge gereformeerde opvoeding, maar vond zijn conclusies volstrekt onlogisch en daarom ook het pad dat hij insloeg. Blijkt alweer hoe je persoonlijke reacties en keuzes de verdere loop van je leven bepalen, nog meer dan wat erin je omgeving gebeurt.

Zomeravonden

In Zomeravonden (GREE) van Jane Green kom je een hele groep mensen tegen, die elkaar eerst niet kennen, maar samengebracht worden doordat Nan op het eiland Nantucket in geldnood komt en kamers in haar grote oude huis gaat verhuren aan vakantiegangers. Van elk van die huurders, maar ook van Nans zoon Michael, lees je eerst wat er in hun leven gebeurt en waarom ze besluiten er een poosje tussenuit te gaan. Allemaal mensen met verdriet en problemen in hun leven en het lot brengt ze bijelkaar. Geen zware psychologische verhandelingen, het leest makkelijk, maar al lezend wil je toch wel graag weten hoe het verder gaat. En vooral Nan is een heel sympathieke figuur.

DeFietsRepubliek

Hoewel ik als kind leerde fietsen en het toen wel fijn vond om te doen, is er door ons permanente vertrek uit Nederland verder nooit veel meer van gekomen. Een fietsfanaat ben ik in elk geval nooit geworden. Daarom verbaasde het me eigenlijk een beetje dat ik Pete Jordans De Fietsrepubliek (JORD) zo’n ontzettend leuk boek vond. Jordan was wel al een fietsfanaat toen hij vanuit de VS naar Amsterdam kwam en de wetenschap dat er in die stad zoveel fietsen rondreden was de voornaamste factor voor die verhuizing, die eerst zeer tijdelijk zou zijn, maar nu woont Pete er na elf jaar nog steeds. Met vrouw Amy en inmiddels ook een zoontje. Pete vindt álles wat met fietsen te maken heeft fascinerend – Amy gelukkig ook, ze heeft nu al jaren een fietsenreparatiewinkeltje! – en hij heeft van dat alles een diepgaande studie gemaakt, die uitmondde in dit boek. Hij volgt daarin de geschiedenis van fietsen in Amsterdam vanaf de 1890s tot de tijd van nu, verweeft die met de sociale en politieke geschiedenis en heeft er een bijzonder leesbaar geheel van gemaakt, vol leuke en interessante weetjes.

SoLief

In onze Afrikaanse afdeling staan o.a. een hele serie boeken met korte verhalen. Wel eens prettig voor tussendoor. Daar kwam ik So lief as wat daardie hoender vir ‘n skoot is (KV AFR LERO) tegen, met als auteur Ina le Roux. Het laatste hoofdstuk legt pas uit dat Ina onderzoek deed naar de Venda taal en haar dialecten en in het noorden van Limpopo met de plattelandsmensen ging praten. Pastoor Piet Mavhetha diende als tolk en toen Ina zich realiseerde dat die man eigenlijk zelf veel interessants te vertellen had over de manier van leven in die streek, de gewoontes, de manier van denken, liet ze hem zijn eigen verhalen vertellen en dat zijn de – korte – hoofdstukjes van dit boekje. We wonen allemaal in dit land, maar hoeveel weten wij Nederlanders over de oorspronkelijke bevolking? Rykie van Reenen, van wie we dit boek geërfd hebben, schrijft erover: ‘Om dinge te belewe met pastoor Piet Mavhetha, is om ‘n onomkeerbare verstelling in jou ratkas te ondergaan; jy moet net ‘n ander mens anderkant uitkom as jy eenkeer in hart en niere besef jou manier van na die lewe kyk, is nie die enigste nie, laat staan die enigste regte ene. Daar moet net by jou ‘n verruiming kom.’

 

 

Bosporus – December 2015

AnnDeOeversVanDeBosporus

Voor een boek dat in 1950 voor het eerst werd uitgegeven heeft Aan de oevers van de Bosporus (ORGA) het opmerkelijk lang uitgehouden. Bejubeld na de eerste druk en verscheidene herdrukken, is het in 2002 zelfs opeens in het Nederlands vertaald. Irfan Orga beschrijft erin zijn jeugd en jong-volwassen jaren in Turkije. Over zijn latere leven in Engeland en Ierland rept hij niet, maar in een nawoord licht zijn enige zoon de lezer in over hoe het verder is gegaan.

Irfan Orga werd in 1909 in Istanbul geboren in een redelijk gegoede familie. Maar hij was nog maar vijf toen de 1e W.O. uitbrak, waar Turkije tegen wil en dank aan de kant van Duitsland ingesleept werd. Pappa moest naar het front en sneuvelde al gauw, het gezin – een jong moedertje van 22 met twee zoontjes van 5 en 2 jaar en haar schoonmoeder – raakte steeds meer in de verknorsing van geen geld, geen eten en een huis dat tot overmaat van ramp afbrandde. Orga beschrijft meesterlijk en met een soort afstandelijke humor hoe het leven in Istanbul zich in die tijd afspeelde, alles gezien door de ogen van een jong kind, maar met de hindsight van de volwassene. Ook de militaire training beschrijft hij, waar zijn moeder ten einde raad hem en zijn broertje voor opgaf, en wat er uiteindelijk van hen allemaal werd. Een gewoon gezin in vaak buitengewone omstandigheden, weer een deel van de wereldgeschiedenis waar ik bitter weinig van wist.

 DeWaarheid

Bejubeld werd ook De waarheid over de zaak Harry Quebert (DICK), dat in 2012 in het Frans uitkwam en twee literaire prijzen won, in 2014 zeven keer werd herdrukt in het Nederlands en de nieuwe Frans-Nederlandse Prix Tulipe in de wacht sleepte voor de beste Franse roman van het jaar. En het is pas Joël Dicker’s tweede boek! Even slikken als je het boek ziet: het is een dikke pil van 632 bladzijden. Maar ik was er wel nieuwsgierig naar en ik laat me ook niet zo makkelijk afschrikken. Het eerste dat opvalt is dat een Fransman zijn boek laat spelen in de Verenigde Staten en dat het aandoet alsof hij zelf zijn hele leven in New England heeft gewoond. Al die karakters die hij opvoert zijn gewoon echte mensen-van-daar en de omgeving, het stadje, de natuur, je ziét het voor je. En dan het verhaal, het is als zo’n ivoren bal, die rondom gekerfd is met voorstellingen en daarbinnen helemaal los nóg zo’n bal met andere voorstellingen en dan daarbinnen nog een paar. Een ongelofelijk knap inelkaargezet verhaal, waarvan je eerst niet eens in de gaten hebt dat het ingewikkeld is, dat blijkt pas als je er helemaal in ondergedompeld bent. Jonge schrijver Marcus zit met een schrijversblok en zoekt zijn heil bij zijn oude mentor/professor Harry, beroemd om zijn grote liefdesroman-bestseller die zelfs op scholen gebruikt wordt in de literatuurlessen. Dan wordt er bij het planten van wat hortensia’s in Harry’s tuin een skelet opgegraven en het blijkt het 32 jaar geleden spoorloos verdwenen meisje Nola te zijn. De poppen beginnen te dansen: in no time zit Harry achter de tralies, beschuldigd van moord. Marcus gelooft geen moment dat zijn grote vriend zoiets gedaan kan hebben en begint een speurtocht naar de werkelijke gang van zaken al die jaren geleden. Elke keer als er iets nieuws boven tafel komt, werpt dat weer een nieuw licht op de zaak en het kost maanden om de waarheid te achterhalen en alle geheimen te ontsluieren. Intussen blijken er nog twee moorden onopgelost te zijn en tijdens het onderzoek gebeurt er nog een en Harry’s huis wordt in brand gestoken. Steeds als Marcus, en de lezer met hem, denkt dat hij nu weet hoe het werkelijk inelkaar zit, gebeurt er weer iets waaruit blijkt dat dat niet waar kan zijn. Het is alsof Joël Dicker een grote diamant van een idee had en toen ging hij voorzichtig al die facetjes slijpen. Hoe bevredigend het eind ook is, ik vond het echt heel jammer toen ik het uit had.

 LandgoedLongbourn

Fans van Jane Austen zullen zeker belangstellen in Landgoed Longbourn (BAKE), want dat was immers het landgoed waar ‘Trots en Vooroordeel’ (Pride and Prejudice) zich afspeelt. Maar waar Austen zich concentreert op het doen en laten van het gezin Bennet dat daar woont, heeft Jo Baker zich afgevraagd wie die personeelsleden eigenlijk waren, die daar liepen te rennen en sloven om het hun werkgevers naar de zin te maken. De gebeurtenissen in het huis volgen Austens verhaal op de voet, maar nu is alles gezien en beleefd vanuit het perspectief van het dienstmeisje Sarah, meneer en mevrouw Hill, hulpje Polly en dienstknecht James. Het wordt daardoor een heel ander verhaal, want het leven in de bediendenverblijven is bepaald niet zo rooskleurig en opwindend als dat in de ontvangstkamers, en op het achterbankje van het rijtuig is het een stuk kouder dan binnenin. Om van het dagelijkse legen van kamerpo’s en met de hand wassen van dat eeuwige wasgoed van een groot gezin nog maar niet te spreken.

Er komt een romance bij te kijken en een familiegeheim, alles helemaal in Austen’s stijl verteld, alsof die zelf de andere kant van het prentje kwam belichten. Trouwe kijkers van de Downton Abbey saga kunnen zich er nog een heel décor bij voorstellen ook, al speelt dat een eeuw later.

Kenau

Tessa de Loo nam Kenau Simons Hasselaer als hoofdpersoon voor haar roman Kenau (DELOO) en trachtte zich voor te stellen door welke heldenstreken deze 16e eeuwse Haarlemse zo spreekwoordelijk geworden is. En omdat mijn oom Jan jaren geleden bij zijn stamboomonderzoek een nevelige familie connectie met deze illustere dame meende te ontdekken – waarbij Mams onmiddellijk Kenau’s genen bij mij bespeurde (‘dat militante’ dan, helaas niet de dapperheid) – moest ik dit boek wel lezen. De historische feiten van kokend pek en brandend stro op de hoofden van de Spanjaarden gooien komen natuurlijk aan bod, en ook het voeden van talloze vluchtelingen. Of de andere heldendaden ook historisch zijn staat er niet bij, het kan zijn dat Tessa die verzonnen heeft, maar het is wel een aannemelijk verhaal en het geeft een goed beeld van de verschrikkingen van de 80-jarige oorlog, die in dat jaar 1572 nog maar heel aan zijn begin stond. Wie denkt dat oorlogsellende iets van de moderne tijd is en terugverlangt naar ‘de goede oude tijd’ moet dit maar eens lezen: dezelfde moord en doodslag van tegenwoordig, maar dan zonder de moderne gemakken van nu. Ik zou het overigens helemaal niet erg vinden om op deze Kenau te lijken.

 GoudenJaren

Annegreet van Bergen onderzocht grondig of die ‘goeie ouwe tijd’ werkelijk bestaat. Ze nam daarvoor haar grootmoeder als maatstaf, wat die gevonden zou hebben van de tijd-van-nu. Een boek waar je als voor-de-oorlog-geborene in elk hoofdstuk zoveel herkenbaars tegenkomt dat je voortdurend instemmend zit te knikken. En als je er bij stil gaat staan, ja wat is er dan ontzettend veel veranderd. Maar goed dat het zo geleidelijk ging, hoewel het tegenwoordig steeds vlugger lijkt te gaan. Gouden Jaren (301.24 BER) is het soort boek geworden dat je niet alleen zelf met plezier leest, maar ook aan je (klein)kinderen in handen zou willen geven om te laten zien hoe het in onze jeugd was.

Magdalena – October 2015

Magdalena

Maarten ’t Hart schrijft meestal autobiografisch en dus lag het voor de hand dat hij na het overlijden van zijn moeder ook een boek over haar schreef. Zijn verhouding met haar was altijd nogal ambivalent: hij hield zielsveel van haar, maar had vanaf zijn jongensjaren al erg veel moeite met haar vele bijzondere karaktertrekken. Ze had weliswaar een moeilijke jeugd gehad, maar dat was geen excuus voor haar extreme jalouzie als het om Maartens vader ging – die in elk geval volgens zijn kinderen nooit iets gedaan had om haar achterdocht te verdienen – en ook haar starre geloof, dat alleen maar angst inboezemde en letterlijk álles verbood, onder het motto ‘geluk en blijheid komen pas als je in de hemel bent’, maakte het leven van haar kinderen vreugdeloos en saai. Aan de hand van Maartens eigen herinneringen komt moeder langzaam maar zeker uit de verf. Zijn eigen twijfels aan alles wat met het geloof te maken heeft steekt hij niet onder stoelen of banken, alsof hij die nu eindelijk eens publiekelijk kan uiten. Hij schopt links en rechts heilige huisjes omver en het starre gereformeerde harnas waar hij tijdens zijn jeugd in gedwongen is, werpt hij hierbij finaal af. Dat zal sommige lezers zeker tegen de borst stuiten, maar eigenlijk is Magdalena (HART) toch een liefdevol portret van een moeilijke vrouw.

 DeWoordenVanBabel

Er zijn hele stukken geschiedenis waar wij vroeger op school niets over leerden en de Spaanse burgeroorlog was er een van. Je las later de boeken van Koestler en begreep dat ze daar een verschrikkelijke tijd hadden gehad, maar waar het nou eigenlijk om ging? Uiteindelijk kwam Franco aan het bewind, dat wisten we wel, die was daar jaren lang de baas. Maar dat zijn regering ook een censuur had ingesteld, die bijna gelijk stond aan de inquisitie van de 80-jarige oorlog, waardoor de vrijheid van drukpers helemaal verdween en mensen vervolgd en gedood werden om wat ze drukten en lazen, dat was voor mij helemaal nieuw. Andreu Caranza deed uitgebreid onderzoek naar die censuurjaren 1939-1976 en schreef toen zijn roman De woorden van Babel (CARA). Pol, een klein jochie van vijf jaar wordt geadopteerd door de drukker Luis en zijn vrouw Magdalena, die hij later oom en tante noemt, en hij kan nog niet praten. Dat leert hij pas aan de hand van de letters van de grote letterpers Babel, die bij oom op zolder staat. Later in 2009, als hij al een oudere man is, schrijft hij zijn herinneringen aan zijn jeugd op: de club van dorpskinderen, waar hij bij hoorde en die ze Het Tiende noemden, de rivier Ebro, waar ze in zwommen en de geheime hut, de liefde die hij altijd ontving van zijn oom en tante, het meisje waar hij verliefd op werd, de pastoor en de andere figuren van zijn dorp, en op de achtergrond de altijd aanwezige dreiging – en soms vreselijke uitbarsting – van de censuur, streng uitgeoefend door de regering en haar handlangers, waar oom Luis als drukker vaak het doelwit van is. Het is duidelijk dat Spanje in die jaren geen vrij land was en het was interessant om daar eens over te lezen in zo’n meeslepend verhaal.

 HebUwNaasteLief

Al meer dan vijftig jaar schrijft Ruth Rendell, de Engelse koningin van de misdaadroman. In haar eerste serie boeken was Hoofdinspecteur Wexford de hoofdpersoon, bijgestaan door zijn vaste partner, Inspecteur Burden. In latere boeken hoorde je niets meer van deze figuren, maar de laatste jaren heeft Rendell ze toch weer van stal gehaald en slim besloten dat deze twee gewoon tientallen jaren ouder zijn geworden. In Heb uw naaste lief (REND) is Wexford met pensioen, Burden heeft zijn functie gekregen, maar ze zijn nog altijd goede vrienden. Vandaar dat Wexford ook geconsulteerd wordt als er een vrouwelijke dominee dood wordt gevonden in haar pastorie. En dat is maar goed ook, want je merkt als lezer meteen al dat Burden geneigd is kort door de bocht meteen maar de meest voorhanden liggende dader te beschuldigen, terwijl dat voor Wexford helemaal verkeerd voelt, zodat hij doorgaat met praten met mensen – bijna schuldig voelend omdat hij natuurlijk eigenlijk geen politieman meer is. Rendells boeken zijn nooit extreem gewelddadig. Er vallen uiteraard doden, maar eigenlijk is het verhaal heel huiselijk en bijna gemoedelijk. Ik mag dat wel.

 VuileHanden

Er vallen heel wat doden in John Sandfords Vuile Handen (SAND), maar de meesten ervan zijn in elk geval misdadigers. Een groepje gaat de apotheek van een ziekenhuis beroven en als dat uit de hand loopt en een oude man doodgeschopt wordt, besluiten een paar van de daders om twee van de anderen uit te schakelen, dus nauwelijks begonnen in het boek zit je al met drie lijken. Weather, de vrouw van politieman Lucas Davenport is chirurge in dat ziekenhuis en haar team begint juist aan een ontzettend moeilijke scheiding van een Siamese tweeling. Zij heeft op weg naar binnen twee van de daders gezien en omdat die zich dat realiseren, zitten die nu ook achter haar aan. En zo worden er drie verhaallijnen inelkaar gevlochten: de misdadigers en hun pogingen om het gerecht een stap voor te blijven, de politie die de zaak probeert te ontwarren en de operatie op de tweeling, die allesbehalve vlot verloopt. Het blijkt John Sandfords 30e boek al te zijn en je kunt wel merken dat hij ervaring heeft met schrijven, het gaat hem vlot af en de dialogen zijn natuurlijk. Ook de Nederlandse vertaling is prima, dat vind ik altijd wel belangrijk.

 aanNiemandVertellen

In Aan niemand vertellen (VLUG) verklapt Simone van der Vlugt al vroeg wie de vreselijke moord op een jonge onderwijzer heeft gepleegd. Tenminste…je krijgt als lezer een sterk vermoeden, maar er zijn veel dingen die niet lijken te kloppen en misschien heb je het dan toch verkeerd? Er zijn eigenlijk geen verdachten, het slachtoffer was zo aardig en geliefd bij iedereen. Wat de schilderijententoonstelling ermee te maken zou kunnen hebben kan de politie al helemaal niet uitvinden, de vermoorde man had immers niets met kunst. Maar als er nog een moord wordt gepleegd ontstaat er al het begin van een patroon en door iemands verhaal over vroeger komt zelfs het risico van een derde moord in beeld. En die komt er ook, al is het niet het slachtoffer dat je zou verwachten. Uiteindelijk begin je als lezer zelfs een beetje sympathie te voelen voor degene die toch echt de dader lijkt te zijn en de psychologische uitleg is heel bevredigend en zet alle puntjes op de i.

