Februari 2010

Van Loes den Hollander had ik nog nooit iets gelezen, maar ze bleek een ontdekking te zijn. Haar boek Naaktportret (DENHOL) leest vlot, goede dialogen. Marijke is heel gelukkig getrouwd met Lodewijk, haar tweede man. Ze heeft met moeite een ongelukkige jeugd achter zich gelaten en is nog lang niet klaar met het trauma van haar eerste huwelijk en het verlies van haar twee kinderen, maar met het heden is verder niets mis. Tot Lodewijk een ongeluk krijgt en er tegelijkertijd allerlei vreemde dingen gebeuren die verwijzen naar Marijkes verleden. Er komt een grote dreiging op haar af, maar ze weet niet uit welke hoek. Het boek vertelt over het heden, maar omdat Marijke elke keer gedachtenassociaties heeft die herinneringen oproepen, wordt gaandeweg ook het verleden duidelijk. Heel knap gedaan en daardoor een vloeiend verhaal.

Nog iemand die nieuw voor mij was en weer een ‘literaire thriller’. We hebben tenslotte allemaal vakantie van de bibliotheek, dus we lezen lichte lectuur. Maar wel spannend! In Rendez-vous (VERH) vertelt Esther Verhoef over een jong gezin, dat de schepen in Nederland achter zich verbrandt en in Zuid-Frankrijk gaat wonen. Ze hebben een groot stuk grond gekocht met een romantisch, vervallen landhuis erop en de nodige bijgebouwen en dat gaan ze opknappen en een chambres ‘d hôtes beginnen. Intussen wonen ze zelf zolang in een oude caravan op het terrein. Het verhaal past precies in de Nederlandse tv-serie Ik Vertrek. Vol dromen en plannen, vol goede moed, maar alles gaat mis. En toch gaat het bij Eric en Simone heel goed met de renovatie, de kinderen passen zich snel aan op de Franse school, alles lijkt fantastisch. Simone is de enige die weet dat dat niet waar is. Zij heeft zich halsoverkop in een liefdesverhouding met een van de werklui gestort en wat ze daarmee ontketent is een lawine van ellende, die ze krampachtig voor haar man verborgen probeert te houden. Maar van meet af aan weet de lezer dat er toch iets verschrikkelijks is gebeurd, want Simone blijkt in een Franse gevangenis te zitten. Waaróm ze daar vastgehouden en verhoord wordt en hoe dat afloopt is de clou van het verhaal. Esther Verhoef heeft een bijzonder vlotte schrijftrant. Dat literair zag ik niet zo zitten, maar een kniesoor die daarover valt. Je ziet het allemaal gebeuren en daar gaat het bij ontspanningsboeken toch maar om.

Er lijkt geen einde te komen aan de jonge Nederlandse vrouwen die thrillers schrijven. Simone van der Vlugt is er ook zoeen. Haar boek Het laatste offer (VANDERVLU) lijkt sterk geïnspireerd te zijn door Dan Browns Da Vinci Code, met hier en daar een zweem Jodi Picoult. Niet dat dat een nadeel is, het is een boek met veel vaart en er gebeurt op elke bladzij wel iets. Birgit ontmoet Jef in een bar en al de volgende dag zijn ze samen, achtervolgd door een gewapende schurk, verwikkeld in een wild avontuur, dat hen eerst naar Egypte en daarna naar Noord-Frankrijk brengt. De bijbelse Ark des Verbonds speelt een grote rol en al lezend kom je nog heel wat geschiedenis te weten. Aan de beschrijvingen van locaties en omgeving kun je wel merken dat Simone haar huiswerk vantevoren goed gedaan heeft.

