November 2010

Met z’n vieren dachten ze de oude dag te ontvluchten door in een camper Naar het zuiden! (BERK) te trekken, maar dat het zo weinig succes zou hebben hadden ze vantevoren niet voorzien. Verder dan België kwamen ze niet eens, toen viel de eerste al af. Het had zo’n goed plan geleken, maar eigenlijk was het toch de ouderdom die ze achterhaalde, hoewel er niets verkeerd was met de vriendschap die ze voor elkaar voelden. Marjan Berk heeft er een vrolijk boek van gemaakt, dat toch een ernstiger ondergrond blijkt te hebben. De problemen van het ouder worden, het verliezen van dierbare vrienden, bezorgdheid van kinderen, het komt allemaal aan bod, maar op zo’n luchthartige manier dat het toch plezierige lectuur is geworden.

Heel wat minder vrolijk voelde Betsy Udink zich toen ze haar boekje Klein leed (UDIN) schreef over haar chronische depressie. Weer een boek dat alles behalve een roman is, maar toch bij dat soort boeken staat. Ik pikte het er eigenlijk uit omdat Udinks boeken Achter Mekka en vooral Allah en Eva zo’n indruk op mij maakten. Een diplomatenvrouw, die meteen ook zo’n succesvolle onderzoeksjournaliste en schrijfster is, je zou zeggen wat heeft die nou om gedeprimeerd over te wezen? Maar daar heb je dus zelf geen controle over, zoiets overkomt je, in Udinks geval doordat ze helemaal niet meer kon slapen. In dit boekje beschrijft ze hoe het voelt als je zoiets hebt, wat er allemaal aan gedaan wordt en hoe dat niet helpt; de boeken die er over in omloop zijn, die ook niet helpen; een hopeloze zaak dus, waar de patient, maar ook zijn of haar omgeving mee moet proberen te leven.

Gelukkig is het kennelijk later toch wat beter geworden (al hangt de neiging tot depressiviteit daarna altijd als een zwaard boven je hoofd) en kon Betsy Udink weer normaal functioneren. Je merkt in de latere hoofdstukken dat ze weer ‘bij de mensen’ komt, gaat genieten van haar dochters, zich weer druk maakt over sommige dingen. Haar hoofdstukje over dat rare drie maal zoenen dat Nederlanders zich eigen hebben gemaakt was me uit het hart gegrepen. Het laatste hoofdstuk is een pleidooi tegen de moderne neiging om uit het leven te willen stappen als je er geen zin meer in hebt (terminale patienten worden hier niet bedoeld) en de al te gretige hulp die daar tegenwoordig in Nederland bij geboden wordt. Uit haar eigen mineurtoestand weet Betsy Udink nog heel goed dat ze er zelf vaak genoeg van had, maar ze realiseert zich nu vooral dat ze in die toestand toch niet toerekeningsvatbaar was en dat je moet oppassen zulke mensen serieus te nemen. Al met al een boekje dat je op velerlei gebied aan het denken zet.

Naar het zuiden trok in 1995 ook een grote KRO tv-ploeg, per bus van Cairo naar Kaapstad. Ze reden langs de oostkant, dwars door een groot aantal landen. Af en toe kwam er een nieuwe presentator uitgevlogen uit Nederland, die een traject moest verslaan voor de camera’s, want alles werd in afleveringen uitgezonden. Adriaan Groen, van wie we een paar boeken hebben bij onze bibliotheek, en die jarenlang arts was in Tanzania, reisde als groepsdokter mee. De initiatiefnemer was Bernd Michael Schötz, die zelf een aantal jaren in Johannesburg woonde en helemaal verslaafd was geraakt aan Afrika. Zijn doel was tweeledig: aan de Nederlanders een Ander Afrika (916 SCH) laten zien dan de indruk die ze uit krantenberichten gevormd hadden, en geld inzamelen voor de arme kinderen van het continent.

Avonturen hadden ze genoeg, veel mooie, maar ook een paar tragische. Ontberingen waren er ook, want dure hotels waren er niet bij, er werd meest gekampeerd, maar toch mochten ze ook een keer in een prinselijk paleis logeren! De tekst van Schötz wordt steeds afgewisseld met dagboekfragmenten van de verschillende deelnemers, zodat je een mooi overzicht krijgt van hun belevenissen en van de kleine dingen die hen individueel opvielen. Ontmoetingen met lokale bevolking, trajecten door prachtige natuur, korte vluchten met heel kleine vliegtuigjes, er gebeurt echt van alles en uiteindelijk komen ze via Durban veilig in Kaapstad aan. De vele foto’s geven een goed beeld van deze avontuurlijke tocht.

 

Simon Carmiggelt, een legende zelfs toen hij nog leefde. We hebben bij onze bibliotheek al die boeken met zijn columns op de planken staan en ze worden heel veel gelezen. Dat hij ook wel eens dichtte weten veel mensen niet, maar in De Gedichten (839.311 CAR) zijn ze allemaal gebundeld. Bijna elk ervan gaat over een – fictieve – persoon. Gevoelens, die je toch associeert met gedichten, komen er nauwelijks aan te pas. Een enkele gemoedstoestand, maar echt diep gaat het niet; zijn diepste innerlijk geeft Carmiggelt niet bloot. Maar dat deed hij in zijn columns eigenlijk ook niet, toch?

 

Wie Paulus Potter (759.9492 POT) hoort, denkt meteen aan De Stier. Dat grote schilderij dat in het Haagse Mauritshuis hangt is het werk dat hem beroemd heeft gemaakt. Toch was het maar een van de zeer vele dierenschilderijen die Potter gemaakt heeft. In 1994 was er in datzelfde Mauritshuis een tentoonstelling van zijn werk en ter gelegenheid daarvan werd een prachtig boek uitgegeven, waar al die dieren en landschappen in staan. Ook een enkel zelfportret, zodat je kunt zien wie dat allemaal gepresteerd heeft. Knappe jongen was die Paulus.

Een jongen ja, want hij stierf al op 28-jarige leeftijd. Al die schilderijen had hij toen dus al gemaakt! En op allemaal zou je de dieren zó gaan aaien, zo nartuurlijk ziet hun vacht er uit.

Dat Paulus Potter van zijn moeders kant van adel was had ik nooit geweten, aan zijn werk te zien had ik hem eerder op een boerderij gedacht. Zijn ouders deden niet anders dan verhuizen met hun elf kinderen, geen rustige jeugd dus. Geen wonder dat Potter zelf ook steeds verhuisde toen hij eenmaal zelfstandig was. Maar hij deed het goed, kreeg opdrachten van Amalia van Solms en zelfs van het Deense hof. Ook zonder tv en radio kon iemands roem zich toen dus al snel verspreiden. En terecht, Paulus Potter kon prachtig schilderen. Wat jammer dat hij niet meer tijd van leven heeft gehad.

 

Vier vrouwen hebben zich op de middelbare school ingelaten met het pesten van een medeleerlinge. Ze hebben gezworen er nooit over te praten en proberen het nog altijd te vergeten, maar twintig jaar later worden twee van hen vermoord, dus de andere twee lopen ernstig gevaar. Hoe dat allemaal in zijn werk gaat en hoe de knappe politieinspecteur het oplost kunt u lezen in Loes den Hollanders thriller Zwanenzang (DEN HOL), in vier delen ingedeeld, elke keer met een van de vrouwen als hoofdpersoon.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s