 WinterChalet PisteAlarm

Er liggen in de Nederlandse boekwinkels heel wat verschillende boeken van Linda van Rijn, de meeste ervan met een wintersporttitel. Ook de omnibus Winter Chalet en Piste Alarm (VANR) valt in deze categorie: Nederlanders die op wintersport gaan en waar iets ergs mee gebeurt. Lichte lectuur, geschikt om mee te nemen op vakantie, het leest makkelijk en je hoeft er nauwelijks bij te denken. Een enkele keer kun je tussen de andere boeken door wel eens zin hebben in zoiets. ‘Chickthrill’ zou je het kunnen noemen.

Zuirderkruis – September 2015

Zuiderkrius

Pauline Slots eerste boek heette Zuiderkruis (SLOT) en het werd 14 keer herdrukt binnen de eerste twee jaar. Een ongewoon gegeven: Floor, de beste vriendin van Emma, ging in haar eentje op reis naar Australië en Nieuw-Zeeland en kwam nooit meer terug, ze verdronk in zee bij een van de Fiji eilanden. Ze stuurde een macht aan brieven en kaarten naar familie en vrienden en vooral aan Emma, maar er stond nooit in wat Floor voelde, alleen waar ze was en eindeloze beschrijvingen van de natuur. Precies twee jaar nadat Floor vertrok gaat Emma precies dezelfde reis maken, ze reist Floor achterna, zorgt dat ze op dezelfde plekken kampeert, maakt kennis met dezelfde mensen in die afgelegen plaatsen en komt uiteindelijk aan op het laatste eiland waar Floor een tijdje was. Intussen herinnert Emma zich haar vriendschap met Floor, de familie en vrienden en alles wat er gebeurde in hun onderlinge verhoudingen. Al met al is het een heel bijzonder boek geworden.

EnDanNogIets

Paulien (noem háár nooit Pauline, dan wordt ze kwaad) Cornelisse verzamelde weer eens een groot aantal taalbijzonderheden waar ze geestig commentaar op geeft. De bundel En dan nog iets (439.318 COR) kwam in 2012 al uit, maar ik had hem nog niet gezien, anders had ik hem zeker eerder mee naar huis genomen. Paulien heeft een originele geest en kan op laconieke wijze de gek steken met de taal die veel mensen heel gewoon vinden. Op sommige mensen – ik ken er een paar – komt ze irritant over, bv. op tv, maar ik vind het prachtig en kan bij het lezen hardop zitten grinniken. Je moet er maar oor voor hebben, die onlogische uitdrukkingen, woorden die inburgeren, maar echt nergens op slaan en wat ze soms zéggen over de mensen die ze gebruiken. En dat alles doorspekt met veel zelfspot en met korte hilarische zinnetjes die Paulien ‘ergens gehoord heeft’. Het is vast niet bedoeld om achterelkaar uit te lezen, maar ik kon dat toch niet laten.

VoorAltijd

Onze bibliotheek heeft de laatste jaren een regel dat we geen vertaalde boeken aanschaffen. Kwestie van geldgebrek. En heel jammer natuurlijk, want er wordt buiten Nederland en Vlaanderen zo ontzettend veel goeds/spannends/onderhoudends geschreven en dat missen onze lezers dan. Gelukkig krijgen we wel met vrij grote regelmaat boeken gedoneerd en daar zitten dan als we boffen ook redelijk nieuwe uitgaven bij. Zo een was Voor Altijd (EVAN) van de Engelse schrijfster Harriet Evans. Denk in de richting van Daphne DuMaurier en Rosamund Pilcher, dan weet je wat voor soort boek het is.

Natasha gaat naar het oude familiehuis in Cornwall om de begrafenis van haar grootmoeder bij te wonen. Ze heeft er als kind elke vakantie doorgebracht, ze is er net zo thuis als in Londen, waar ze woont en werkt als juwelenontwerpster. Tijdens de dag die ze met haar uitgebreide familie doorbrengt komen er wat zaken uit het verleden aan het licht en krijgt Natasha van Opa het dagboek van haar jong overleden tante, althans een deel ervan, de rest is zoek. Je wordt als lezer meteen ondergedompeld in het leven van Natasha en je speurt mee naar de antwoorden waar ze al jaren naar zoekt. De grootste vraag is altijd geweest: wie is haar vader en waarom is haar verhouding met haar moeder zo moeizaam? Een heerlijk boek om op tafel te hebben liggen en elk vrij momentje in weg te duiken. En dan is het nog zo bijzonder goed vertaald in volkomen natuurlijk aandoend modern Nederlands. Daar merk je dan weer aan dat vertalen een vak apart is.

Switch

Een niemendalletje, dat mag ook best eens en daar is Olivia Goldsmith (ook vertaald dus) ideaal voor. In de negentiger jaren las ik meerdere boeken van haar, maar Switch (GOLD) is me toen ontgaan. Het gaat over Sylvie, die zo ontzettend gelukkig is met haar fantastische man, haar lieve kinderen en haar mooie huis, tot ze ontdekt dat diezelfde man haar beduvelt met een 10 jaar jongere vrouw, die ook nog eens Sylvies evenbeeld blijkt te zijn. Slanker ook, dat is misschien nog erger. Maar in plaats van toe te staan dat haar wereld zonder meer instort, komt Sylvie op een idee om haar man terug te winnen. Het is een gecompliceerd plan en het vereist de medewerking van maitresse Marla, die instemt vanwege de winner takes all inzet. Wat volgt is een achtbaan van een verhaal, ongeloofwaardig als je er nuchter naar kijkt, maar dit soort boeken moet je helemaal niet nuchter lezen, je moet er alleen maar lekker mee ontspannen met je benen op de bank en een doos bonbons naast je.

MonteCarloZeker niét makkelijk, hoewel het door de korte hoofdstukjes toch wel vlot leest, is Monte Carlo (Terr). Jack Preston is monteur bij het Lotus team voor de Formule 1 Grand Prix van Monte Carlo in 1968. Er gebeurt iets vreselijks en Jack weet door zich op haar te werpen het leven te redden van Deedee, een filmsterretje dat in die tijd juist erg beroemd aan ’t worden is. Zij komt met wat verschroeide haren vrij, maar Jacks rug en achterhoofd zijn vreselijk verbrand. ‘Ze zal me wel heel dankbaar zijn’, denkt Jack terwijl hij lang in het ziekenhuis ligt. Hij verwacht een bericht van haar, een teken dat ze erkent wat hij voor haar gedaan heeft, maar in de kranten staat dat haar bodyguard haar gered heeft en Jack hoort niets. Het hele boek gaat eigenlijk over Jacks gedachten – en verwachtingen – die bijna Kees-de-Jongen-achtig aandoen omdat je als lezer allang in de gaten hebt dat er helemaal niets van komt. Een navrant verhaal, je krijgt zó met die arme man te doen, en het is heel knap verteld door de veel belauwerde Vlaamse schrijver Peter Terrin.

BeroepMisdaadverslaggever

Wie ooit naar de Nederlandse tv zender kijkt zal zeker Peter R. De Vries wel eens gezien hebben. Hij doet graag zijn woordje in actualiteitenprogramma’s. In zijn boek Beroep: Misdaadverslaggever (364.12 VRI) vertelt hij over het vak dat hij al zoveel jaren met succes uitoefent. Het is geen nieuw boek, maar dat hindert eigenlijk niets. Je krijgt als lezer toch een goed beeld van wat zo’n man precies doet, de contacten die hij onderhoudt met de onderwereld, de brieven om hulp die hij ontvangt – vaak uit de gevangenis – de kritiek die hij heeft op het Nederlandse rechtsstelsel. Het zijn korte stukjes van een enkele bladzij met commentaar op lopende en oude zaken, die je vaak herkent door de vroegere publiciteit. De Vries bekijkt de dingen nuchter, maar met veel compassie voor de slachtoffers en hun families, boort dwars door alle hype heen en belicht daarmee ook misstanden en vergissingen. En passant laat hij soms wat kalmerende tonen horen als het gaat om misdaadcijfers in Nederland en stelt hij al dat paniekerige ‘van horen zeggen’ aan de kaak. Met de pen kan hij duidelijk even goed overweg als met de misdaad.

Hemelvaart – Augustus 2015

De debuutroman van de Vlaamse Griet Op de Beeck heet Vele hemels boven de zevende (OPDE) en het was meteen raak. Publieksprijs 2013 gewonnen en genomineerd voor de AKO Literatuurprijs, waardoor binnen een jaar de 16e druk. Hopelijk moedigt dat Griet aan om nog meer te schrijven, want ik vond dit boek heel mooi. Er komen vijf mensen steeds om de beurt aan het woord: een vader, twee volwassen dochters, een kleindochter en een man-van-buitenaf. Het duurt niet lang voor je er helemaal in zit en naarmate de puzzelstukjes inelkaar vallen komt het verhaal van deze familie uit de verf en worden het echte – heel gewone – mensen, elk met een heel eigen karakter en manier van denken, zodat je je afvraagt hoe één schrijfster dat zo mooi heeft kunnen verzinnen. Afwisselend nuchter, chaotisch, rauw en heel teder, uiteindelijk resultaat: een heel warm boek.

Ook Delphine de Vigan schreef een familieverhaal, eigenlijk de biografie van haar moeder Lucile, hoewel de andere familieleden goed uit de verf komen. Het was een uitermate moeilijke opdracht die ze zichzelf stelde na Luciles overlijden, zoals het leven van Lucile ook vreselijk zwaar en moeizaam was geweest. Het werd een speurtocht in oude papieren, dagboeken en eigen herinneringen, lange gesprekken met heel veel familieleden, luisteren naar oude cassettes, en langzamerhand begon het verhaal vorm te krijgen. Delphine schrijft het eigenlijk zoals ze de informatie uitvindt, voor de voet weg, vertellend over het hele proces en hoe ze er zelf over voelt en op reageert. Het dwingt haar om over het verleden na te gaan denken. Niets weerstaat de nacht (DEVI) heet dit boek, ‘roman’ staat er op, hoewel er geen woord van verzonnen is. Een heel mooi (uit het Frans) vertaald menselijk document, waarin de schrijfster op blz. 302 eindelijk voor zichzelf formuleert waarom ze dit grote werk begonnen is. Een tour de force, zelfs voor iemand die voordien al een bekend schrijfster was.

Een bijna vergeten hoofdstuk in de Nederlandse geschiedenis, maar niet helemaal: Arthur Japin haalde het al eens naar voren in zijn boek De Zwarte met het Witte hart. Daar deed de titel Zwarte huid, Oranje hart (355.22 MOL) me dan ook dadelijk aan denken. De Nederlandse regering van Koning Willem III ronselde in het midden van de 19e eeuw meer dan 3000 mannen uit verschillende West-Afrikaanse stammen voor het Koninklijk Nederlands Indische Leger, het KNIL. De prinsjes uit Japins boek dienden als onderpand, de anderen werden als vrijgemaakte slaven via Fort Elmina per schip naar Indië vervoerd, leerden onderweg wat Nederlands en Maleis en waren van dan af vrije Nederlandse onderdanen mét het bijbehorende paspoort. Griselda Molemans, die al meerdere boeken over Indische afkomst heeft gepubliceerd en zelf afstammelinge van zo’n Afrikaanse (in de betekenis van ‘uit Afrika’) Nederlander is, heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar deze groep, waarvan ze een groot aantal nakomelingen wist te traceren.

De meeste van deze families repatrieerden in 1950 naar Nederland toen het KNIL ontbonden werd, maar er waren er ook die opteerden voor in vredesnaam maar een Indonesisch paspoort, als ze maar niet weg hoefden uit wat toch eigenlijk hun vaderland was.

Het boek bevat prachtige foto’s van deze mensen, die allemaal van gemengd bloed zijn: Afrikaans/Javaans/Nederlands. Veel van ze wisten niets van hun Afrikaanse herkomst, waar van ouds her nooit over gesproken werd, en waren wegens hun donkere uiterlijk al vaak voor Ambonnezen of Surinamers aangezien. Ze vertellen allemaal hun familieverhaal, delen hun eigen familiefoto’s met de schrijfster, die het allemaal compleet met half-incorrecte herinneringen heeft opgeschreven. Zoals ‘het laatste transport’ in 1957 (op blz. 192) waarvan ik uit eigen ervaring weet dat dat niét op 5 december was. Niet een boek waar alle lezers meteen op af zullen springen, maar wellicht zijn er toch een paar die het een mooie ontdekking vinden, net als ik. Het laatste hoofdstuk over DNA onderzoek naar de Afrikaanse roots is ook heel interessant.

Die Koning Willem III weet wat! Zijn initiatieven op het gebied van – late – slavernijafschaffing hadden gevolgen voor heel veel mensen. Uit zijn naam werden ook de zwarte slaven in Suriname vrijgemaakt en daar moesten ze dan maar blij mee zijn. Dat ze er in de praktijk op achteruitgingen, omdat hun kleine gekregen volkstuintje haast niets opbracht en de prijs van landbouwprodukten nog nooit zo laag was geweest, zodat ze maar net niet stierven van de honger, daar had de koning geen boodschap aan. In Amsterdam werd een internationale tentoonstelling georganiseerd, waar allerlei landen hun produkten konden uitstallen, en Nederland? Nederland stalde de vrijgemaakte slaven van Suriname uit! Tegen een kwartje konden de Nederlanders zich komen vergapen aan ‘die zwartjes’, luidkeels commentaar leverend, never mind of die gekooide (letterlijk!) mensen ze konden verstaan. Die waren gekomen omdat ze dachten de koning te zullen ontmoeten, ze hadden een danklied ingestudeerd, maar wie er kwam, geen Koning Willem III. In De Inboorling (AKKE) vertelt Stevo Akkerman het fictieve verhaal – dat gebaseerd is op de goedgedocumenteerde historische feiten – van Frederik, die een van de tentoongestelden was en van zijn achterkleinzoon Jozef, die nooit iets over deze geschiedenis geweten heeft, maar er na de dood van zijn moeder door oude brieven achter komt, juist op het moment dat het Rijksmuseum een herdenkingstentoonstelling wil inrichten. Dankzij bezoeken aan Suriname en gesprekken met de mensen daar en in Nederland heeft Akkerman het allemaal bijzonder geloofwaardig weten over te brengen. Ik schaam me bijna dat ik niets wist van deze vlek op onze vaderlandse geschiedenis.

Hemelvaart

Dat doen non-fictieschrijvers blijkbaar graag: mensen interviewen om het verhaal compleet te krijgen. Judith Koelemeijer deed het om heel persoonlijke redenen toen ze het boek Hemelvaart (KOEL) schreef. Toen zij zelf 18 was maakte ze nl. een vakantiereis naar de Griekse eilanden, als jongste van zes meisjes, elk met een rugzak en verder niets. Ze hadden een nogal wilde, maar wel heel fijne tijd, ontmoetten interessante jongens, dronken veel en dansten vaak tot zonsopgang. Maar op de allerlaatste avond gebeurde er iets heel ergs. Annette, Judiths beste vriendin, stierf in een motorongeluk en er gingen 5 vriendinnen terug met een doodkist. Niemand van hen begreep hoe dit had kunnen gebeuren en dan zaten ze ook nog met bepaalde dingen die bijna als een voorgevoel van Annetes kant uitgelegd konden worden.

Judith Koelemeijers vorige boeken, die veel opgang maakten bij onze lezers, waren heel interessant, maar niet specifiek persoonlijk. Dit is anders, hier legt ze 25 jaar na het ongeluk haar ziel bloot omdat ze het verlies en het verdriet nooit echt verwerkt heeft. Judith spoort de andere betrokkenen op, ook de Duitse en Griekse jongens, en vraagt naar hun versie van wat er gebeurd is. Ieder heeft zo z’n eigen herinneringen, waarschijnlijk is het voor een aantal van hen ook heel goed dat er nu eindelijk eens over gepraat wordt. Ook de ouders en broer van Annette komen aan bod, elk met een heel persoonlijke manier van rouwverwerking. Net als de andere twee boeken van Koelemeijer staat dit bij de romans. Net als die andere twee is het helemaal geen roman, maar waarschijnlijk moeilijk in een categorie van de non-fiction onder te brengen.

