Maart 2011

De schrijver Geert Mak wordt door veel lezers geassocieerd met enorm dikke boeken. Ik ken zelfs een echtpaar dat zijn boek In Europa doormidden zaagde om het makkelijker te kunnen lezen. Maar het 2007 Boekenweek geschenk dat ook van Maks hand was is een klein lichtgewichtje, zoals dat soort boekjes hoort te wezen. Qua inhoud is De Brug (MAK) echter bepaald geen lichtgewicht, hoewel je het makkelijk in een dag kunt uitlezen als je er even voor gaat zitten.

Mak bracht weken op de Galatabrug in Istanbul door en had dagelijks via een tolk gesprekken met de mensen die daar hun living proberen te maken. Mensen die allemaal op de broodlijn of net eronder leven, maar te trots zijn om te bedelen en dus een handeltje zijn begonnen met bijna niets, of vis proberen te vangen over de reling, of met een enkele weegschaal hoopvol wachten op de toerist die zijn gewicht wil weten, dat soort dingen. Het optimisme is bewonderenswaardig, maar misschien is het een vorm van zelfbehoud, want als je gaat wanhopen is het met je gedaan.

En tussen al die menselijke verhalen door vertelt Geert Mak op zijn eigen onnavolgbare wijze de geschiedenis van niet alleen de brug, maar van de stad Istanbul en eigenlijk van heel Turkije. Zo’n klein boekje, maar wat een inhoud!

Nog een stukje geschiedenis, een boekje dat ik ingeklemd tussen de andere tegenkwam in de non-fiction afdeling. Een grafzerk in Lisse (968.03 VER) beschrijft de geschiedenis van Willem Adriaan van der Stel, de beruchte gouverneur van de Kaap. En tegelijkertijd geeft het een overzicht van wat er in de tweede helft van de zeventiende eeuw gebeurde aan de Kaap. Natuurlijk de nare affaire met Adam Tas en zijn medeklagers, die zo rechtvaardig ten nadele van Willem Adriaan eindigde. En de reden voor die klachten: het toe-eigenen van kostbare grond door W.A. en het gratis gebruik van arbeidskrachten. In dat verband komt de naam Vergelegen tot leven en de hele geschiedenis van deze wijnfarm krijgt hier perspectief. Ook wordt uit de doeken gedaan wat er verder met Willem Adriaan gebeurde, nadat hij in ongenade – maar niet berooid! – teruggeroepen werd naar Nederland. M. Verkaik heeft grondig onderzoek gedaan naar deze historie, nadat de grafzerk in de kerk in Lisse hem opgevallen was. Het viel me op hoe weinig lezers dit boekje hebben geleend, terwijl het juist hier in de Kaap toch zo interessant is.

Taal is zeg maar echt mijn ding (439.318 CORN), de titel zegt het eigenlijk al: Paulien Cornelisse geniet van taal als uitdrukkings- en communicatiegereedschap en de manier waarop mensen dat hanteren. Modewoorden en –uitdrukkingen fascineren haar, getuige de titel. Ze legt lekker op alle slakken zout, slakken in de zin van het hoogovenproces: rare fossielen die overblijven als je de essentie – het ‘zilver’ van het spreken – eruit distilleert. Overbodige woorden, rare tussenwerpsels, zinswendingen die nergens op slaan maar door Jan en alleman gebezigd worden, Paulien heeft er een scherp oor voor. Het grappige is, dat je als je haar boek leest inderdaad allerlei mensen die je kent hoort praten. Minder grappig is als je ergens jezelf ook herkent.

Want daar gaat het Paulien om, een kritisch licht werpen op de trendontwikkelingen van de Nederlandse taal, die allemaal maar zo kort duren en dan weer uit de mode raken omdat er iets anders verzonnen is. Als pop-songs, even door iedereen gezongen en geneuried en heel gauw vergeten, want ook in de taal zijn nieuwe modewoorden zelden evergreens. Even stom ook voor de kritische toehoorder, veel ervan klakkeloos overgenomen van tv en radio.