 

Dat Pieter Aspe politiethrillers kan schrijven wisten we al, maar met Ontmaskerd (Aspe) heeft hij dat opnieuw bewezen. Een moord op een jong meisje, de ontvoering van twee prominente mannen, de politie van Brugge is er weer druk mee. Commissaris van In probeert minder te drinken, Hannelore – zijn vrouw, de onderzoeksrechter – wil een nieuwe carrière en Versaevel tracht de vrede tussen die twee te bewaren. Een jongeman die een vreselijke ontdekking gedaan heeft loopt er tussendoor en veroorzaakt veel narigheid. Wat schrijven mannen toch heel anders dan vrouwen!

 

Ook in John Brosens’ boek Duijkers Dossiers (BROS) speelt de politie de hoofdrol. Ik vond die schrijver een goede ontdekking, want dat boek las zo lekker weg met van die korte hoofdstukjes. Geen overbodige beschrijvingen van wat iedereen aan heeft of hoe het landschap eruit ziet, gewoon actie: er zijn twee moorden op te lossen. Er loopt een aardige journaliste tussendoor, die graag wil helpen, maar daardoor zelf in de problemen komt. Het vleugje romantiek is net genoeg om er wat kleur aan te geven en dit alles vindt plaats in Zeeland.

Een term die nieuw voor mij was is ‘historische thriller’ en Staf Schoeters schreef er een die hij Rubensrood (SCHO) noemde. Zoals de titel al aangeeft speelt de schilder Pieter Paul Rubens er een grote rol in, hoewel hij al negen jaar dood is als het boek opent. Een rijk man die zich uit zaken heeft teruggetrokken vat het plan op om een biografie over Rubens te schrijven. Hij is een groot bewonderaar van diens schilderijen, maar weet verder niet veel van zijn Antwerpse stadgenoot af. Er moet dus een zekere mate van onderzoek gedaan worden, waarbij zijn koetsier, die vroeger voor Rubens gewerkt heeft, zich aanbiedt als hulp. Niets is zoals het lijkt en niemand neemt de waarheid erg serieus, waardoor er nogal wat onverwachte wendingen in het plot zijn.

Staf Schoeters heeft erg veel moeite gedaan om de historische feiten omtrent Rubens te achterhalen en dat is eigenlijk het interessantste aspect van het boek. De handeling zelf is nl. vaak zo verwarrend dat ze moeilijk te volgen is. Achterin is een sectie met zeer uitgebreide, geïllustreerde voetnoten, waardoor het historische verband duidelijk wordt. Dat Rubens behalve een groot schilder een erkend diplomaat was en daarom veel reisde en in hoge, zelfs koninklijke kringen verkeerde, had ik nooit geweten. Dat hij, in tegenstelling tot veel andere beroemde schilders, tijdens zijn leven heel rijk werd van zijn schilderkunst, vooral omdat hij nogal wat grote opdrachten kreeg van regerende vorsten en andere adel, was me ook niet bekend. Dus, al is het boek meer ‘historisch’ dan ‘thriller’, het was toch heel interessant om te lezen.

 

Een Engelse detectiveschrijfster die haar sporen wel verdiend heeft is Ellis Peters. Hoewel veel van haar boeken in de Middeleeuwen spelen, schreef zij in de 1960s ook een serie over Inspecteur Felse. Nu niet erg modern meer dus, geen snelle zaktelefoons en geen computers, ze moeten het meer hebben van psychologie. Inspecteur felse en de groene weduwe (PETE) is met gemak de stomst vertaalde titel die ik ooit ben tegengekomen. In het Engels heet het boek The grass widow’s tale. Niets groens aan en ook is de hoofdpersoon geen weduwe, maar de vrouw van Felse, die gewoon een weekendje alleen zit. De hele inspecteur komt nergens voor behalve even in het eerste en laatste hoofdstuk. Het is mevrouw die de zaak oplost en er zelf min of meer de hoofdpersoon van is. Ze stelt een jongeman gerust die denkt dat hij een moordenaar is, maar zich vergist en samen met hem weet ze een bende misdadigers op te rollen, waar haar man al weken achteraan zit. Het gaat allemaal min of meer per ongeluk, maar daar is de dreiging niet minder dodelijk om. Wel een thriller, maar een van de vriendelijke soort.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s