Schone kunsten – Juli 2015

IkKomTerugIk kom terug (DIS) is een kroniek, zowel van een leven als van een sterven. Het is ook, wat mij aangaat, het beste boek dat Adriaan van Dis ooit geschreven heeft. Zijn moeder is de hoofdpersoon, hij zelf is de tegenspeler. Nooit heeft moeder over haar vroegere leven willen praten, altijd was alles versluierd en geheimzinnig. En dan was er ook nog altijd die kist, die op slot zat en waar niemand in mocht kijken. Het deed de moeder-zoon verhouding geen goed. Maar nu is moeder 97 en ze wil sterven, ze heeft zwaar genoeg van het leven en of Adriaan haar daar maar even bij wil helpen? ‘Kun je een pilletje voor me regelen?’ Dat is de hefboom waar zoon al die jaren op gewacht heeft. Hij wil zijn best wel doen om dat pilletje te pakken te krijgen, maar daar moet van haar kant wat tegenover staan, dan moet ze nu toch maar eens over het verleden vertellen. En dat gebeurt, met horten en stoten, met oude foto’s en vergeelde brieven, met geharrewar over moeders dagelijks leven, het niet-eten, de vervuiling, de weerbarstigheid. Hij verhuist ervoor van Parijs naar Nederland, is op afroep beschikbaar op de onmogelijkste tijden, praat soms twee keer per dag met haar door de telefoon en hij maakt eindeloze aantekeningen. Niet alleen van wat moeder – vaak onsamenhangend en tegenstrijdig – vertelt, maar ook van wat hij er zelf bij voelt en hoe het er in die bejaardenflat aan toe gaat. ‘Ons boek’, noemt moeder het. Een menselijk document van de eerste orde is het resultaat, zo kan het alleen worden als je je gevoelens zonder rem of filter onder woorden brengt. Ik denk dat je leven daarna nooit meer helemaal hetzelfde kan zijn. En érgens in die beschrijving van haar laatste maanden zit ook een heel klein spoortje van wraak op al die jaren van zwijgen. Of verbeeld ik me dat nou?

EenSchitterendeMislukkingIn Een schitterende mislukking (HALL) gaat het om een landgoed: de Valkenhof, al twee eeuwen in het bezit van dezelfde familie, ‘eigenlijk te leen van het volgende geslacht’. Zo zien ze het, net als in de reclame van een bekend horlogemerk. Maar de huidige eigenaar wordt ziek, moet noodgedwongen het huis en wat erbij hoort al doorgeven aan de volgende in de rij van geslachten en alleen zijn jongste zoon is bereid dat op zich te nemen. Dat is een opoffering, hij en zijn vrouw moeten er een veelbelovende diplomatencarrière voor laten varen, maar ze doen het en ze zetten zich er meer dan 25 jaar met hart en ziel voor in. Toch is dit niet alleen het verhaal van het huis, al neemt het een belangrijke plaats in, ook in het leven van hun goede vrienden. Die groep is al van de universiteit af een hecht geheel, de man en de vrouw (niemand heeft een naam in dit boek), de kunstenares, de zakenvrouw, de wiskundige en de arts. Elk jaar in november houden ze het jaardiner in de eetkamer van de Valkenhof en elk jaar is er een ander aan de beurt om de jaarrede te houden, waarvan de tekst later bijgevoegd wordt in het speciale boek. Auteur Alfred van Hall vertelt ook de verhalen van de vrienden en laat ze hun jaarrede houden. Al lezend leer je ze allemaal kennen. Ze hebben diepe gesprekken over de zin van het leven, het bestaan van de ziel, de rol van kunst in een mensenleven. Ik moet bekennen dat die gesprekken, ondanks het feit dat ze niet altijd in logische, levenechte taal worden gehouden, mij zeer aanspraken. Vaak wordt er verwezen naar een plafondschildering in de eetkamer, die de strijd tussen Job en God voorstelt. Job, wat mij aangaat het mooiste boek van de Bijbel. En net als bij Job haken er hier ook een paar vrienden af, kan de vriendschap de tand des tijds uiteindelijk toch niet weerstaan.
En het gaat niet goed met de Valkenhof, er is steeds minder geld om zo’n groot landgoed te onderhouden en uiteindelijk moet het verkocht worden. De man, die inmiddels zijn vrouw ook al kwijt is geraakt, moet afscheid nemen van zijn geliefde huis en hij voelt dat als gefaald hebben, missie mislukt. Het positieve element op het eind komt van de twee overblijvende vrienden, die hem toch hoop voor de toekomst weten te geven. Als je zelf ooit afscheid genomen hebt van een geliefd huis, waarvan je dacht er nooit weg te zullen gaan, kun je nog eens te meer met deze man meevoelen.

SchoneKunsten

In Schone Kunsten (HART) neemt Corine Hartman ons mee terug naar Lichtenvoorde in de Achterhoek, waar haar vorige boeken ook spelen. Politieinspecteur Nelleke de Winter krijgt de zaak te onderzoeken van een jonge vrouw die dood in een kunstgalerie is gevonden. Lang voor ze daarvan de oplossing vindt, krijgt ze bovendien ook nog bericht dat een kindermoordenaar die zijn tien jaar heeft uitgezeten, vrijgekomen is en bedreigingen aan Nellekes adres heeft geuit. Een grote stoet van personages passeert de revue, terwijl Nellekes privéleven zich op de achtergrond ook kleurrijk afspeelt. Haar verleden als geadopteerd kind en het verlies van haar eigen dochtertje, dat jaren geleden gekidnapt is, spelen haar nog steeds parten en sommige aspecten van deze nieuwe moordzaak brengen de herinneringen daaraan in alle hevigheid terug. Het boek begint eigenlijk vrij kalm, maar de spanning escaleert, zodat je het niet weg wilt leggen voor je het uit hebt.

BruggeEnHaarPracht

Er was een discussieprogramma op de Nederlandse BVN zender, of België werkelijk het lelijkste land ter wereld is, zoals een of andere architect heeft beweerd. Nou mag ik er zelf graag rondreizen en ik vind heel wat streken daar mooier dan wat je in Nederland vindt. Het feit dat de bouwstijl onmiddellijk als je de grens over bent zo radicaal anders is, is ook geen nadeel. Maar voor de zekerheid toch een paar boeken uit onze bibliotheek meegenomen om nog eens te kijken. Eerst Brugge en haar pracht (914.931 BRU), een boek vol foto’s over al die mooie gebouwen en plekjes in mijn lievelingsstad. Een paar jaar geleden kochten we er bijna een huis en we betreuren het nog dat dat door lokale ambtenarij niet doorging. Wat bouwden ze toch mooi in vroegere eeuwen en wat hebben de Belgen dat goed bewaard. Een stad met sféér.
365DagenBelgië

En als je foto’s van de rest van België zoekt, is 365 Dagen België (914.93 MOO) je van het. Je zou dus in theorie een heel jaar elke dag een ander mooi en interessant plekje daar kunnen bezoeken. Zwemmen in de warme baden van Spa, zien hoe de 19e eeuwse scheepsliften werken, de Pottenfontein in Olen bekijken – bierpullen met meerdere oren met het verhaal van Keizer Karel er achter – en het ‘glaspaleis’ van koning Leopold II bezoeken, met de mooiste verzameling oranjebomen ter wereld, zo mooi dat de koning ervoor koos om in die serre te sterven. Dat geeft de term ‘to die for’ weer een heel nieuwe betekenis. Het lelijkste land ter wereld? Daar ben ik het echt niet mee eens.

Versleuteld – Juni 2015

Wie HoortMijnTranen

Fauziya Kassindja werd in Togo geboren, een smalle strook land in West-Afrika. Ze had het geluk dat ze heel lieve en vooruitstrevende ouders had, die hun vijf dochters en twee zoons een zorgeloze jeugd en een goede opleiding meegaven. In dit polygame land had vader maar één vrouw en ze lieten hun dochters, tegen de landelijke gewoonte in, niet besnijden. Maar toe Fauziya nog op de middelbare school zat, stierf haar vader plotseling en álles veranderde. Zijn familie stuurde Fauziya’s moeder weg, nam alle bezittingen van haar vader in beslag en Fauziya werd uitgehuwelijkt als vierde vrouw van een man van 45 – en ze was zelf pas 17! Bovendien zou de drie dagen na de bruiloft besneden worden.

Geholpen door haar oudste zuster wist Fauziya over de grens naar Ghana te ontvluchten. Daar hielp iemand haar om naar Duitsland te vliegen en uiteindelijk kwam ze in de Verenigde Staten aan, omdat weer iemand anders gezegd had dat je daar asiel kon aanvragen. Wist zij veel, ze kende maar een beetje Engels, had geen idee wat vluchteling zijn inhield. In Wie hoort mijn tranen (KASS) heeft Fauziya achteraf zelf beschreven wat er allemaal met haar gebeurd is in de bijna twee jaar die het nam om als een vrije jonge vrouw de gevangenis te kunnen verlaten waar ze bij aankomst meteen in weggestopt was. Ze vertelt het verhaal van de mensonterende behandeling die haar ten deel viel (en vele andere mede-slachtoffers ook), en hoe uiteindelijk een team van advocaten zich er voor spande om haar vrij te krijgen. Men vond in die tijd – 1996 – vrouwenbesnijdenis helemaal niet zo erg in Amerika, maar door de test case van Fauziya zijn de wetten daar nu veranderd. Stap voor stap kun je lezen hoe zo’n jong meisje het beleefde om in zo’n andere cultuur en verschrikkelijke omgeving terecht te zijn gekomen, hoe haar Moslim geloof haar op de been hield en ze dagelijks bleef bidden om kracht, de vriendschappen die ze sloot met medevluchtelingen, de wreedheden van het gros van de bewakers en het absolute gebrek aan interesse bij de ambtenaren en rechters die belast zijn met de toelatingsprocessen. Haar advocate schreef mee aan het boek, een aangrijpend document over een aspect van de samenleving waar ik me nog nooit in verdiept had.

 Versleuteld

Versleuteld (NOLE) begint als een puzzel. Je krijgt als lezer een paar losse stukjes voor je neergelegd en je begrijpt niet hoe daar een plaatje uit kan komen. Even goed opletten ook wie de verschillende figuren zijn, het is best een beetje verwarrend, want de actie springt nogal eens van het ene front naar het andere. Maar gaandeweg komt er tekening in – en spanning!

Joshua’s oma woont in een bejaardenhuis en krijgt daar bezoek van twee onbekende mannen. Ze is daarna behoorlijk in de war en bang. Joshua heeft nooit geweten wie zijn grootvader was en door wat oma nu zegt begint hij zich dat des te meer af te vragen. Het blijkt dat er meer mensen zijn die naar opa op zoek zijn en ze zijn niet allemaal even vriendelijk.

Intussen komt er een agent van de Amerikaanse CIA naar Nederland en Douglas Schermerhorn wordt aangewezen om hem te helpen bij een onderzoek. Maar zodra hij vorderingen maakt wordt hij van de zaak afgenomen en op non-actief gezet. Nu wil Douglas natuurlijk júist weten waar dat allemaal over ging. En zo cirkelen er uiteindelijk vier partijen om elkaar heen en wordt het je als lezer gaandeweg duidelijk dat het gaat om een bandopname van een afgeluisterd gesprek uit de 2e W.O., dat voor de regering van de Verenigde Staten een massa problemen zou kunnen opleveren. Schrijver Donald Nolet heeft het allemaal slim in elkaar gezet en het blijft spannend tot het eind toe.

 VerstilldeStemmen

Heel veel dingen zijn na de 2e W.O. verzwegen gebleven, de overlevenden praatten er niet over tegen hun familie en hun getraumatiseerde gedrag werd daardoor nooit begrepen door de omgeving. Dit gold wel heel speciaal voor de mensen die de Japanse kamptijd overleefd hebben en de Bersiaptijd daarna. Ook in de familie van Inez Hollander was dat zo en ze had er nooit zo over nagedacht. Maar door een onschuldige vraag van haar zoontje werd Inez opeens geconfronteerd met het feit dat ze practisch niets van het verleden van haar uitgebreide familie van vaders kant wist. Ze ging op zoek, las ontzettend veel boeken over het koloniale verleden van Indië, stuurde emails aan familieleden en begon langzamerhand te begrijpen dat er ooit iets heel ergs was gebeurd. Inez is docente Nederlands aan de Universiteit van Californië in Berkeley, dus ze pakte het heel vakkundig aan. Verstilde stemmen en verzwegen levens (959.8022 HOL) is niet zomaar een boek met wat overgeleverde familieverhalen, alles is uitgebreid gecontroleerd. Het is een beknopte geschiedenis geworden van de koloniale tijd in Indië, natuurlijk ook van hoe het de familie Francken daar verging op hun plantage in Oost-Java, en dan van de oorlog, de internering en de tijd daarna. Eindelijk is het geheim blootgelegd – dat in 2000 voor het eerst beschreven werd – van het bloedbad in Surabaia, de gebeurtenis die zo’n ingrijpende invloed had op die hele familie. Een afsluiting dus en eindelijk erkenning voor het verdriet dat zoveel mensen daar is aangedaan. Een heel interessant boek, waar ik zo ontzettend veel in herkende van het leven daar, al speelde mijn zorgeloze kindertijd in Batavia en Surabaia zich pas na de oorlog af, zonder iets van die voorgaande traumas te weten, want daar werd aan jonge kinderen niets van verteld. Het geeft je wel een heel andere kijk op de straten en gebouwen van je jeugd. En net als Peter Schumachers boek Ogenblikken van genezing (Boekenplank juli 1999 – https://boekenplanken.wordpress.com/1999/07 ) gaf het invulling aan de politieke achtergrond van mijn tienerjaren.

 Kinderkroniek

De ellende van de oorlog, het is terwijl ik dit volgende boek lees precies 70 jaar geleden dat daar een einde aan kwam. In 2013 kwam Kinderkroniek 1940 – 1945 (940.702 LUI) uit, het boek dat Guus Luijters schreef om de Jodenkinderen die vermoord werden aan de vergetelheid te onttrekken. Een boek waarvan je in eerste instantie denkt: nou, daar zit ik eigenlijk niet op te wachten. Maar die kinderen hebben echt bestáán, een aantal hebben de oorlog overleefd en hebben later hun ervarringen opgeschreven of tijdens interviews verteld – zoals Jules Schelvis laatst op tv – maar het gros van ze werd door de Duitsers vermoord. Dat is gedocumenteerd, van elk van ze is de geboorte- en sterfdatum bekend en er is informatie over ze achtergebleven, soms zelfs een briefje of een dagboekje. Guus Luijters schrijft er wel een begeleidende tekst bij, maar eigenlijk laat hij in het hele boek de kinderen zelf aan het woord in hun optimisme of hun wanhoop, hun niet-begrijpen, hun verdriet om ouders of zusjes en broertjes die weggerukt zijn, de honger, de kou en vooral de angst. Je zou stukken willen overslaan, want ‘nou weet ik het zo langzamerhand wel’, maar je kunt het niet over je hart verkrijgen, ze hebben er recht op dat je ze allemaal aanhoort, tot de laatste toe. En dan zegt dat ene kleine meisje: ‘En zo jammer hè. Dat nu alles wat je in je leven geleerd hebt voor niets is geweest.’ Wat een hel en wat nodig is het dat we dat niet vergeten, dat we zorgen dat zoiets nooit weer zal gebeuren.

Mei 2015

Er zijn tegenwoordig steeds meer Zweedse misdaadromans en ook advocaat Lars Rambe waagde zich aan een debuut. Het werd Sporen op het ijs (RAMB) en het was een onmiddellijk succes, vertaald in vele talen, dus natuurlijk ook in het Nederlands. Wel een boek waar je je goed bij moet concentreren, het valt niet mee om de vele personages uitelkaar te houden, misschien alleen maar omdat de namen ons vreemd in de oren klinken? Maar voorin staat een lijst, het is handig om die af en toe te consulteren als je denkt ‘wie was dat ook weer?’

Er is een dubbele moord gepleegd in 1965 en die is nooit opgehelderd. Men heeft destijds voor het gemak maar aangenomen dat het ene slachtoffer het andere om zeep had geholpen en zich verder niet verdiept in wat er zo onlogisch leek. Daar waren een aantal mensen heel blij om, die konden dus vrolijk verder gaan met hun leven. Maar nu is het 2005 en een jonge verslaggever uit Stockholm verhuist naar Strängnäs – west van Stockholm, aan een meer, dat heb ik even opgezocht in die mooie atlas die we vorig jaar kochten – en schrijft een artikel over die 40 jaar oude moorden. De hel breekt los en opeens is er weer werk aan de winkel voor het politiekorps van dat rustige stadje. Rambe neemt de tijd om de situaties, de sfeer van de stad en de karakters goed te beschrijven. Hoewel er griezelige dingen gebeuren is het haast meer een roman dan een thriller.

