November 2000

Je kunt aan een boek beginnen en meteen in het eerste hoofdstuk weten: dit is goed, ik ben blij dat iemand dit zo geschreven heeft. Dit was er een: Yvonne Keuls verloor haar moeder, iets dat met velen van ons ook al gebeurd is. Je voelt je alsof je oorsprong weg is en daarmee ook de enige in de wereld die altijd, onvoorwaardelijk en ondanks alles van je hield. Yvonne Keuls dééd iets met haar verlies, ze boetseert haar moeder in woorden en weet haar weer leven in te blazen. Met Mevrouw mijn Moeder (KEUL) schreef ze een onvergetelijk, ontroerend en geestig portret. Ik was blij om op die manier óók kennis met haar moeder te kunnen maken.

Het was toen maar een kleine gedachtensprong naar Leonhard Huizinga’s Herinneringen aan mijn Vader (839.31092 HUI). Bij hem was het geen spontaan van zich afschrijven van zijn verdriet, want hoewel Huizinga Sr. stierf in 1945, werd het boek pas in 1963 gepubliceerd. We kennen L. Huizinga natuurlijk van zijn luchthartige romans, we hebben er een plank vol van, maar hier laat hij zich van een heel andere kant zien. Hij geeft een sympathiek en toch realistisch beeld van zijn beroemde vader, die met werken als o.a. Herfsttij der Middeleeuwen (940.17 HUI) en Erasmus (199.0092 ERA-HUI) naam maakte in de intellectuele wereld, maar bv. ook een snelteken-demontratie gaf in Koningin Wilhelmina’s huiselijke kring.

Wat mij erg trof was Leonhard Huizinga’s gedachte na de dood van zijn vader ‘dat hij nu nooit zijn vader meer iets zou kunnen vragen’.

Hoevelen van ons overvalt datzelfde gevoel als het al te laat is? En hebt u er wel eens bij stilgestaan, dat onze eigen kinderen dat later ook zouden kunnen denken? Misschien zoudt u zelf ook eens wat op moeten schrijven. De meesten van ons hebben daar op wat latere leeftijd toch best tijd voor.

Sommige grote firma’s laten voor hun 100-jarig bestaan een speciaal salontafelboek uitgeven. Er zijn er die dan alleen de geschiedenis van hun eigen bedrijf in het zonnetje zetten, maar de Rabobank, die in 1998 100 jaar werd, zag hierin een mooie gelegenheid om meteen de afgelopen eeuw eens te belichten. Ze gaven opdracht aan Jos van der Lans en Herman Vuijsje om allerlei aspecten van de 20e eeuw te onderzoeken en hieruit een portret te distilleren van de omgeving en de levenssfeer waarin de Rabobank groot is geworden. Het werd Lage landen, hoge sprongen (949.207 LAN) en het is reuze interessant, zowel wat de tekst als wat de vele foto’s aangaat.

 

Wie zin heeft in iets lichts kan terecht bij een hele serie boeken met cabaretteksten en –liedjes, verzameld door Jacques Klöters en Kick van der Veer. U vindt ze bij no. 781.96.

Nog iets lichts. Trouw-journalist A.J. Klei ging jaren lang voor zijn krant op stap en schreef daar stukjes over. Een keuze ervan is in een bundeltje uitgegeven, dat de titel Een schat van een man (KLEI) draagt. Eigenlijk zouden we een aparte plank moeten hebben voor columns, maar je kunt niet álles afzonderen, dus het staat gewoon bij de romans. Lees hem eens, ‘t is een soort gereformeerde Carmiggelt.

 

Iets heel anders is Wonderhormoon Melatonine (612.405 Boc) door Dr. Steven J. Bock en Michael Boyette. De ontdekking dat de pijnappelklier in onze hersenen, waarvan de doktoren door de eeuwen heen het nut niet ingezien hebben, nachtelijks het belangrijkste hormoon van allemaal druppelsgewijs produceert en daardoor de snelheid waarmee we al of niet verouderen én ons immuunsysteem reguleert, is nog betrekkelijk nieuw. Het boek vertelt ons niet alleen precies wat melatonine doet en waarom het zo belangrijk is er genoeg van te produceren in het lichaam, maar ook hóe we zouden moeten leven om die productie maximaal aan de gang te houden. Het belang van voldoende zon- en daglicht, van regelmaat in de dagindeling en van bepaalde soorten voedsel wordt benadrukt, maar meer opzienbarend vond ik de onthulling dat bepaalde veel-gebruikte medicijnen, slaappillen, lang uitslapen en electrische dekens zo schadelijk zijn voor dit hormoon. Het lijkt me een boek dat mensen die vaak ziek zijn, slecht slapen of ongewoon snel verouderen eens ter hand zouden moeten nemen.

Toen de kaapse schrijver J.M. Coetzee onlangs voor de 2e maal de engelse Booker Prijs won, kwam mij zijn boek IJzertijd (COET) weer in gedachten, dat ik een jaar of wat geleden las. De handeling speelt zich af in 1986 in Kaapstad, in de buurt rondom het Gardens winkelcentrum, een locale kleur die er een extra aantrekkingskracht aan geeft. Een vrolijk boek is het niet, maar het greep me zo aan dat ik er weken later nog over na liep te denken. Het is eigenlijk een lange brief van een eenzame oude vrouw, lijdend aan een steeds meer veld winnende kwaal, aan haar dochter in Amerika. Ze vindt een dronken zwerver die ligt te slapen in het steegje naast haar huis en geeft hem onderdak.

Ze praat met hem en leert een heel andere kant van de samenleving kennen, maar ze heeft ook steun aan hem en er ontwikkelt zich een eigenaardige verhouding van bijna onwillige wederzijdse afhankelijkheid. De vreselijke problemen van haar zwarte werkster, die in een krottenwijk woont, spelen een grote rol. Nee, zéker geen vrolijk boek, dat zijn Coetzee’s boeken nooit, maar hij weet je toch zo te boeien dat je blijft lezen tot het laatste woord.

 

Advertenties

Tags: , , , , , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s