Augustus 2011

Toen we laatst een doos nieuwe boeken aan het uitpakken waren, zag ik daar een boek dat ik er met twee handen uit tilde als een mijnwerker die opeens een diamant ziet schitteren. De naam van de schrijver, samen met dat specifieke formaat deed me meteen aan een ander boekje denken. Het bleek dan ook dat Spiegel (BRIN) het tweede deel is in een trilogie ‘over andere levens’ die André Brink bezig is te schrijven, waarvan De Blauwe Deur (Nieuwsbrief okt. 2009) het eerste was. Spiegel is er in zekere zin aan verwant, omdat er een paar dezelfde personen in voorkomen en het zich in dezelfde tijd afspeelt.

Steve is een succesvol architect in Kaapstad, gelukkig getrouwd met Carla en ze hebben twee dochtertjes. Ze wonen in Fresnaye, in een heel bijzonder huis van eigen ontwerp. Letterlijk alles gaat goed in hun leven, tot Steve op een ochtend na het baden in de spiegel kijkt en niet zichzelf, maar een zwarte man ziet. De gedaanteverwisseling zet zijn hele leven op zijn kop. Het blijkt dat sommige mensen hem zien en aanvaarden als Steve en die leveren ook helemaal geen commentaar op de verandering, maar anderen reageren heel verontrustend en duwen Steve daardoor met de neus op het feit dat niet alleen zijn uiterlijk nu anders is, er is ook aan zijn karakter een en ander veranderd. En toch is hij eigenlijk zichzelf en heeft hij al zijn eigen herinneringen nog.

André Brink neemt de kans waar om de lezer een en ander over het nieuwe Zuid-Afrika te vertellen zodat het naadloos in de vertelling past en net als in het vorige deel is er geen echt einde aan het verhaal, want dat zou niet kunnen. Dit tweede deel is een knappe situatie-beschrijving, een ‘stel je voor dat…’, een speculatie, verteld als een nachtmerrie, terwijl het eerste deel, De Blauwe Deur, een sprookje was.

 

Tobea Brink is ook een Zuid-Afrikaanse schrijfster, al woont ze tegenwoordig in Engeland. Tot 2007 schreef ze alleen leesboeken voor scholen, en De A van Anna (BRIN) is haar eerste roman, waarin het gaat om de gedachtenwereld van Anna, die met een blok aan haar been geboren is. Ze heeft nl. een tweelingbroertje met Down Syndroom. Aan de ene kant is Adam haar andere helft, maar aan de andere kant valt het niet mee om hem altijd op sleeptouw te hebben en hem soms op school voor de gek gehouden te zien worden. Anna zou vreselijk graag een eigen leven willen, maar ze wil Adam niet kwijt, ze zoekt op de farm soms de eenzaamheid, maar haar broertje wil altijd mee. De hele familie houdt heel erg veel van Adam, ook de moeder is mooi beschreven. Een heel gevoelig geschreven boekje, dat in vrij grote sprongen 34 jaar van hun gezamenlijke leven beschrijft. De schrijfster weet er zelf alles van, een van haar eigen kinderen heeft ook Downs.

 

Mensje van Keulen kreeg een werkbeurs om nog weer eens een boek te schrijven. Niet slecht als je al betaald word voor er resultaat is. Maar dat kwam er wel: het werd Een goed verhaal (KEUL) en dat is precies wat het is. Zes goede verhalen zelfs in een bundel. Ongewoon, off-beat zou je bijna zeggen en in geen van de verhalen gaat het om de gebeurtenis. Wat beschreven wordt is een situatie met wat vage voorgeschiedenis waardoor de reacties van de hoofdpersoon later begrijpelijk worden . Huis-, tuin- en keukensituaties, dingen die iedereen zouden kunnen overkomen en misschien ook juist niet. Geen teveel aan woorden, alles wat er staat telt mee. Mensje van Keulen schrijft al jaren en ze heeft in die jaren heel veel geleerd.

 

Het zou makkelijk zijn om Wanda Reisels boek Plattegrond van een jeugd(Reis) als een autobiografie af te doen en verder niets, maar het is iets gecompliceerder dan dat. Wanda schrijft ook al jaren en heeft een aantal boeken op haar naam staan, plus een hoeveelheid korte verhalen, waarvan sommige nog nooit gepubliceerd zijn. Toen ze het idee opvatte om haar jeugd te beschrijven, besloot ze om dat te doen aan de hand van het huis waarin ze haar jeugd heeft doorgebracht. Herinneringen zijn soms op te hangen aan de plek waar ze gebeurd zijn, alternatief opent het denken aan een plek bepaalde deurtjes in je geheugen en zo kun je er een lopend – of een doorelkaar gehusseld – verhaal van maken. En omdat er nog van die losse verhalen waren zijn die er tussendoor gestrooid. Je moet goed opletten dat je ze als lezer niet verwart met de echte herinneringen. Het resultaat is een boek zoals je het zelf geschreven zou willen hebben: goed leesbaar, openhartig, inventief en interessant.

 

Oorlogstranen (VANDEKAM), een boek om even stil te verwerken als je het uit hebt. Het is niet biografisch, maar het doet ongelofelijk doorleefd aan. Een jonge non krijgt na het sterven van haar moeder een groen emaille trommeltje, dat ze bij zich houdt, al is dat tegen de regels van het klooster. Er zit een papier in met letters die ze niet kent, ze kan het niet lezen. Jaren later komt ze achter een glimpje van de waarheid en begint haar zoektocht, naar haar werkelijke identiteit en – als dat nog kan – naar haar echte ouders. Als lezer ontdek je mee: hoe Joodse ouders in de oorlog hun kinderen afstonden om ze veilig te stellen; hoe Nederlanders hun leven waagden om deze kinderen te vervoeren en in huis te nemen, wat er gebeurde als de zaak verraden werd; hoe moeilijk het voor de pleegouders was om die kinderen na de oorlog weer af te staan als er nog familie in leven bleek te zijn; hoe moeilijk dat ook voor die kinderen was, die vaak te jong waren om zich de echte ouders te herinneren. De trauma’s van de kampherinneringen, de trauma’s voor die kinderen ook van het niet kennen van je identiteit, de terreur die ‘foute’ Nederlanders soms jaren na de oorlog nog uitoefenden op de Jodenhelpers: een wereld van dingen waar je allang niet meer bij stilstaat als je er nooit direct mee in aanraking bent geweest. Rabbijn Lody van de Kamp heeft het allemaal verwerkt in een sober geschreven roman, die aandoet als een echt levensverhaal en misschien daardoor zo’n voltreffer is. Dit boek liet op mij een diepe indruk achter.

 

Nederland, een overvol land. Maar toch vol met plekjes die niemand kent behalve de paar die er wonen. Martin Bril ging ze opzoeken, hij doorkruiste het land van Noord-Groningen tot diep in Zeeland en Noord-Brabant, ook sloeg hij de Wieringermeer niet over. Plaatsnamen die je nog nooit gehoord hebt, maar in elk gehucht – constateerde Bril – dezelfde ketenwinkels, rotondes en mensen met hetzelfde soort besognes aan hun hoofd. Colums zijn het, vaak over de natuur, maar ook af en toe gesprekken in cafétjes. Bril ontpopt zich in Het verdwenen kruispunt (BRIL) als een soort Carmiggelt-van-het-platteland.

Advertenties

Tags: , , , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s