Nou heb je thrillers én thrillers en onze eigen Deon Meyer is een klasse apart. Zijn nieuwste boek Cobra (MEYE) is het beste dat hij tot nog toe geschreven heeft, en dát zegt wat. Inspekteur Bennie Griessel en zijn VALK-team worden naar Franschhoek gestuurd, waar op een guestfarm drie mannen zijn vermoord. Geëxecuteerd lijkt het wel, en op elke kogelhuls is een slang gegraveerd. Er lijkt ook iemand ontvoerd te zijn, maar diens achtergebleven paspoort blijkt vals. De actie verschuift naar Kaapstad, er gebeuren veel dingen met een enorme vaart, Griessel kampt intussen met een paar persoonlijke problemen en tussen alles door loopt de meest sympathieke jonge zakkenroller die je ooit ontmoet hebt, door wiens acties de zaak behoorlijk escaleert. De personen van verschillende bevolkingsgroepen spreken en denken allemaal zoals je van ze zou verwachten, het is duidelijk dat Zuid-Afrika een smeltkroes is. Nou las ik dat boek in het oorspronkelijke Afrikaans – de enige taal die werkelijk recht doet aan Meyers manier van schrijven – en elke persoon spreekt daar dus in het soort taal (Engels, Afrikaans, Afrikaaps) dat je van hem zou verwachten. Nog nooit heb ik een boek gelezen waar ik bij elke alinea zo geconfronteerd werd met de problemen van een eventuele vertaler. Toch heeft iemand dat kennelijk aangedurfd. Als u de Nederlandse vertaling leest mist u heel veel, maar het verhaal en de vaart waarmee het verteld wordt maakt het niettemin heel erg de moeite waard.

EenJaarOpEenEiland

Op een gegeven moment kun je even genoeg hebben van moord en doodslag, maar er is genoeg anders. Bijvoorbeeld Een jaar op een onbewoond eiland (916.61 SNO). Bob Snoijink ken ik allang, want hij is de man die bv. de boeken van Robert Goddard zo onnavolgbaar goed vertaalt, zodat je ze in origineel Nederlands geschreven waant.

Van reizen en trekken houdt hij ook en in zijn eigenlijke vak als journalist kan hij daar goed mee uit de voeten. Kreeg hij in 1987 (het is inderdaad geen niéuw boek) een aanbod om op kosten van tijdschrift Panorama een jaar op een onbewoond eiland in de Pacific te gaan wonen en daar dan verslag van te doen. Niet de hele tijd contact en artikelen sturen, gewoon een boek achteraf. En Bobs vrouw Chris mocht natuurlijk mee. Dus, reizen naar Fiji, op zoek naar een geschikt eiland, dat werd Ata in het noordoosten van de archipel, toestemming en visa aanvragen en dan de bevoorrading. Er komt nog heel wat bij kijken als je je uit de beschaving terug wilt trekken. Veel hulp was er van de Fijianen, die een enorm vriendelijk en vrijgevig soort mensen blijken te zijn. Die komen later op het eiland nog vaak even langs, vooral als zich die winter een 100-jarig record droogte voordoet en de bron op het eiland opdroogt, zodat er emmertjes water aangevoerd moeten worden. Maar voor het grootste deel van de tijd zijn Bob en Chris op elkaar en hun eigen vindingrijkheid aangewezen. Zelf een bewoonbare hut bouwen, moestuin aanleggen, elke nacht het visnet in zee leeghalen; palmratten, mieren, muggen (wij waren zelf een aantal dagen op zo’n klein Fiji eiland en die bloeddorstige múggen herinneren we ons nu nog!), heremietkreeften en nog veel meer van hun lijf en van de voorraden af houden. En dan nog elke dag ruzie met elkaar. Paradijs? Vergeet het maar.

En toch wordt het dat langzamerhand wel, als Bob en Chris na de eerste drie maanden naar elkaar toe groeien, oplossingen vinden voor dagelijkse problemen, een hond, een kat en wat kippen laten komen en steeds meer merken hoe heilzaam het leven zonder westerse samenleving is. Ze worden nog een stuk gezonder ook en willen uiteindelijk helemaal niet meer weg. Het is interessant om te lezen hoe dat soort Utopialeven zich ontwikkelt – al heeft het aspecten waar je zelf niet naar verlangt – en mooi om te weten dat er een soort volk bestaat dat op een manier van de hand in de tand levend, bereid is altijd te helpen, met elkaar te delen en het leven te nemen zoals ‘t komt. Zoals Bobs grote vriend Apisai bij tegenslag zegt: ‘Maybe it’s for the better.’ Dat vind ik echt iets om te onthouden.

PassieVoorDeProvence

Yvone Lenard en haar man Wayne deden iets, dat wij zelf ook meer dan eens gedaan hebben: ze kochten impulsief en zonder nadenken een huis ver van waar ze eigenlijk woonden, dat ze bovendien helemaal niet nodig hadden. Het veranderde hun leven totaal – ten goede, dat wel. Het hunne stond in Frankrijk en Yvone schreef er haar later zo bekende boek Passie voor de Provence (914.49 LEN) over. Het was een bouwval eigenlijk en ze namen het risico om de verbouwing helemaal aan een ander over te laten nadat ze zelf op de avond van de aankoop weer voor een heel jaar naar Californië teruggingen. Iedereen verklaarde ze voor gek, maar toen ze het volgende jaar teruggingen om te zien wat ze nu eigenlijk gekocht hadden en waar al dat opknapgeld in was gaan zitten, was het een laaiend succes en konden ze meteen beginnen met er jaarlijks een maand of drie te wonen. Het hielp dat Yvone van geboorte Française is en dus de taal prima spreekt – er zelfs in Amerika les in geeft – ze werden al gauw geaccepteerd als volwaardige bewoners van het dorp en het contact met de kasteelbewoners op de helling boven ze werd ronduit hartelijk. Yvone schrijft bijzonder kleurrijk en leesbaar over hun avonturen en beëindigt elk hoofdstuk met een Provençaals watertandrecept.

april 2015

   MatthausPassion

Dit jaar begint april meteen al met Pasen en de Passietijd die eraan voorafgaat. Daar hoort voor heel veel mensen de Matthäus-Passion bij. Voor wie niet in de gelegenheid is om er in een concertzaal naar te gaan luisteren, is het waarschijnlijk een uitvoering op cd. Het is een soort traditie en de meningen over de verschillende soorten uitvoerigen zijn nogal verdeeld. Je kunt er in die tijd van het jaar hele discussies over volgen op de Nederlandse tv.

Ik had eerlijk gezegd niet eens geweten dat er verschil in interpretatie en uitvoering kón zijn tot ik het boek De Matthäus-Passion, 100 jaar passietraditie van het Koninklijk Concertgebouworkest (783.026 MAT) las. Een jubileumuitgave uit 1999 dus, waar veel muziekexperts aan meegewerkt hebben. Mendelssohns herontdekking van Bachs magistrale opus in 1829, en de vele uitvoeringen van Mengelberg; hij was jaren lang dé dirigent van dit werk en hij had het ingekort! Daar waren puristen het niet mee eens, je mag niet aan Bachs muziek komen, maar er zullen wel allerlei practische redenen voor zijn geweest – genoemd wordt bv. het vertrek van de laatste tram en trein! (begin dan wat eerder, denk ik dan). En toen eindelijk, na de 2e WO kwam Eduard van Beinum en stelde de onverkorte versie weer in. Die werd dan wel overdag uitgevoerd met een lunchpauze. Alle opeenvolgende dirigenten worden besproken, maar ook de solisten, vaak beroemde namen, en zelfs een aantal bladzijden van Bachs handgeschreven partituur, de ‘autograaf’ staan in dit boek.

En dan is er een cd bij met opnamen van verschillende uitvoerigen en dirigenten over de jaren heen, waar o.a. Jo Vincent nog op zingt in 1939. Wat een prachtig boek voor de Matthäus-Passion liefhebbers.

 Mara

Het jaar is 1931 en het meisje Maria is in verwachting. Ze is zestien jaar en alleen zij weet wie de vader van haar kindje is. Ze wordt door haar moeder en stiefvader – de dominee – het huis uit gezet en naar de boerderij van een tante gestuurd, ver weg in Velp. Ze laat Vlissingen achter zich, maar de herinneringen zitten in haar hoofd, die blijven niet achter. Gelukkig is tante Be een lieverd, daar wordt Maria goed opgevangen en verzorgd, haar dochtertje Mara wordt daar geboren. Maar dat is niet het eind van alle problemen, in zekere zin beginnen die dan pas. En al die tijd achtervolgen de herinneringen Maria als een vreselijke nachtmerrie en ze kan er niemand over vertellen.

Het boek Mara (HEG) is de debuutroman van Lisette van de Heg en wat een prachtig doorvoeld en levensecht verhaal is dat geworden over de tijd toen ‘onechte’ kinderen een schande waren en hun moeders verguisd werden door al die rechtschapen mensen die zich daar boven voelden staan.

Oma weet het noch steeds beter

 Voor een boek dat in 1998 uitgegeven is, is Oma weet het nog steeds beter (615.882 KAL) nogal ouderwets, maar als oma van een rugbyspan-plus-een-reserve kon ik een boek met zo’n titel niet weerstaan. Tegenwoordig weten de kleinkinderen de meeste dingen beter dan oma, dus ik hoopte van Eveline Kalckhoven-Smit toch wat te leren. Blijkt dat het meest ‘gezond verstand’ tips zijn, zoals alles op z’n vaste plek, zodat het geen rommeltje wordt, geen verstelwerk laten liggen (hoewel, sókken stoppen?) en asbakken legen. Maar elke dag stofzuigen en afstoffen? Maak het een beetje! Het vlekken verwijderen leek me vaak erg omslachtig, want zuringzout en zwavel hebben we toch ook niet allemaal in huis. Toch wel leuk om te lezen, want het wordt allemaal zo schattig ernstig verteld en aangeraden, zo heeft zelfs mijn eigen moeder me destijds (dit jaar 60 jaar geleden!) het getrouwde leven niet ingestuurd.

 Vrouwen op ontdekkingsreis

Er was een tijd dat grote delen van de wereld nog niet of nauwelijks ontdekt waren en dappere mannen dat gingen doen. Dat vrouwen dezelfde aspiraties hadden konden ze eigenlijk niet maken en ze moesten wel heel vastberaden en eigenwijs – en redelijk goed bij kas – zijn om er toch aan te beginnen. Wolf Kielich heeft de meest beroemde ervan op een rijtje gezet in zijn boek Vrouwen op ontdekkingsreis (910.9092 KIE). Een aantal Engelsen, een Française, een Oostenrijkse en onze Nederlandse Alexine Tinne, de enige die tijdens een expeditie inderdaad vermoord werd, al liepen de meeste anderen dat risico ook. Ze moesten er wat voor over hebben: verstoken van de meest basische gemakken en hulpmiddelen sjouwden ze door oerwouden en modder, sliepen onder vriespunt in tentjes, kauwden soms van de honger op lapjes leer, kwamen constant vijandige figuren (kannibalen zelfs!) tegen en ze vonden het allemaal nog leuk ook. Sommigen leerden de taal van het bezochte land heel goed en konden zo communiceren met de ‘wilden’. Wolf Kielich heeft het allemaal heel smeuïg opgeschreven en dat hij dat in 1986 al deed maakt niets uit, want al die dames zijn in elk geval uit het Victoriaanse tijdperk. Het was grappig om te lezen dat Ida Pfeiffer het Tobameer niet wist te bereiken vanwege de mensenetende Bataks, terwijl wij daar 120 jaar later vrolijk rondzwommen en diezelfde – inmiddels gekerstende – Bataks zo’n sympathiek volk vonden.

 Zonder jas

In korte stukjes, elke keer vergezeld van een toepasselijk gedichtje, schreef Herman van Veen een deel van zijn jeugd op. Losse herinneringen, soms opeens opgekomen doordat men een gebouw wil gaan afbreken, of doordat het sneeuwt buiten. Het heet Zonder jas (791.092 VANV) en het staat al negen jaar op de plank. Waarom neemt niemand dat eens mee naar huis, jullie weten niet wat je mist!

 Het onzichtbare geluk

Omdat dit niet mijn maand van mákkelijke romannetjes en thrillers was, verdiepte ik mij in de veelgeprezen roman Het onzichtbare geluk van andere mensen (JOSE), het tweede boek van Manu Joseph. Een redelijk ingewikkeld boek, waar je goed bij na moet denken, maar ik houd van boeken van Indiase schrijvers, al heb ik geen ambities om het land zelf te bezoeken. Het verhaal speelt in Madras en gaat over Unni Chacko, die op zijn zeventiende zelfmoord gepleegd heeft door van het dak te springen. Niemand weet waarom en er was geen briefje voor zijn ouders. Unni’s vader Ousep kan het niet verwerken en drie jaar nadat het gebeurd is loopt hij nog vragen te stellen aan iedereen die Unni gekend heeft. Ousep drinkt en daardoor leeft zijn gezin – vrouw Mariamma en jongste zoon Thoma – constant in armoede. Mariamma heeft zelf nog een trauma uit haar jeugd, waar zelfs haar man niets vanaf weet. Thoma probeert manhaftig om de wereld te begrijpen, die zijn grote broer vroeger zo goed aan hem wist uit te leggen en waar hij nu zelf de weg in moet vinden.

Unni, zo jong als hij was, was een getalenteerd striptekenaar en pas nu komt in de post opeens het laatste stripverhaal dat hij ooit getekend heeft en op de dag van zijn dood verstuurd. Dan begint de bal te rollen, mensen die nooit wilden antwoorden als Ousep iets vroeg, beginnen nu hun verhaal te vertellen en langzaam maar zeker kom je er ook als lezer achter waarom Unni vond dat hij echt niet langer kon leven. Dit alles wordt door Manu Joseph met zoveel onderkoelde humor verteld, dat het nooit luguber wordt, maar je moet je wel goed concentreren bij Unni’s levenstheorieën.

maart 2015

LevenAlsLauren

Het klinkt niet alsof het echt zou kunnen, maar het zal je maar gebéuren: bijkomen in een ziekenhuis en iemand anders blijken te zijn dan je je herinnert. De dokters noemen het geheugenverlies, omdat je je man en vier kinderen niet herkent, maar intussen herinner je je heel goed dat je een ongetrouwde jonge vrouw bent, die nog maar net de liefde van haar leven heeft ontmoet. In Leven als Lauren overkomt dat Jessica, die door de bliksem is getroffen, hetzelfde wat blijkbaar met Lauren is gebeurd, maar Lauren is eraan gestorven en de ziel van Jessica heeft zich gesplitst, zodat ze als Jessica slaapt wakker is als Lauren. Wat allerlei logistieke problemen met zich meebrengt, vooral omdat Lauren voor die kinderen nog wel eens plotseling wakker moet worden. Melanie Rose heeft geloofwaardig (even je nuchtere verstand uitschakelen) beschreven hoe Jessica dat voelt en beleeft. De steeds sterker wordende liefde voor de vier kinderen, waarvan het jongste jongetje licht gehandicapt is en de enige die meteen ziet dat zij mammie niet is, de sympathie, maar beslist geen liefde, voor Laurens echtgenoot en de verliefdheid in haar werkelijke leven, die steeds minder toekomst lijkt te hebben. En dan komt Laurens minnaar ook nog op de proppen, een ontwikkeling die rampzalige gevolgen blijkt te hebben. Gelukkig is er ook nog Laurens zus, die komt logeren, meteen al onraad ruikt en een goede steun blijkt te zijn in Jessica’s grote probleem. Een heel aardig boek, dat lekker vlot wegleest.

 VerlorenMensen

Mirjam Rotenstreich is de echtgenote van de bekende schrijver A.F.Th. van der Heijden, een van wiens meest recente boeken het ‘rouw-boek’ over zijn zoon Tonio was. Terwijl vader Adri dat schreef, schreef moeder Mirjam Verloren mensen (ROTE), maar het werd een heel ander soort boek. De hoofdpersoon is Abbi, een joodse vrouw, van wie allebei de ouders recent gestorven zijn. Ouders, die de 2e WO meegemaakt hadden en daar levenslang psychisch door beschadigd waren. Abbi torst de gevolgen van die beschadigingen nog altijd met zich mee, haar hele leven is erdoor gevormd. Ze besluit een paar maanden naar het Zwitserse Lugano te gaan, waar ze als familie vroeger op vakantie gingen, en ze huurt daar via internet een huis. De eigenaar blijkt een zekere Philip te zijn, die eerst heel aardig lijkt, maar van wie langzamerhand het ware gezicht naar buiten komt. Wat een ontspannende vakantie had moeten worden, verandert in een ware nachtmerrie. Wat me opviel aan dit boek was dat de proloog een soort verwachting wekte, maar dat er later nauwelijks op teruggekomen werd, dat was wel jammer.

DuelMetDeDood

Duel met de dood (CHIL) is wel een erg woest boek, al lezend dacht ik er een paar maal over om het maar weg te leggen. Maar het vreemde was, dat ik door bleef lezen, want er zat toch iets spannends in, de persoonsbeschrijvingen zijn geestig en de vertaling uit het Engels is bijzonder goed. De moorden en het onderzoek vinden plaats in NewYork. Er komt een lugubere secte bij te pas, die met dierenoffers werkt, er zijn een excentrieke FBI agent en een politieman die dik bevriend zijn, en een van de helden uit de vorige boeken van Lincoln Child en Douglas Preston (weer zo’n schrijversduo) wordt als eerste vermoord. De voodoo vliegt je om de oren, soms doet het allemaal een beetje denken aan de boeken van Dennis Wheatley, die vroeger zo populair waren. Als u die toen spannend gevonden hebt, is dit ook echt iets voor u.