Een nieuw woord is nog tot daaraan toe, noodzakelijk soms, vooral bij nieuwe ontwikkelingen (hoewel, ‘sonjabakkeren’? Néé!).

Een extra ingelast overbodig woord dat nergens op slaat en in praktisch elke zin van de spreker terugkomt (dat eeuwige ‘ja’ of ‘en alles’, of ‘zeg maar’, of ‘gewoon’), dat voelt aan als een steentje in je schoen. Hoe vaker je het hoort hoe meer het gaat irriteren, en degene die het zegt merkt het niet eens.

Paulien kan daar zo lekker over doordraven en dan opeens eindigt ze met een heel nuchter zinnetje. Dit alles in korte stukjes, doorspekt met tekeningetjes van haarzelf. Een luchthartig, lichtvoetig boekje. Paulien schijnt ook cabaretvoorstellingen te geven, ik kan me voorstellen dat daar heel wat te lachen valt.

Margreet Herman voelde zich haar hele leven al verongelijkt, door haar ouders verwaarloosd, onverklaarbaar verdrietig. Ze werd er depressief van en besloot uiteindelijk haar ouders erop aan te spreken. In Verhaal halen (HERM) lezen we hoe Margreet anderhalf jaar lang elke week een dag naar haar ouders toe ging om eens precies te weten te komen hoe hun leven was verlopen en waarom allerlei dingen gegaan waren zoals ze gegaan waren en vooral waarom ze niet van haar hielden. Het is een interessant boek geworden, dat ondanks het feit dat er ‘roman’ op staat volledig autobiografisch is. De schrijfster bood bij de bekendstelling in 2006 aan haar ouders het eerste exemplaar aan, met dank voor hun medewerking aan wat een helend proces was geworden.

Want wat was gebleken? Iets dat we eigenlijk allemaal als we nadenken ook wel weten: nl. dat ouders ook maar in het diepe gegooid worden als ze die functie moeten gaan uitoefenen. In een land als Nederland bv. moet je voor letterlijk alles eerst examens doen – je kunt nog geen golf spelen zonder eerst een diploma te halen – maar kinderen krijgen mag iedereen zomaar doen, dan vraagt niemand naar bekwaamheid. En in de tijd dat Margreet (1955) als 3e kind geboren werd waren ouders jonger en onervarener dan tegenwoordig, dus bij het opvoeden modderden ze maar wat aan, trachtend zich al de overgeleverde regels te houden, waarbij ze hun instincten geweld aan moesten doen (een huilende baby niet oppakken tussen de voedingen!), terwijl ze intussen probeerden genoeg geld te verdienen voor een groeiend gezin.

Individuele aandacht ho maar, geen tijd voor. Alleen een kind dat ongelofelijk lastig was wist dat voorelkaar te krijgen. Ik vond het fascinerend om dit boek te lezen, omdat ik mezelf erop betrapte dat ik de helft van de tijd meeleefde vanuit het perspectief van de ouders die niet zo veel ouder zijn dan ikzelf – hun oorlogservaringen deden allerlei klokken bij mij luiden – maar soms in de huid van de kinderen kroop. Ook Margreet krijgt uiteindelijk begrip voor haar ouders, waaruit maar weer blijkt hoe waardevol communicatie is. Een ‘tout comprendre est tout pardonner’. Het is geen literair hoogstandje, zelfs hier en daar een stijl- en spelfout (weer een voorbeeld van hoe proeflezers wegbezuinigd zijn bij de uitgevers?), maar het is een eerlijk verteld verhaal, een speurtocht naar beter begrip en het laat zich op een ander niveau ook lezen als de geschiedenis van een gewone familie en een tijdbeeld van de jaren 1940-70. Ik vond het zeer de moeite waard.

Advertenties

Tags: , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s