 DeWitteLeeuwin

Zijn boeken zijn allemaal verfilmd voor tv, want Henning Mankell schrijft erg spannend. Speciaal De Witte Leeuwin (MANK) zou ik heel graag als film willen zien, want de helft ervan speelt in Zuid-Afrika! Inspecteur Wallander onderzoekt de verdwijning van een vrouw in Ystad, de Zweedse stad waar hij werkt. Al gauw blijkt dat er een vreemde connectie met Zuid-Afrika aan vast zit. Dat is onlogisch, maar alles wijst er op. Intussen – het is 1993 – is in Z-A Nelson Mandela net vrijgelaten en niet iedereen is daar zo blij mee. Een groep rechtse Boere wil hem laten vermoorden, maar dan wel door een zwarte scherpschutter. De intriges zitten ingewikkeld inelkaar, vooral doordat er ook nog een Russische oud-KGBer bij komt. De actie schuift steeds van Zweden naar Z-A en het was vooral bijzonder interessant om dit te lezen in de week van Mandela’s begrafenis, in het veilige weten dat de – fictieve – moord destijds dus niet gelukt was.

 Kumari

Eigenlijk was Trees van Rijsewijk lerares, maar al sinds ze een klein meisje was had ze zich afgevraagd hoe de wereld achter de wolken er uit zou zien en in 1988, op haar vierendertigste stapte ze op haar fiets en ging dat uitvinden. Ze begon aan een tocht door India, van Delhi af de hele kust langs, maar daar heeft ze in haar boek Kumari, mijn dochter uit Nepal (RIJS) eigenlijk weinig over te melden. Het echte verhaal begint pas als Trees in Nepal een van de eerste dagen in een eethuisje de man Jud ontmoet, die haar vrijwel meteen een lang verhaal begint te vertellen. Als ze een Engelssprekende ambtenaar vinden die als tolk kan dienen, blijkt dat Jud aan Trees vraagt of ze de moeder wil worden van een klein weesmeisje in een ander dorp. Dat kind heeft niemand meer en ze is pas twee jaar. Dus gaat Trees de volgende dag met Jud op pad en als ze het meisje ziet voelt ze dadelijk de misschien wel voorbestemde band met het kind. Hier kan ze niet aan voorbij gaan!

Maar ze had nog fietsplannen, Tibet en China staan nog op het programma, dus dat doet ze eerst, een tocht van duizenden kilometers door de Himalaya, dan vliegen naar Hongkong en fietsen dwars door China. Het is bijna niet te geloven wat Trees allemaal beleeft, de vele mensen die ze ontmoet, ontberingen die ze achteloos rapporteert, de toestanden waar je als lezer (ik tenminste) van griezelt. Maar wat ontzettend interessant om dat allemaal te lezen. Dan gaat Trees terug naar het meisje Kumari, dat haar nog goed blijkt te kennen en omdat ze haar handelwijze inmiddels goed overdacht heeft, gaat ze eerst in een hutje in dat Nepalese dorp wonen om uit te werken wat het beste voor het kind zal zijn en ook om het beter te leren kennen.

Als het adoptieproces eindelijk begint duurt het nog tien hele maanden voordat er werkelijk toestemming voor wordt gegeven en na weer een trektocht, dit maal samen met Kumari, gaan die twee samen naar Nederland. Trees heeft later via haar Stichting Tamsarya een school en weeshuizen opgericht in Nepal en heel veel kinderen vinden daar onderdak en opleiding.

Dit mooie verhaal, dat bestaat uit de later uitgewerkte dagboeken die Trees in die periode bijhield, deed me erg denken aan het oude Chinese gezegde:

Een onzichtbare draad verbindt degenen die door het lot bestemd zijn om elkaar te ontmoeten, ongeacht tijd, plaats of omstandigheden. De draad kan rekken en in de knoop raken, maar hij zal nooit breken.

februari 2015

DeWintergeest

Stel je voor dat de tijd geen rechte lijn is, maar een stof met plooien erin, en dat door een plooi soms twee stukken die anders heel ver van elkaar zouden liggen, elkaar plotseling raken. Het is 1928 en Frederick Watson, wiens oudere, zeer geliefde broer in de 1e WO gesneuveld is in Noord-Frankrijk, gaat daar op zoek naar informatie over de beruchte veldslagen in een poging zijn eigen verwoeste leven weer op de rails te krijgen. Hij reist door naar het zuiden, komt terecht in de Pyreneeën en krijgt een ongeluk in een sneeuwstorm. En dat is waar het gebeurt: een plooi in de tijd en daardoor een ontmoeting en een ontdekking in een grot. Al lezend leer je heel wat over de Katharen, die in de 14e eeuw tot de dood toe vervolgd werden door de katholieke kerk, en over die mooie streek waar dat allemaal gebeurde. Kate Mosse heeft met De Wintergeest (MOSS) een prachtig poëtisch verhaal geschreven.

 NooitAlleen

Nooit alleen (HOLL) is maar een heel dun thrillertje, dat cadeau gegeven werd tijdens de 2013 ‘maand van het spannende boek’, zoals de maand juni in Nederland heet. Net als het Boekenweek-geschenk wordt het in opdracht geschreven en dat jaar was Loes den Hollander de schrijfster. Aline is nog niet lang getrouwd met Giel en ze wonen naast Guusje, waar Aline mee bevriend raakt. Guusje heeft een ‘meervoudige persoonlijkheids stoornis’: soms is ze opeens helemaal iemand anders. Ook in het huwelijk van Aline en Giel doen zich problemen voor en uiteindelijk gebeuren er griezelige dingen. Een heerlijk boekje voor in je tas als je weet dat je bij een dokter of tandarts zult moeten wachten, je hebt het zó uit.

 BloemkoolUitTsjernobyl

Een autobiografische roman, gebaseerd op het eigen leven dus, maar hier en daar wat veranderd – bijverzonnen? En dan eigenlijk vooral over zijn verhouding met en het leven van zijn vader, ‘een vaderverhaal’, dat is Bloemkool uit Tsjernobyl (HELI). Roman Helinski vertelt over zijn Poolse vader en diens drang om de hele wereld over te reizen, een vader die overal liever is dan thuis. Je proeft de frustraties van die vader, maar ook die van de Nederlandse moeder die geen kant op kan met zo’n man, terwijl ze toch wel van hem houdt, en die van zoon Victor, die zo vreselijk graag tegen zijn vader op zou kijken, maar die uiteindelijk niet veel meer dan lemen voeten ziet. En omdat hij journalist is, stelt hij het allemaal te boek. Het doet aan als een soort van zich af schrijven en wat heeft hij dat mooi gedaan.

 90Mensen

Kom ik nog weer eens aan met Louis Paul Boon. Er zijn van die schrijvers die ongemerkt onder je vel zijn gekropen, jaren geleden, al bijna vergeten, en dan vind je weer een boekje van hem – hij heeft er zovéél geschreven – dat je gewoon op een rustige manier blij maakt. Een levenskunstenaar was Boontje, blij met gewone dingen, opmerkzaam, een verzamelaar van herinneringen, zoals ik zelf ook ben. Een zielsverwant misschien? 90 Mensen (920BOO) heet dit en ’t wordt verondersteld een collectie korte biografieën te zijn, maar dat is het natuurlijk niet, het is gewoon een verzameling stukjes uit de krant, maar wel over mensen, vaak ook wel bekende mensen, maar ook over kappers die zijn haar geknipt hebben of de loodgieter die de dakgoot kwam repareren. In dat sappige Vlaams van hem, ik mag dat graag lezen en dan vind ik het jammer als ik het uit heb.

 ReizenTotOpHetBot

Reizen op zee heb ik vaak genoeg gedaan, maar dan wel altijd op een groot passagiersschip met alle comforts en meer luxe dan ik thuis gewend ben. De paar keren dat ik als zeventienjarige op Piets oude zeilboot mee mocht in de Baai van Batavia was het mijn werkje om het hoosblik min of meer constant te hanteren, omdat we anders tussen de eilanden Amsterdam en Edam zouden zinken. Het heeft me nooit doen verlangen naar meer avonturen in die richting. Maar er over lezen is een andere zaak, zeker als iemand het zeilen zo weet te beschrijven als Eerde Beulakker, dan begint het bijna aantrekkelijk te klinken. In elk geval zie je de wereld wel uit een heel ander perspectief. En natuurlijk is Eerdes jacht iets groter dan Piets hulkje destijds, hij en Hedwig hebben zelfs een bibliotheekje aan boord. En een kachel, wat me geen luxe lijkt, want Eerde schijnt een voorkeur te hebben voor zeer ijzige streken. Hij beschrijft in Reizen tot op het bot (797.124 BEU) niet een enkele reis, maar vertelt in korte hoofdstukjes heel smeuig over allerlei belevenissen en ontmoetingen. Aan het eind van het boek komen ook een paar reizen over land aan bod, zodat wij niet-zeilers nog wat ideeën kunnen opdoen voor ongewone bestemmingen. Leuk om eens over een heel andere manier van leven te lezen en voor de liefhebbers: bij hetzelfde Dewey nummer heeft onze bibliotheek nog meer zeilboeken staan.

 Titia

Ook in Titia (920 BER) komen een paar reizen per zeilschip voor, in het begin van de 19e eeuw al. Toen voer men nog om de Kaap als men naar Indië wilde, reizen met eindeloze ontberingen en gevaren. Titia Bergsma, de dochter van de president van het Hoge Gerechtshof in Den Haag, dus een jonge vrouw uit een zeer goede familie, trouwde met Jan Cock Blomhoff, een persoonlijke vriend van koning Willem I. Jan werd via Batavia naar Japan gestuurd, waar de Hollanders als enigen handel mochten drijven op het kunstmatige eilandje Decima, voor de haven van Nagasaki. Het was algemeen bekend dat daar geen vrouwen toegelaten werden, maar Jan nam Titia en hun baby-zoontje toch mee, in de hoop dat men met de hand over het hart zou strijken. Maar nee, er werd geen uitzondering gemaakt en Titia en kleine Johannes moesten met hetzelfde schip weer terug. Titia was ruim drie maanden aan wal geweest op Decima en was daarmee de eerste westerse vrouw die daar wist door te dringen. De Japanners vonden haar bijzonder interessant en maken nu nog steeds afbeeldingen van haar!

De Canadese diplomaat René Bersma, geboren Nederlander en getrouwd met een Japanse, ontdekte Titia bij toeval in Japan en ging haar geschiedenis naspeuren. Zijn eigen achternaam had, als een voorouder geen spelfout had gemaakt, nl. Bergsma moeten zijn en dus was Titia voor René extra interessant: het ging hier om een ver familielid! Dankzij overvloedige familieaantekeningen die bewaard zijn gebleven, krantenberichten, Japanse schilderijen en oude rapporten van de Decima handelsdelegatie, bleek er enorm veel bekend over Titia, wat er precies gebeurde en hoe het afliep. Het is een heel interessant waar verhaal geworden, dat bijna leest als een roman. Hoe deze mensen er uitzagen en waar ze woonden is te zien aan de afdeling met schilderijen en oude kaarten achterin, bijna alsof het foto’s zijn. Een heel avontuurlijk, maar erg tragisch leven, dat bepaald werd door een meer dan tweehonderd jaar oude wet, die eigenlijk nergens op sloeg.

december 2014

DeZonderlingAvonturen

De boeken van Jonas Jonasson moet je niet serieus nemen, die lees je gewoon voor ontspanning. De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje (JONA), de titel alleen al is een aankondiging van ongebreideld plezier. Jonasson doet het weer, hij evenaart zijn succes met De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween. Weer een ontzettend humoristisch boek, weer een achtbaan die je meesleurt door een stuk niet altijd letterlijk te nemen geschiedenis, bevolkt met onwaarschijnlijke, sympathieke – en soms heel ónsympathieke – figuren die de meest kolderieke avonturen beleven. Naadloos vloeit het een voort uit het ander, terwijl het toch allemaal eigenlijk heel onlogisch is. Zo kúnnen dingen toch niet gebeuren? Waarom klinken ze dan zo echt?

Hoofdpersoon is Nombeko, die opgroeit in Soweto in de zestiger jaren. Helemaal nog apartheidtijd en dus gaat de 13-jarige Nombeko niet naar school, maar maakt latrines schoon. Ze ziet kans toch te leren lezen, met cijfers is ze geniaal en dan wordt ze op straat omvergereden. Van het een komt het ander, Nombeko zit jarenlang vast in Pelindaba als bediende van een atoomgeleerde die niets van atomen weet. Dan komt Nombeko op min of meer logische wijze in Zweden terecht, per ongeluk in het bezit van een Zuid-Afrikaanse atoombom die niet verondersteld werd te bestaan en dan beginnen de avonturen pas goed. Wat de drie Chinese meisjes ermee te maken hebben, de tweelingbroers waarvan er een officieel niet bestaat, het meisje dat altijd boos is, en de Amerikaan die zo bang is voor de CIA, dat kunt u dan lezen in een prima vertaling uit het oorspronkelijke Zweeds. Maar pas op, als u er eenmaal in begínt laat u er alles voor liggen.

Zweden, wat eten ze daar dan? Lees het maar na in Puur Zweden, proeven + genieten (641.59485 PUU), een mooi, duidelijk kookboek. Foto’s van elk gerecht en niets is echt moeilijk om te maken. Heel wat visrecepten, maar ook vlees, voorgerechten, desserts en de befaamde smörgȧsbörd schotels. Erwtensoep op z’n Zweeds en de hachee die mijn moeder zo graag maakte. Echt een lekker boek.

Agnes

Bijzonder: de Zuid-Afrikaanse schrijver Louis Krüger schreef zijn roman Agnes in het Afrikaans, maar de Nederlandse vertaling die onze bibliotheek heeft is van hemzelf (ideaal is dat, je eigen tekst vertalen, je weet precies wat je wilde zeggen en hoe). Krüger woont nl. al jaren in Nederland. Zijn hoofdpersoon, een freelance-fotograaf is thuis opgehaald om het lichaam van zijn vrouw te identificeren. Hoe ze is gestorven komen we pas op een van de laatste bladzijden te weten, maar dat het gewelddadig is geweest is wel duidelijk. De fotograaf – het drong eigenlijk pas toen ik het boek uit had tot me door dat zijn naam nooit genoemd wordt – staat achter glas naar het lijk te kijken en zijn hele huwelijk met Agnes trekt aan hem voorbij. Het zijn de vroeg-negentiger jaren van de vorige eeuw, een roerige tijd in Zuid-Afrika. Agnes en haar man staan politiek gezien aan tegenovergestelde kanten, Agnes wordt steeds dieper in de Boerenpartij getrokken. Maar ook de verschrikkelijke problemen uit haar jeugd hebben haar getekend, eigenlijk valt er met Agnes niet te leven omdat Agnes niet met zichzélf kan leven. Toch blijft haar man het proberen en soms lijkt het een poosje goed te gaan, maar altijd gebeurt er weer iets dat die kloof tussen hen weer verwijdt. Het hele boek is een gedachtenstroom terwijl de fotograaf kijkt naar Agnes-achter-glas, en als lezer krijg je een helder beeld van wat zich afgespeeld heeft, van het verdriet om een mislukte liefde en een vertwijfeld afvragen hoe het anders had gekund. En natuurlijk zijn daar op de achtergrond de politieke veranderingen, onderstromingen, protesten, het geweld en de zeer verschillende manieren waarop mensen daarop reageren.

 1599Km

Nog meer Zuid-Afrika, een ontzettend leuk reisboek van Bart de Graaff. 1599 km tussen Amsterdam en Gouda (910.014 GRA) heet het. Want zoals we allemaal weten zit Z-A vól met Nederlandse plaatsnamen, bij de meeste waarvan je je helemaal geen voorstelling kunt maken. Ik ben ooit in Amsterdam geweest, een stoffig gehucht met een paar krottige huisjes, ook van Gouda heb ik zelf geconstateerd dat het helemaal niets voorstelt en Middelburg Kaap valt nog mee, maar al die andere plekken zijn nauwelijks namen op de kaart. Bart de Graaff nam de moeite om ze allemaal langs te gaan en er niet alleen de plaatsnaambordjes (padprofete, wat een leuk woord hè?) te fotograferen, zoals toeristen soms doen, maar uit te stappen, er te eten en drinken – als dat kon – en met mensen te praten. Hij deed er de leukste verhalen op, niet alleen over de oorsprong van die plaatsnamen, maar ook lokale overleveringen over de stichters en de latere bewoners, de dominees en de onderwijzers, die over de jaren alleen maar kleurrijker geworden zijn.

De Graaff is de ideale journalist voor dit soort reportages. Hij observeert en rapporteert met onderkoelde humor, maar weet zelf grotendeels buiten het prentje te blijven, zodat je als lezer een onbedorven beeld krijgt. En dan staan er ook nog eens heel veel foto’s in. Ik heb echt genoten van dit boek.

AllesWordtBeter

Hoewel Marcel Möring bekend is als schrijver, schrijft hij ook columns zag ik. Met regelmaat, voor het vakblad De Ingenieur nog wel, misschien om zijn hypotheek mee af te betalen. Ze zijn dan ook allemaal licht technisch getint, wat mij als leek niet belette om ze met plezier te lezen. Om het vak ‘schrijven’ uit te oefenen werkt Möring van huis uit, als vrouw en kinderen de deur uit zijn. Hij functioneert daarom ook als huisman en komt dus regelmatig het soort kleine probleempjes en ergernisjes tegen waar anders alleen huisvrouwen mee geconfronteerd worden. In mijn tijd tenminste, misschien is dat tegenwoordig anders. Maar als huisvrouw krijg je dan wel het gevoel dat die man maar wat aan moddert. In het boek Alles wordt beter (070.442 MOR) zijn die columns gebundeld en aan de opmaak van de titel kun je al zien dat computers Möring na aan het hart liggen. Ze komen dan ook nogal eens voor.

Door het stukje over zomer- en wintertijd realiseerde ik me opeens hoe wij boffen dat we dat in Z-A niet hebben, en toen ik las hoe in zijn Utopia zijn auto volgegooid zou worden door een pompbediende, die ook nog eens de vensters wast en de bandenspanning controleert, voelde ik me enorm bevoorrecht, want dat vinden wij hier immers heel normaal. Zo zijn de meest onverwachte boeken soms heilzaam voor je kijk op het leven. Leuk leesvoer overigens, de man drukt zich vaak heel geestig uit, al komt het moderne Nederland niet echt gunstig uit de verf.

DonderdagsKinderen

Het vierde deel in de Frieda Klein reeks van Nicci French is Donderdags Kinderen (FREN), waarin Frieda benaderd wordt door een oud-klasgenote, die bezorgd is om het vreemde gedrag van haar tienerdochter. Als psychotherapeute gaat Frieda een paar gesprekken aan met het meisje en komt er achter dat het kind op dezelfde wijze verkracht is als zij zelf op die leeftijd. Is diezelfde man nog steeds bezig? Die vraag wordt nijpender als er een aantal moorden blijkt te zijn gepleegd, die door de politie steeds als zelfmoorden worden afgedaan. Frieda gaat op zoek naar het verleden om het heden een halt toe te roepen. Er zijn verwijzingen naar de vorige drie delen, maar het hindert niet als je ze niet gelezen hebt, spannend blijft het.

november 2014

Eigenlijk geloof ik niet dat ik ooit eerder iets van een Deense schrijver gelezen heb. Noors en Zweeds natuurlijk wel, zelfs Fins, en de schrijfstijl van de Deen Jussi Adler-Olsen lijkt daar wel wat op. Dit alles in vertaling uiteraard. Het gaat hier om De noodkreet in de fles (ADLE), een politieroman. Het is een lijvig boek van bijna 500 bladzijden, maar het leest best vlot, het viel me toch niet te lang. Op een politiebureau in Kopenhagen werkt Afdeling Q, die oude, doodgelopen zaken moeten oplossen. Ze krijgen de stukken van een fles toegestuurd, die in Schotland aangespoeld is met een bijna onleesbare boodschap erin. Dankzij de proloog weet je als lezer al dat hier iets heel ergs gebeurd is, maar het duurt even voor de politie ook tot die conclusie komt. Er lopen de hele tijd twee verhalen doorelkaar: dat van de seriemoordenaar, hoe hij te werk gaat en waarom hij die vreselijke dingen doet, en dat van de politieinspecteur en zijn twee medewerkers, hun speurwerk en hun privéleven. Dan komt er nog een derde draad bij: de reactie en resulterende actie van de ouders van een paar ontvoerde kinderen. Dit vlechtwerk vertelt het verhaal en de uiteindelijke ontknoping, waarbij je als lezer meteen wat meer leert over het platteland van Denemarken en de manier van leven daar – en wat een ongelofelijke hoeveelheid religieuze secten ze daar hebben.

Tommy Wieringa mocht dit jaar het Boekenweekgeschenk schrijven en het werd Een mooie jonge vrouw (WIER). Hoofdpersoon is Edward, hij is microbioloog en viroloog (grappig hoe 1 letter verschil er een zoveel vrolijker vak van zou maken), hij doet onderzoek en geeft colleges, en hij is 42 jaar. Als hij de mooie 28e jarige Ruth ontmoet vindt hij zichzelf opeens stokoud – wat een beetje dwaas aandoet als je als lezer zelf al in de zeventig bent. Edward is blij verbaasd als Ruth hem ook leuk vindt, ze gaan samenwonen, ze trouwen zelfs. Eind goed, al goed, zou je denken. Maar nee, als Ruth een kind wil en dat niet lukt – waarbij Edward de zwakke schakel blijkt te zijn – maar er uiteindelijk toch een zwangerschap geconstateerd wordt, ziet Edward opeens de aantrekkelijkheden van een meisje op zijn werk en begint een affaire met haar. Zo doen mannen dat altijd als hun vrouw in verwachting is, maakt hij zichzelf wijs, hij heeft tóch al zo’n moeite met dat ouder worden. De baby wordt geboren en blijkt al gauw veel te huilen. Na een paar maanden bedenkt Ruth dat kleine Morris waarschijnlijk allergisch is voor zijn vader en of pa maar op zolder wil gaan slapen? En zo raakt de hele zaak van de rails, terwijl Edward zich verbijsterd af loopt te vragen wát er in vredesnaam verkeerd is gegaan. De puinhoop die een man van zijn veelbelovende leven maakt is geen echt vrolijk onderwerp, maar Tommy Wieringa heeft het meesterlijk beschreven.

De Rode Zee kust van Egypte, aan de Sinaï kant, de woestijnbewoners zijn rondtrekkende bedoeïnen, die de helft van het jaar aan de kust doorbrengen en de andere helft in de bergen. Een jochie van vijf valt uit een boom en is daarna doof. Hij praat ook niet meer. Niet dat dat nou zo’n onoverkomelijk bezwaar is: in zijn stam wordt een op de zeven kinderen toch al doof geboren en ze communiceren daarom allemaal met gebarentaal, zelfs degenen die kunnen spreken. Maar als de jongen – Abid’allah is zijn naam – tegen de twintig is, leert hij een eenzame dolfijn kennen die in de baai is komen wonen. Er ontstaat tussen die twee een unieke vriendschap, ze zwemmen dagelijks samen en ze begrijpen elkaar. Al gauw merkt de hele gemeenschap dat er iets bijzonders aan de hand is en in een mum van tijd heeft dat nieuws zich verspreid via de weinige buitenstaanders die het gebied ooit bezoeken. En dan is het hek van de dam, van over de hele wereld stromen de mensen toe om die dolfijn óók te ontmoeten en met haar te zwemmen en de helende kracht van haar aanwezigheid te voelen. Pascale Noa Bercovitch, die als jonge vrouw zonder benen toch een carrière als documentairemaakster heeft weten op te bouwen, gaat ook naar Mezaïna om te kijken wat er waar is van al die verhalen. Ze schreef er het boek De jongen en de dolfijn (155.4512 BER) over, en wat een bijzonder verhaal is dat geworden. Vooral omdat je weet dat het allemaal echt zo gebeurd is en Pascale niet alleen even een bezoekje bracht, maar maanden bleef, als deel van de gemeenschap, zodat ze er uit eigen ervaring over kon schrijven. Een boek met veel ontroerende momenten en heel veel interessante informatie over dolfijnen.

Voor ik doodga (DOWN), een titel die veel lezers afschrikt. Toch nog altijd een taboe onderwerp. En in dit boek gaat het niet eens om een oudere, Tessa is een meisje van 16, dat weet dat ze haar volgende verjaardag niet zal halen. En er zijn nog zoveel dingen die ze had willen doen! Ze maakt een lijst, probeert het allemaal stuk voor stuk af te werken, meest typische tienerdingen, maar niet zo makkelijk uit te voeren in zo’n korte tijd en altijd komen de ziekenhuisbehandelingen er ook weer tussendoor. Gelukkig heeft Tessa vriendin Zoey om haar te helpen, die weet overal raad op, is al wat ervarener in sommige dingen. Tessa woont met broertje Cal bij haar vader, die vanwege haar ziekte zijn baan heeft opgegeven en voor haar probeert te zorgen. En dat is geen simpele taak met zo’n opstandige, ondernemende patiente. Moeder woont apart, maar wordt ook steeds meer betrokken bij Tessa’s ziekte. Dat is dan weer een pluspunt, misschien komen de ouders ooit weer bij elkaar. Het boek zit vol pluspunten, die Tessa overal weet te zien tussen de wanhoop door. En dan wordt ze ook nog verliefd op de buurjongen en dat is het beste van alles. Jenny Downham heeft het beschreven alsof het haar eigen leven betreft, zo ongelofelijk goed aangevoeld, echt van binnen uit. En als u nu denkt dat het toch allemaal triest is en dat u daar bepaald niet om zit te springen, dan hebt u het mis. Dit is zó mooi en gevoelig beschreven dat de tranen je over de wangen lopen en als Tessa sterft, dan weet je net als zij zelf: het is goed zo.

Vusi Khumalo (759.968 KHU) is niet echt een schilder. Hij maakt collages, die op het eerste gezicht wel op schilderijen lijken, maar gebruikt er allerlei materialen bij, zoals stukjes zink, lap, hout en zelfs steentjes. Zo maakt hij zijn collages die het townshipleven in Zuid-Afrika uitbeelden. Met verbluffend veel detail en ongelofelijk perspectief geeft elk van zijn werken je inderdaad een kijkje in zo’n woonbuurt of plakkerskamp. Ergens doet zijn stijl een beetje aan die van Grandma Moses denken, hetzelfde ‘naïeve’ type werk, maar dan zonder het kinderlijke effect. De moeite waard om de catalogus van een van zijn tentoonstellingen die we onder bovenstaand nummer hebben eens te bekijken.

Oktober 2014

HetLiedVanDeAarde

Het staat bij de romans en volgens de beschrijving achterop is het dat ook, maar eigenlijk is Het lied van de aarde (SAS) toch niet echt een roman. Anne-Marie ‘t Sas is filosofe en theologe en docente aan een Hogeschool. In haar loopbaan heeft ze kennelijk geleerd dat de beste manier om mensen iets uit te leggen is door ze een verhaal te vertellen, zoals Jezus deed met de gelijkenissen. Het avontuur van Myra – het lijkt me een alter ego van de schrijfster – is een zoek- en ontdekkingstocht in de spiritualiteit. Myra komt terecht in een kasteeltje waar eerst niemand lijkt te zijn, maar waar ze toch Edu tegen het lijf loopt. Hij neemt haar mee naar verschillende kamers, kelders, en andere ruimten en overal komt Myra weer een ander aspect tegen van waar ze zelf altijd al mee worstelde. Edu legt haar van alles uit en als gesprekspartner helpt hij haar duidelijkheid te vinden over haar eigen geloof en intuïtie. Sommige dingen die hij haar vertelt schudden nogal aan de grondvesten van haar geloof, ze wordt gedwongen te denken over dingen die ze nooit aan heeft durven roeren. Ik kon me heel vaak vereenzelvigen met Myra en vond het een heel boeiend boek. Extra jammer dan ook dat ik de eerste was die het las, terwijl het al sinds 2002 op onze planken staat.

 DitZijnDeNamen

Het boek Dit zijn de namen (WIER) van Tommy Wieringa kregen we vorig jaar al, maar ik liet het eerst eens even liggen omdat er zoveel over geroepen werd. ‘Beste boek van het jaar!’ en meer van dat soort kreten. Zoiets ontmoedigt me altijd een beetje. Maar wat blijkt dan bij lezing? Het is inderdaad een uitstekend boek en bovendien zo anders dan andere en dat vind ik altijd erg plezierig.

In een fictief stadje – het doet aan als ergens dichtbij een grens van Rusland, maar staat in geen enkele atlas – is Pontus Beg commissaris van politie. Er sterft een rabbijn en door de susah die de begrafenis meebrengt en zijn kennismaking met de enig-overgebleven Jood in het stadje komt Pontus op het spoor van zijn eigen afkomst en dat veroorzaakt een totale ommekeer in zijn leven.

Intussen zwerft er een naamloos groepje mensen door de steppe, zonder onderdak en totaal verhongerd zijn ze op zoek naar de bewoonde wereld, nadat ze door mensensmokkelaars de grens van hun land over zijn gezet. Hun interactie en belevenissen wisselen het verhaal van Pontus af en beide verhalen zijn fascinerend. Niet te geloven hoe Tommy Wieringa zich in deze omstandigheden heeft ingedacht en hoe hij hun gevoelens en handelingen in beeld brengt. Er is een zwarte man bij de zwerfgroep en zelfs in deze omstandigheden steekt de rassenhaat zijn kop op. Eigenlijk is het bijna griezelig hoe ze hun daden elke keer weten te rationaliseren, hoe je als lezer tegen wil en dank begrip krijgt voor wat deze mensen doen, zelfs als het door geen enkele beugel meer kan. En dan komen de zwervers bij het stadje aan en vloeien de twee verhalen samen. Al met al een knap stukje werk van Wieringa, kennelijk een man met diepgang.

 hettulpenvirus

In Het Tulpenvirus (HERM) haakt Daniëlle Hermans in op de tulpengekte van de zeventiende eeuw. Haar verhaal speelt in de tijd van nu, maar er zijn flashbacks naar 1637: een moord, een tulpenveiling in Alkmaar, een bijzondere tulpenbol, allemaal spelen ze een rol in wat er later in Londen en Amsterdam gebeurt. Vreselijke moorden – notabene door een huurmoordenaar uit Kaapstad gepleegd! – en een paar vrienden die ze proberen op te lossen, met gevaar voor hun eigen leven, al realiseren ze zich dat pas te laat. De geschiedenis van de tulp als rode draad er tussendoor vond ik heel interessant.

 DeHandVanDeSchilder

In musea overal in de wereld hangt een aantal schilderijen die op elkaar lijken en duidelijk met elkaar te maken hebben – voor degenen die daar oog voor hebben dan. De schilder is onbekend, maar men is het erover eens dat ze dateren uit eind 16e, begin 17e eeuw. Er is al veel onderzoek naar gedaan en de meningen verschillen, want er is een mysterie bij betrokken. Toen koning Hendrik IV van Frankrijk op 2 maart 1599 bekend maakte dat hij van plan was met Gabriëlle ‘d Estrées, zijn maïtresse, de moeder van zijn kinderen, te zullen trouwen, stierf zijn bruid binnen vijf weken op een verschrikkelijke manier. Nooit is men er achter gekomen of ze vergiftigd was of stierf aan zwangerschapsvergiftiging en hoe achterhaal je dat na meer dan 400 jaar? Het fascineerde Wolfram Fleischhauer zo, dat hij een speurtocht begon in bibliotheken en archieven en zelfs tot een conclusie kwam. In De hand van de schilder (FLEI) heeft hij die in romanvorm beschreven. Natuurlijk komt er een zekere hoeveelheid speculatie bij te pas, hij geeft de schilder ook een naam, maar door de enorme hoeveelheid documenten en oude boeken die Fleischhauer heeft doorgenomen – hij ontdekte zelfs een stel gecodeerde diplomatieke brieven – krijgt het verhaal een heel authentieke tint. Als lezer word je geconfronteerd met het eeuwige oorlogvoeren in die tijd en het rommelige, zedenloze leven van de regerende vorsten, waar door afgekochte pauselijke besluiten nog een zekere schijn van fatsoen aan werd gegeven. Toch bemoedigend om te lezen dat er wel een mate van zelfs bijna modern aandoend politieonderzoek was, dat men misdadigers probeerde te vinden, te verhoren en te straffen. Ook dat blijkt uit die oude documenten. Geen makkelijk boek, maar interessant omdat het écht gebeurd is.

 DeLaatsteZomer

We blijven nog in Frankrijk, nu in de moderne tijd. Een broer en een zus. Ze gaan samen een weekend naar een eiland, waar ze vroeger als kinderen fijne vakanties doorbrachten en Mélanie herinnert zich opeens iets dat ze al die jaren vergeten was. Het is alsof er een luik opengaat en een wild dier wordt losgelaten. Nooit zal er meer iets hetzelfde zijn.

Mélanie wil niets weten van het geheim dat zich ontvouwt, maar Antoine kan het niet loslaten tot hij alles achterhaald heeft en eindelijk weet waarom en onder wat voor omstandigheden hun moeder 34 jaar geleden zo plotseling stierf. Hun huidige omstandigheden spelen daar een rol in, de stroeve verhouding met hun vader, hun vreselijke grootmoeder, Antoines echtscheiding en de problemen met zijn puberende kinderen. Tatiana de Rosnay heeft in Die laatste zomer (ROSN) een stel levensechte karakters neergezet en vooral hoofdpersoon Antoine is iemand waar je echt sympathie voor gaat voelen. Angèle, die hij als gevolg van het weekend-weg ontmoet en die zo’n heilzame en helende invloed op hem heeft, is de gouden draad die door het hele boek loopt. En dan komt er nog bij dat het door Iris van der Blom zo prachtig vertaald is.

september 2014

Et_Cetera

Et Cetera en al dat andere Latijn – ‘Leer Latijn en leef langer!’ (478 MOU), nou ja, wat een titel! Zoveel langer dan me beschoren is wil ik in elk geval niet leven, maar aan de andere kant, ben je ooit te oud om te leren? Het is in elk geval een speels boekje, je moet dat leren niet te ernstig opvatten, en er staan leuke passages in. Wetenswaardigheden ook, al denk ik dat het oorspronkelijke Engels leesbaarder zou zijn. De vertaler begint op blz 20 al met een rare fout: er staat ‘shortbread’ in het Engels, mijn favoriete soort koek, maar hij (zij?) maakt er maar liefst ‘zwezerikken’ van (sweetbread).

Schrijver Harry Mount biedt de lezer ‘een aangename rit langs de grondbeginselen van Latijn’ aan, ‘zonder bloed, zweet en tranen’. En ik vraag mij dan af waarom hij er Churchills ‘zwoegen’ (I have nothing to offer but blood, toil, tears and sweat’) niet bij noemt. Is dat er dan stiekem wel bij nodig? Maar goed, je kunt er echt handige zinsneden uit leren, zoals ‘Ik wil Cameron Diaz zoenen’ – en voor het eerst nam ik kennis van het feit dat Julius Caesar Brutus bij de infame moord in het Grieks aansprak en dat dat dus heel anders klonk dan het ‘Et tu, Brute’ van de Shakespeareaanse fictie.

Het laatste deel is een alfabetische verduidelijking van al die ingewortelde Latijnse uitdrukkingen, gewoon om nog eens na te gaan of we ze wel altijd goed gebruiken.

 familieportret

Een opmerkelijk debuut was Het familieportret (BLUM), dat in 2010 in het Nederlands uitkwam en het jaar daarop zijn 22e druk al beleefde. Het is het verhaal van Anna, een Duits meisje dat aan het begin van de 2e WO verliefd wordt op de joodse dokter Max, die opgepakt wordt voor hun dochtertje geboren wordt. Anna krijgt onderdak bij een bakkerij, waarvan de eigenares in het verzet tegen de Nazi’s zit, en wordt daar ook bij betrokken. Om haar kind te beschermen en samen te overleven protesteert ze niet als een Duitse officier haar als minares uitkiest, al betekent dat niet dat ze verder zonder problemen de oorlog doorzeilt. Als bij de capitulatie de officier vlucht, komt Anna een Amerikaanse soldaat tegen, die met haar trouwt en haar en het kind meeneemt naar zijn boerderij in Minnesota. Nooit praat Anna over het verleden, zelfs niet als Trudy, volwassen geworden, een foto vindt van moeder en haarzelf met de Nazi officier en vragen gaat stellen. Het boek is knap geschreven, met elke keer een gedeelte in het nu (1997) en dan weer in de oorlog, zodat je begrijpt waaróm Anna er het zwijgen toe doet. Het geschiedkundige onderzoek dat Trudy – ze is professor in geschiedenis – doet naar de destijdse reacties van gewone Duitsers op wat de Nazi’s aanrichtten, maakt het extra interessant. Jenna Blum kan goed schrijven!

 Ingewikkeld_Kind

Het debuut van Vera Marynissen heet Ingewikkeld kind (MARY). Carol, een meisje van tien (als je zelf een kleindochter hebt van die leeftijd kun je je daar iets bij voorstellen), er zijn ook nog een vader, een moeder, broers, een zus-in-een-inrichting (‘je mag geen gesticht zeggen’) en een alom tegenwoordige oom Frans. Het kind observeert, begrijpt veel dingen maar half of helemaal niet omdat ze buiten de kennis liggen die een onbezorgd kind van die leeftijd hoort te hebben. Men vindt haar lastig, onhandelbaar soms, ze wordt vaak met een kluitje in te riet gestuurd of met wat geld voor snoep naar de winkel. Moeder heeft hogerop-ambities, vader ‘vergadert’, al weet Carol daar het fijne niet van. ‘Wat de mensen ervan denken’ blijkt een belangrijke factor te zijn bij alles wat men doet. In korte, puntige zinnetjes, als scherpe glasscherven waar je je aan kunt snijden, vertelt Carol zelf het verhaal en bij elke scene is het net of de deur dicht wordt gedaan voor je goed gezien hebt wat er gebeurt. Zo voelt het dus voor Carol zelf ook. Tot je uiteindelijk op de laatste paar bladzijden bevestigt krijgt wat je al vaag vermoedde, en zelfs daar moet je tussen de regels door lezen.

 Het-chalet

Als fan van de eerste Suzanne Vermeer boeken zit ik nu met een probleem. Sinds Paul Goeken – wiens pseudoniem dat was – stierf, is er een nieuwe schrijver (schrijfster?) gekomen die de schuilnaam heeft overgenomen. Als leek vraag je je af hoe dat kan en of dat zomaar mag, maar uitgever Bruna heeft er kennelijk geen bezwaar tegen. Vorig jaar werd Het Chalet (VERM) gepubliceerd, inderdaad een boek in de trant van de vorige ( niet het eerste van deze ghostwriter). Twee hartsvriendinnen, wier levenspaden door onenigheid wat uitelkaar zijn geraakt komen op IJsland weer bijelkaar.Daar gebeuren akelige dingen, iemand heeft het op Sara’s leven voorzien en waarom? De beschrijvingen van de IJslandse natuur zijn schitterend, je zou er zo eens een kijkje gaan nemen (als het er maar niet zo koud was!), er worden wat locale legenden verteld, de dialoog is vlot en natuurlijk, het geheel zeer leesbaar. En toch miste ik iets van de authenticiteit, van het ‘dit kon best echt gebeurd zijn’ van de vroegere Suzanne Vermeers.

 Legende-van-een-zelfmoord

Een moeilijk boek is Legende van een zelfmoord (VANN), een ‘semi-autobiografisch’ verhaal van David Vann. Alvast geen vrolijk onderwerp natuurlijk en wat een zielig idee dat de schrijver veel van deze dingen zelf heeft moeten meemaken. Geen wonder dat hij er zo vanbinnenuit over kan schrijven. Het proza is prachtig, de natuurbeschrijvingen bijna als foto’s, zodat de onherbergzame wereld van Alaska nog lang op je netvlies blijft plakken. Een raadselachtig boek ook, want wat er op de achterkant staat is niet wat er in het boek gebeurt. Of toch weer wel? Het laatste hoofdstuk maakt wat eraan voorafgaat eigenlijk onbegrijpelijk. Maar vooral de hoofdmoot van het verhaal, het maandenlange verblijf van de jongen van dertien met zijn vader in volkomen isolatie in de ijzige wildernis, zijn worsteling om zijn vader te begrijpen, de practische problemen die ze constant tegenkomen, hoe het toegaat in die primitieve hut, dat is allemaal prachtig beschreven. Daar kun je je voorstellen dat de schrijver zoiets zelf heeft meegemaakt. Mijn hart ging uit naar Roy, het zelf hebben van kleinzoons van die leeftijd gaf een extra dimensie aan het boek.

Verder vond ik nog een vertederend boekje in de afdeling humor: Het leukste uit Dinges (808.87 MEU), waarin hoogtepunten uit een oude tv show opgehaald worden. Kinderen aan het woord, ze moeten een woord uitleggen, dat grote mensen dan moeten raden. Korte zinnetjes dus, sommige zo voordehandliggend en nuchter, andere verzandend in hun eigen niet- of nauwelijks begrijpen en soms heel onthullend en misschien minder leuk voor de ouders. Je blijft glimlachen.

Augustus 2014

En_uit_de_bergen_kwam_de_echo

Een broertje en een zusje die erg aan elkaar gehecht zijn, worden van elkaar gescheiden. Pari, het zusje, krijgt een heel ander leven bij een stel rijke ouders, ze vergeet haar vroege jaren al gauw. Abdullah blijft achter in het arme Afghaanse dorpje en blijft zijn zusje zijn hele leven missen. In En uit de bergen kwam de echo (HOSS) vertelt Khaled Hosseini de hele geschiedenis, ook van de volgende generatie en hij doet dat door brokken van hun verhaal in een kaleidoscoop te gooien en doorelkaar te schudden. Het fascinerende beeld dat daaruit ontstaat, is een boek geworden dat je niet weg wilt leggen tot je het helemaal uit hebt. Wat kan dié man schrijven!

Onder verdachte omstandigheden

Amy Gutman is aan Harvard afgestudeerd in de rechten en heeft een aantal jaren bij een groot advocatenkantoor gewerkt. Die achtergrond gebruikte ze om haar debuutroman Onder verdachte omstandigheden (GUTM) te schrijven. Het is geen politieroman en ook geen detectiveverhaal, eigenlijk gaat er geen enkele hoofdpersoon op zoek naar de dader van de twee moorden – een moord en een zelfmoord zegt de politie – waar een advocatenfirma mee te maken krijgt. Kate werkt er als beginnend medewerkster, ze heeft er nog niets te zeggen, maar wel een eigen kantoor. Ze vindt een aantal dingen wel verdacht, maar is eigenlijk meer bezig met haar privéleven en wat daaraan schort. Toch raakt ze meer en meer betrokken bij wat volgens de politie al opgelost en afgehandeld is en in een vrij verrassende ontknoping blijkt wat er werkelijk gebeurd is. Het begin van dit boek vond ik nogal verwarrend met zoveel namen van personen, maar gaandeweg werd dat beter en toen werd het ook spannend.

Ik_kan_alles

De vakliteratuur begint met Deweynummer 000, net voor je bij 001 komt, waar al die computerboeken staan en grappig genoeg ook die over UFO en andere buitenaardse onderwerpen (computers→www→heelal?). Maar 000 is zou je zeggen geen classificatie en daar staan dus boeken die over alles of niets gaan. We hebben daar maar één boek staan: Ik kan alles (000 BIE), met als ondertitel Survivalgids voor het dageljks leven. Rob Biersma en Warna Oosterbaan hebben enorm hun best gedaan om allerlei uiteenlopende dagelijkse karweitjes te belichten en te vertellen hoe je ze het best kunt aanpakken. Nou zit je na 58 jaar huishouden niet te springen om een artikel over hoe je moet strijken of stofzuigen, maar een man die plotseling alleen komt te staan wil dat misschien juist wel weten, en een vrouw die alleen komt te staan wil niet bij alle klusjes en reparatietjes de man van een vriendin lenen, dat zet maar kwaad bloed. Er zijn handige tips bij voor dingen die je misschien maar zelden hoeft te doen en je merkt dat je niet overál meteen een expert bij hoeft te halen. Verder kan weten hoe je moet brandblussen, op internet kopen of een praatje houden natuurlijk handig van pas komen. Het aardigste van dit boekje is eigenlijk dat het zo geestig geschreven is, gewoon leuk om te lezen.

Kind_van_de_golven

Louise Longo laat zich door haar ex-man ompraten om met hem mee te varen op zijn nieuwe zeilboot van Frankrijk naar Senegal. Hun dochtertje Gaëlla van nog geen zes gaat mee. Louise voelt er eigenlijk niet voor, maar gunt Bernard die tijd met zijn dochter samen, hij is toch ook haar vader. Na vijf dagen aan boord stormt het in de Golf van Biskaje. Ik heb over de jaren daar zelf twee stormen meegemaakt en op een groot passagiersschip is dat verschrikkelijk – de tweede keer raakte er zelfs een matroos levensgevaarlijk gewond – maar op een kleine zeilboot, al heeft hij een motor, blijkt het fataal te zijn. Bernard, Louise en Gaëlla weten met moeite in hun gauw opgeblazen reddingsvlot te komen en zien hun schip wegdrijven.

Ze blijken in de haast geen eten meegenomen te hebben, het vlot (van Nederlandse makelij!) blijkt een klein lekgaatje te hebben en helemaal niet toegerust te zijn met de meest essentiële dingen, hun drinkwatervoorraad is zeer beperkt en er komt geen redding. Stomweg omdat niemand dat vlot ziet drijven en niemand weet dat er gezocht zou moeten worden. Louise heeft het verhaal later geschreven, niet alleen om te vertellen wat er gebeurd is in dat vlot, maar vooral om zich te verdedigen tegen de waanzinnige aanklachten die er tegen haar geuit werden toen ze eindelijk na ruim twee weken gered werd. Zij alleen, Bernard was binnen een week al gestorven en Gaëlla op de dag voor de redding! Men wilde niet geloven dat dat zuivere koffie was, dat Louise op alleen wat regenwater overleefd had, dat er niet ergens een slechte bedoeling achter zat. Het is een rauw verhaal, hoe het is om in zo’n rubberen ruimte van een paar vierkante meter met een steeds groeiend – en maar hozen! – laagje water op de bodem opgesloten te zitten, altijd nat en koud, hongerig, kramp, kwaad en wanhopig, proberen de moraal erin te houden terwille van het kind. De verwondingen, de practische sanitaire problemen en uiteindelijk een dood lichaam dat na drie dagen toch echt wég moet. Ik denk dat het Louise uiteindelijk geestelijk gered heeft om het allemaal op te schrijven: Kind van de golven (LONG), wát een verhaal!

 De_affaire

De Engelse schrijfster Santa Montefiore is een vage vriendin van onze koningin Máxima, terwijl zij en haar man ook in de kringen van prins Charles verkeren. Geen wonder dat ze met zoveel zelfvertrouwen schrijft over hoe het in de beter gesitueerde regionen toegaat. In De affaire (MONT) ontmoet Angelica een Zuid-Afrikaanse wijnboer uit Franschhoek bij een etentje en ze worden meteen verliefd. Er volgt een steeds intiemer wordende briefwisseling per email en als Angelica, die schrijfster is, een promotietournee naar Z-A aangeboden krijgt, grijpt ze die met beide handen aan. Er is wel een probleem, ze is eigenlijk gelukkig getrouwd en heeft twee leuke kinderen, dus een affaire met een – ook al getrouwde – man is geen goed idee. Angelica en haar vriendinnen hebben kinderen op een dure school, die ze met hun 4×4’s ophalen. De vriendinnen delen elkaars geheimen, gaan regelmatig uit lunchen, regelen gezellige avondjes met de mannen erbij. Montefiore beschrijft elke keer dat iemand zich aankleedt uitgebreid de kleding, merknamen en al. Het gaat hier om de elite! Ik las het boek speciaal om de Z-A connectie, waarbij de beschrijving van Kaapstad, de wijnboerderij bij Franschhoek (een plaats waar ik zelf jaren woonde) en Stellenbosch me een beetje verbaasde, totdat ik achterin las dat de schrijfster er maar 1x geweest is voor een promotietournee en haar verdere informatie uit een paar brieven had gehaald. Bij de Helderberg Village Library waar ik werk worden de Montefiore boeken zeer regelmatig uitgeleend en elke nieuwe titel wordt meteen aangeschaft. Het is erg lichte lectuur, maar daar kunt u natuurlijk best eens zin in hebben en dan leest u meteen eens hoe de andere helft leeft. Ik weet nu opeens ook een stuk meer over dure modemerken.

Juli 2014

Wat een ontzettend aardig boek is Eeuwelingen (OORD), geen roman, al staat het daar wel, maar een serie interviews met honderjarigen. Bij de eeuwwisseling in 2000 kwam Steffie van den Oord op het idee om mensen die die hele afgelopen eeuw meegemaakt hadden te interviewen voor de radio. Het was niet moeilijk om die mensen op te sporen, want er bleek iemand te zijn die als hobby een archief over ze heeft aangelegd. Het was dus een kwestie van contact leggen, afspraken maken en bij elk van de 22 uitgekozen over-de-honderd-jarigen een paar keer langs gaan met de recorder. Het mooie is dat Steffie, behalve een korte inleidende alinea over elke geïnterviewde, zelf helemaal buiten beeld blijft. Geen sturende vragen, geen concluderende opmerkingen die nergens op slaan, gewoon laten praten, al ging dat, zoals ze zelf in het voorwoord zegt, wel eens heel langzaam en moeizaam. Er komen de meest uiteenlopende mensen aan het woord, zowel mannen als vrouwen, en wat een prachtig beeld krijg je dan van die voorbije eeuw zoals de gewone man/vrouw die ervaren heeft. Er is er niet één uit te pikken om extra aandacht aan te geven, ze zijn allemaal even interessant, soms bijna vertederend, maar een man die schoolhoofd werd hoewel hij zelf niet eens de lagere school had afgelopen vond ik toch wel héél bijzonder. En ik kom tot de conclusie dat je de meeste kans hebt op een lang leven als je de handen uit de mouwen weet te steken, het leven neemt zoals het komt en er geen grote klaagpartij van maakt. Een redelijke gezondheid is wel mooi meegenomen natuurlijk.

 

Dat Niccolò Ammaniti goed kan schrijven heb ik u al eens eerder verteld. Hij verdient er prestigieuze prijzen mee. Ik las zijn derde boek Zo God het wil (AMMA) een paar jaar geleden in het Engels en zie nu tot mijn vreugde dat onze bibliotheek het in het Nederlands gekregen heeft. Het is het verhaal van het jongetje Cristiano en zijn chaotische leven. Cristiano zou dat best anders willen, maar hij heeft alleen een vader en die drinkt, zit zonder werk ook, chronisch geldgebrek natuurlijk en daardoor een permanent rothumeur, waar Cristiano dan de dupe weer van is. Vader Rino heeft een paar vrienden, ook al van die wankele karakters, en samen besluiten ze een overval te gaan plegen om aan geld te komen. Natuurlijk gaat er van alles fout, dat voel je aankomen, maar Ammaniti weet al die karakters prachtig te beschrijven. Een nogal aards boek, maar het gaat hier dan ook over mensen met weinig opleiding en een vrij beperkte vocabulaire, daar kun je niet de meest gekuiste taal van verwachten. Maar het verhaal is heel knap inelkaar gezet en je gaat na een paar bladzijden al van Cristiano houden.

 

Bekentenissen van een nieuwsgierig mens (ASSC) noemde Maarten Asscher zijn korte overdenkingen, een boekje dat bol staat van ‘quotable quotes’, wat per definitie grote leesbaarheid garandeert. Jarenlang liep Asscher met een aantekenboekje rond, sliep ermee naast zijn bed, om wat hij zag of wat hem inviel later uit te werken tot een stukje. Zo kom je de dure fles port tegen, het overgebleven stuk muur uit 1288, het speciale verhaal over de omslagfoto van het boek, de berekening dat er maar 85 generaties hebben geleefd sinds de oude Grieken – in ben niet goed in rekenen en zou tien maal zoveel ook geloofd hebben – de gevolgen die Armstrongs maanwandeling had voor meneer Gorsky, en een van de hoogtepunten: Napoleons bezoek aan Alkmaar. Van die weetjes waar je best zonder kunt, maar die toch iets aan je leven toevoegen. De synchroniciteit van het stukje over de 2e WO ontvoering op Kreta, waar ik notabene net een nieuwuitgekomen Engels boek over had gelezen terwijl ik voordien nog nooit van die gebeurtenis gehoord had, was mooi meegenomen. Dit alles geschreven in een huiselijk-vertellende stijl, een combinatie van observatie en speculatie die het bijzonder goed doet.

 

Dat kun je soms hebben – hoewel helaas niet vaak genoeg – dat een boek zo’n indruk op je maakt dat je niet weet wat je erover zeggen (of schrijven) moet. Je staat met een mond vol tanden, of in dit geval met een computer vol onrangschikbare letters. Ik vond er zoeen bij onze romans, helemaal niet nieuw, maar nog niet vaak uitgeleend: Pelgrim (FIND) door Timothy Findley. Meer dan 500 blz. maar in drie dagen had ik het uit, want ik kon het niet wegleggen. Geen lichte lectuur, je schiet er niet zomaar even doorheen, een boek met ongelofelijke diepgang.

Een man zonder voornaam, hij heet alleen maar Pelgrim, en hij leeft altijd al, door de eeuwen heen. Hij kan zich Troye herinneren en al die levens daarna, hij kende Leonardo da Vinci en Oscar Wilde en zoveel anderen. Hij was soms man, soms vrouw, herinnert zich geen enkele jeugd, het begint altijd plotseling bij 18 en hij kan niet sterven. Pelgrim heeft er zo ontzettend genoeg van, hij wil niets liever dan dood (= eeuwige rust), maar het lukt niet, zijn zelfmoordpogingen lopen op niets uit. Hij komt in 1912 terecht in de beroemde Burghölzlikliniek in Zwitserland onder behandeling van dr. Carl Gustav Jung. Pelgrim wil aan Jung bewijzen dat hij een groot probleem heeft, dat hij niet sterven kan; Jung wil Pelgrim bewijzen dat hij, Pelgrim, krankzinnig is en behandeld moet worden. Jung is eigenlijk de tweede hoofdpersoon in het boek, zijn privéleven is meesterlijk verweven in het verhaal – hoewel er enige dichterlijke vrijheid genomen wordt – en door het grote aantal historische figuren wint het verhaal steeds meer aan geloofwaardigheid. De filosofische en religieuze beschouwingen worden afgewisseld door de ondergrond van avontuur, als Pelgrim probeert, en erin slaagt te ontsnappen aan wat hij als een gevangenis beschouwt, en door de inhoud van Pelgrims dagboeken, die Jungs vrouw Emma als zijn trouwe researcher voor hem doorneemt, die licht werpt op zijn lange verleden.

Een boek dat zinnen als de volgende bevat is waard om gelezen te worden!

Wat het leven van ons verlangt is dat we meer doen dan het alleen ondergaan. Het vraagt van ons dat we zowel de beperkingen als de mogelijkheden ervan accepteren, terwijl het tegelijkertijd van ons eist dat we de grenzen ervan verleggen en de onsterfelijkheid trachten te bereiken.

 

Juni 2014

Een jongetje van vijf krijgt een puppy. Niets bijzonders, denk je dan, maar als dat joch autistisch is en de ouders al helemaal geen raad meer weten met zijn onmogelijke gedrag en absolute gebrek aan communicatie, en dat kleine hondje weet daar langzaam maar zeker een totale ommekeer in teweeg te brengen, dán is het een verhaal dat verteld moet worden. Dale’s moeder Nuala Gardner schreef een boek over haar zoon en zijn golden retriever hond: Mijn vriend Henry (GARD). Meer dan twaalf jaar was Henry een belangrijk gezinslid bij de Gardners, tot hij erg ziek werd en niet verder kon leven. In die twaalf jaar zorgde de invloed en de liefde van Henry ervoor dat Dale naar een normale school kon, een opleiding kon volgen en nu kan functioneren in de maatschappij. Behalve dat dit een moedgevend boek is voor ouders met probleemkinderen, toont het ook hoe belangrijk het is dat je als ouders voor zulke kinderen blijft vechten, vaak tegen domme regels en ongeïnteresseerde, over-één-kam-scherende sociale systemen in.

Zomaar in de wilde weg rondsnuffelen in de afdeling literatuur levert nog wel eens iets op. Deze keer Aan het eind van de dag (808.883 AAN), een verzameling dagboekfragmenten van min of meer bekende personen ‘om de nacht mee in te gaan’. Maar voor overdag zijn ze ook prima hoor, ik lag er met plezier ‘s morgens voor het opstaan in te lezen. Zoveel opgeschreven gedachten die bij mij een bel doen rinkelen. Hoe John Steinbeck en Charles Ritchie over zondagen denken bv. en Cornelis Verhoeven over de dood van zijn vader, hoe bewust gelukkig Virginia Woolf is, de bepeinzing van Peter Hawker bij het trouwen van zijn laatste kind. Zo verschillend als mensen reageren op seizoenen, de een stralend gelukkig met kleurende bladeren, Wim Kan altijd óngelukkig, ziet al dat moois niet eens, te druk met ‘tobben’ zoals hij het noemt. Je leert mensen ook kennen uit hun dagboek!

Wat me opvalt is dat mensen die een dagboek bijhouden bijna altijd ‘s avonds schrijven en zich schuldig voelen als ze eens een paar dagen overgeslagen hebben. ‘t Zit ‘m in de benaming, denk ik, had het dan ook geen dagboek genoemd. Noem het een ik-boek, wat je erin schrijft gaat toch meest over jezelf, dan ben je meteen van die schuldgevoelens af. Mij bevalt dat al jaren zo het beste.

Het Verhaal van mijn Vader (DAEL), een Vlaams boek van Henri van Daele over de jeugd van zijn vader. Geboren in 1918 als zoon van Grote Rie, de klompenmaker, is Wilfried-Arthur het vijfde kind, maar het eerste dat blijft leven. De gewone man heeft het niet makkelijk in die dagen. Prachtig beschrijft Henri hoe zijn vader als kleuter en lagere-scholier opgroeit, maar ook opa Grote Rie speelt een enorme rol in het verhaal. Een tijdbeeld met ontzaggelijk veel onopzettelijke humor en zo echt door de ogen van dat joch gezien, eerst volkomen niet-begrijpend, later met steeds meer inzicht in hoe de dingen werkelijk inelkaar zitten. De literaire aanleg van schrijver Henri was duidelijk al aanwezig bij zijn opa en op school kon vader Wilfried-Arthur ook goed overweg met de pen. Een talent dat een paar generaties incubatietijd nodig had om tot bloei te komen.

Een half Afrikaans, half Engels boek en toch in onze bibliotheek: Kaap van Slawe (326.0968 BAR) door Marthinus van Bart. In de Kaap uitgegeven en interessant voor ons die hier wonen. Een stuk geschiedenis, een apologie, een beschuldiging, een rechtzetting van de historische gegevens. Zelfs als je je er nooit erg in verdiept hebt weet je natuurlijk wel over slavernij, de mensonterende schande ervan, hoeveel eeuwen het doorging (in de jaren voor Christus al, daar kan Paulus van meepraten), de afschaffing, en de ellende die ook daar weer mee gepaard ging. De Engelsen komen er slecht vanaf in dit boek, ze hebben veel meer op hun geweten dan ze ooit toegegeven hebben. Elizabeth I gaf al officiëel toestemming voor slavenhandel (het bracht immers geld op!), maar het waren niet alleen zwarte en Maleise slaven. Oliver Cromwell was verantwoordelijk voor het verhandelen en deporteren van meer dan een half miljoen Ieren, en dan al die weeskinderen die de Engelsen deporteerden naar de Kaap en naar Australië, dat was ook allemaal slavenhandel. En intussen maar met de vinger wijzen naar de Nederlanders. Interessant vond ik ook hoe

slecht Thoman Baines was behandeld door David Livingstone en hoe de Engelse zendelingen de Boeren zwart maakten i.v.m. de slavernij. Elke zaak heeft twee of meer kanten, Bart vertelt het nu eens van een ándere kant.

Hoewel er meerdere boeken van Karen Armstrong op onze bibliotheekplanken staan, had ik nog nooit iets van haar gelezen. Het zijn dan ook geen makkelijke onderwerpen, misschien moet je er langzaam naartoe groeien. Ik begon nu toch maar eens in De Wenteltrap (248.2092 ARM). Karen trad op haar zeventiende jaar toe in een streng Jezuïtisch-gericht klooster en was zeven jaar lang een non. Ze probeerde heel hard de regels te volgen, dacht echt dat dit het beste leven voor haar was, maar dat bleek niet waar te zijn en toen ze zich dat eenmaal realiseerde vroeg ze dispensatie en vertrok, om te gaan studeren in Oxford. Dit zuiver autobiografische boek beschrijft de ongelofelijke worsteling van Karen om tot de normale wereld terug te keren, haar angstaanvallen, haar twijfels aan zichzelf en aan God. Ze heeft een aantal boeken over het geloof geschreven, een lange weg afgelegd om een filosofie te vinden waar ze zelf mee kan leven.

Als briljante studente heeft Karen een studiebeurs, verder spaart ze zoveel mogelijk, omdat ze denkt nooit een baan te zullen vinden. Zelfvertrouwen is er niet bij, dat is er in het klooster wel uitgepraat. Karen woont bij een professorengezin, waar ze in ruil voor kost en inwoning een paar maal per week op de autistische zoon van acht jaar moet passen. Prachtig zijn de beschrijvingen van haar omgang met deze jongen, hoe ze langzaam tot hem doordringt en wat van zijn angsten weet weg te nemen. Maar niemand neemt haar eigen angsten weg, die haar leven steeds meer gaan regeren. Karen komt tot de conclusie dat God niet bestaat, maar ze blijft nadenken, zich verdiepen in de grote religies, vergelijken en vooral wieden. Dit hele boek is één grote zoektocht naar het antwoord op de grootste vraag van de mensheid: niet waaróm bestaan we, maar hóe moeten we bestaan, hoe moeten we handelen om in harmonie te leven met het universum en vooral met elkaar. Hoe kunnen we de blinde gehoorzaamheid en de kritiekloosheid kwijtraken, ontkomen aan het barre land van de slaafse navolging van andermans opvattingen, onszelf ontplooien en zelfstandig blijven? Onderzoeken en overal vraagtekens bij zetten is Karens manier en een ommekeer van haar vroegere overtuiging is het verrassende gevolg. Dit is een prachtige ‘autobiografie van de geest’, een boek dat eigenlijk iedereen zou moeten lezen.

Mei 2014

Op mijn leeftijd ga je niet meer je hele huis opnieuw inrichten, maar als je dan zo’n boek als Wonen in landelijke sfeer (747 TRE) in handen krijgt en die mooie foto’s bekijkt, krijg je er wel zin in! Mary Trewby heeft al die huizen niet zelf ingericht, ze heeft ze overal bezocht en laten fotograferen en ze schreef er een tekst bij die je helemaal in die rustieke sfeer brengt. Een boek om eens een uurtje bij weg te dromen en wie weet nog eens een idee uit op te doen om zelf iets uit een kast te halen en ergens neer te zetten of op te hangen, een quilt ergens over te draperen, een leuke mand op een kast te zetten. Het zijn vaak zulke eenvoudige dingen die de gezelligheid aanbrengen.

Opgegroeid buiten Nederland heb ik nooit geschaatst, schaatsen alleen op tv gezien. Als sport speelt het een grote rol in het boek Winterliefde (DONC) door Carel Donck. Het wedstrijdrijden wordt zelfs zo mooi beschreven, dat ik het bijna jammer ging vinden dat ik dat nooit geleerd heb.

Jaap en Jitske ontmoeten elkaar op het ijs, maar Jaap woont niet in Friesland en het duurt een heel jaar voor ze elkaar weer zien. Dan blijkt de vlam die destijds in de pan sloeg nog hevig te branden en hoewel ze pas 19 en 17 jaar zijn beginnen ze al plannen te maken. Maar Jitskes rijke pa is er tegen en er is een andere – meer geschikte, vindt pa – kaper op de kust. Het wordt niks, achteraf heeft het kennelijk niet zo mogen zijn, maar het blijft een groot verdriet in allebei hun levens. Als Jitske ruim vijftig jaar later ziek wordt en ook begint te dementeren, neemt haar man een grote stap. Hij spoort Jaap, pas weduwnaar geworden, op in Brazilië en vraagt hem te komen. Carel Donck heeft heel mooi beschreven hoe Jaap Jitske voorzichtig terug leidt naar vroeger en hoe haar herinnering aan hun korte tijd samen haar helpt om de laatste horde te nemen.

Deena en Daniel wonen in NewYork en hebben pas een oud huis gekocht, dat ze zelf gaan opknappen. Ze zijn al zes jaar getrouwd en ze zijn best gelukkig, ondanks de duistere voorspellingen van Deena’s vader, die het huwelijk van het begin af al helemaal niet zag zitten. Ze zijn joods, Deena chassidisch opgevoed, Daniel meer met verboden en plichten. Dan brengt Daniel een vrouwelijke collega mee naar huis en opeens lijkt alles niet zo vanzelfsprekend meer.

In Afstand van Amerika (ABRA) schetst Pearl Abraham hoe Deena de afbrokkeling van haar huwelijksgeluk ervaart en hoe ze er op reageert door o.a. steeds vaker te gaan hardlopen, terwijl Daniel zich verongelijkt afvraagt wát hij nou eigenlijk verkeerd heeft gedaan, want hij kón toch niet anders dan zijn gevoelens volgen? Al met al eigenlijk wel een filosofisch boek, waarin je als vrouwelijke lezer veel sympathie krijgt voor Deena en meteen ook wat inzicht in de chassidische manier van denken.

 

Weer eens iets uit onze Afrikaanse afdeling: Neklis (839.363 DUP) door P.G. DuPlessis. Hij van de Kooperasiestories en Spies en Plessis vroeger op tv, de goochelaar met Afrikaans, de man van de verrassende wendingen. Korte verhalen, vaak over absurde situaties. De moeite waard om te lezen. En als u de titel niet helemaal begrijpt, denk dan eens aan een Engelse ‘necklace’, een streng van verhaaltjes dus.

 

‘Een boekje met een gouden randje!’ luidt de opdracht die ‘Mamma’ schreef, voor in De dood en het meisje (GERR), en de dochter – neem ik aan – gaf het later aan onze bibliotheek cadeau. De hoofdpersoon, ‘het kind’ – ze heeft geen naam – is zeven jaar en haar vader is dominee. Het boek vertelt over de gedachtenwereld van het meisje, ze denkt overal zo het hare van, maak haar niets wijs. Grote mensen zeggen vaak maar wat, maar als je goed oplet zie je dat het allemaal anders in elkaar zit dan ze je willen laten denken. Liselore Gerritsen heeft er een ontzettend origineel en leesbaar boekje van gemaakt, soms heel geestig, soms diep doorgedacht. Laat de titel u niet afschrikken, het kind is aan het eind echt nog springlevend.

Amoy ((SCHR) beschrijft de gebeurtenissen van een paar maanden in 1937/8. Louis Seghers, een advocaat in Batavia, wordt naar het Chinese eiland Amoy (tegenwoordig heet het Xiamen) gestuurd om uit te zoeken waarom niemand meer iets van de zakenman Freyler hoort. Zijn zoektocht brengt hem bij het kleinere eiland Go Long Su, het eiland waar de dichter Slauerhoff zo van hield. Hier ontmoet hij de Chinese vrouw Grace, die hem eerst fascineert en waar hij later hartstochtelijk verliefd op wordt. De zoektocht naar Freyler levert niet veel op, behalve informatie over illegale, lucratieve handel. Tot Seghers op lugubere wijze geconfronteerd wordt met het bewijs dat de man dood is. Intussen zijn de Japanners aan hun opmars bezig om China te veroveren en uiteindelijk zijn ook de eilanden aan de beurt. Allard Schröder, die pas na de oorlog geboren is, en dus deze decadente koloniale periode niet kan hebben meegemaakt, weet de sfeer onder de expats op de eilanden en de verhoudingen met de lokale bevolking uitstekend te treffen. Je waant je gewoon terug in die tijd.

 

Het zal je toch maar gebeuren, dat je op je vijftiende door je ouders uitgehuwelijkt wordt aan een man die ze niet eens kénnen, dat je dan naar een vreemd land (Nederland!) meegenomen wordt en door je schoonfamilie jaren lang als slaaf wordt gebruikt, de schoonzusters, zelf ooit kindbruidjes, maar al te blij om hun taken af te schuiven, terwijl de mannen in elk geval nooit werken, die leven van een uitkering. Mishandeld worden, nooit naar buiten mogen en geen woord kennen van de nieuwe taal. Maar dan hebben ze een slechte aan Fayza Oum’Hamed, die liet zich niet knechten zoals de meeste Islamitische vrouwen, die kwam uiteindelijk, na acht jaar opsluiting in opstand. Het was niet makkelijk om weg te komen, zeker niet met twee kleine kinderen, die ze coûte que coûte uit de handen van hun vader en grootvader wilde houden, maar het lukte haar wel, met – soms meer goedwillende dan efficiënte – hulp van Nederlandse overheidsinstanties. Fayza is uiteindelijk goed terecht gekomen, in het boek De Uitverkorene OUMH) vertelt ze haar eigen verhaal.