September 2011

Een groot gezin, een gezellig huis, ouders waar de kinderen allemaal gek op zijn. Vader is paleoantropoloog en is de meeste tijd in Afrika, maar als hij thuiskomt is het feest. Een man die alles voor zijn gezin overheeft, echt tijd voor ze maakt. Als er een ziek is komt hij overvliegen. Een actieve moeder ook, ze zit in allerlei comités en besturen, ziet er nog prachtig jong uit, de kinderen zijn dol op haar. De acht kinderen, het is even concentreren voor je weet wie wie is. Twee van de jongens blijken eigenlijk neven te zijn , opgegroeid in dit gezin nadat hun ouders verongelukt zijn. En een van de meisjes is geadopteerd, die kent haar achtergrond niet. Maar Kaat, Jo, Gary en de tweeling Ed en Eedje zijn eigen kinderen.

Dat denken ze tenminste, dat hebben ze altijd gedacht. Tot vader het gezin verlaat en moeder opeens een andere man wil huwen en beweert dat die man hun echte vader is. Het hele trauma, de paniek, de resulterende protest acties (ze willen geen andere vader!) en het grote verdriet dat eruit voortkomt worden in De naam van de vader (BERK) gezien door de ogen van Gary, die een student van begin twintig is en die net zelf de liefde van zijn leven gevonden heeft. Aster Berkhof heeft in zijn prachtige Vlaams deze hele situatie zo levensecht neergezet, dat het een boeiend boek is geworden. Maar het meest bijzondere vond ik wel dat een man die zelf 91 jaar is zo geloofwaardig in de huid van een jongeman kan kruipen, met alle gevoelens die erbij horen. Hij moet nog wel heel jong van hart zijn.

Een kleine bijzonderheid is dat Catherine Cookson on 1967 een boek heeft geschreven – Nederlandse titel: De mantel der liefde – met een vergelijkbaar onderwerp. Misschien komen situaties als dit ongemerkt wel meer voor!

 

Ook Rita Verschuurs moeder liep weg, toen ze acht jaar was. Rita was enig kind, maar kreeg er later wel stief- en halfbroertjes en zusjes bij. Maar de relatie met haar moeder, die was voorgoed verpest. Ze probeerde er in latere jaren aan te verbeteren, zorgde zelfs nog goed voor moeder toen ze heel oud werd, maar echt moeder-en-dochter, nee dat werd het toch nooit. De klap kwam twee weken nadat moeder gestorven was en Rita bij de crematie zo liefdevol mogelijk gesproken had. Toen kwam ze er achter wat haar moeder echt van haar dacht en het deed haar zoveel verdriet, dat ze het met Het geheim van mijn moeder (301.427VER) van zich af probeerde te schrijven.

Schrijven zat Rita altijd al in het bloed, want ze had al een groot aantal kinderboeken (geïllustreerd door haar dochter) en een biografie van Astrid Lindgren op haar naam staan. Van Lindgren vertaalde zij ook boeken naar het Nederlands. Ze weet zich goed uit te drukken, zoals ze haar levensgeschiedenis vertelt zié je het allemaal gebeuren.

 

Carlie Stijnen schreef Een leven voor de koningin (STIJN) en zelfs nadat ik het uit had wist ik nog niet wat ze met die titel bedoelt. Maar dat hinderde niet echt, het was toch een heel onderhoudend boek. Anders dan andere ook en dat waardeer ik zeer in een roman. Hoofdpersoon de enorm dikke Bel, die haar stoel niet meer uit kan en de zaak probeert te regeren vanuit haar gekluisterde positie. Dries, haar man, die wel goed voor haar zorgt, maar zijn hart verloren heeft aan de bijen die hij kweekt. Thera, die met hun zoon trouwt, maar jarenlang toch door Bel als een buitenstaanster behandeld wordt. En dan Maria, die van de bedevaartsoorden, de verschijningen en de legenden, die zwaar genoeg heeft van wat er door de eeuwen heen aan haar toegeschreven is en plannen maakt om zich permanent te bevrijden van die benauwenis. En dat alles dan met veel humor beschreven.

 

Saskia Profijt herschrijft de geschiedenis een beetje. Ze heeft Elizabeth Tudor naar de moderne tijd verplaatst, maar haar van koningin van Engeland gedegradeerd tot minister-president van dat land. Elizabeth heeft een spindokter, Gwyn Goldsmith en samen regeren ze zo goed en zo kwaad als dat gaat, compleet met complicaties van de Irak oorlog en later die in Afghanistan. Ook Robert Devereux is meegekomen uit het verleden en Elizabeth wordt verliefd op deze veel jongere man, een relatie waar de pers maar al te graag bovenop zit, wat eindeloos veel narigheid veroorzaakt, vooral als ze hem ook nog ver boven zijn kunnen promoveert in het leger. In De Gunsteling (PROF) is te lezen hoe dat allemaal in z’n werk gaat, maar als u de oorspronkelijke geschiedkundige versie liever leest, kunt u zich altijd nog wenden tot de onvolprezen romans van Jean Plaidy.

 

Echte geschiedenis onderzochten Evert van Ginkel en Leo Verhart en dat culmineerde in hun boek Onder onze voeten (914.203 GIN), waarin ze beschrijven wat er in de Nederlandse bodem allemaal aan schatten en overblijfselen uit het verleden gevonden zijn. Neushoorns bij Maastricht en mammoets bij Leiderdorp, wilt u ’t geloven? De foto’s staan erbij. Ik vind al die (kleine) wetenswaardigheden die je uit zo’n boek opdoet zo leuk: dat de herseninhoud van de Neanderthaler groter was dan de onze; dat men meer dan 7000 jaar geleden al honden echt begroef; dat er bij de Papoea’s een schelpeninflatie ontstond (dit is een kleine zijsprong); dat men in de Midden-Bronstijd doden begroef in uitgeholde boomstammen, maar niet veel later overging tot cremeren en het bijzetten van de as in speciale urnen. Dat is dan nog maar de heel vroege tijd, waar geen geschiedschrijving van is. Toen kwamen de Romeinen en wat een sprong vooruit in de leefomstandigheden! Vloerverwarming en glazen ruiten nogal, en badgebouwtjes naast de huizen. Maar intussen waren de Bataven ook geen achtergebleven wilden, ze schreven brieven aan elkaar op houten plankjes, waarvan er veel bewaard zijn gebleven en dat waren niet alleen documenten, ook gewoon koetjes-en-kalfjes communicaties.

En dan opeens, na het verval van het Romeinse Rijk, de 5e eeuw zonder enige vastgelegde geschiedenis, waarna de documentatie langzaam weer op gang komt en men aan de hand daarvan goede conclusies kan trekken. Vooral de kerk speelde daarbij een grote rol en er is natuurlijk veel opgegraven in en om de kerken zelf, waar alles goed bewaard was gebleven. Daardoor weten we nu bv. over de man met het afgezette been, dat de stomp keurig was genezen, maar dat hij – jaren later – wel begraven was met het afgezette been naast zich. Historisch misschien van geen belang, maar wat een mooi menselijk detail! Het boek staat vol foto’s van vindplaatsen en opgravingen en de daarbij gevonden artefacten (ja heus, dat is een Nederlands woord). Bijzonder is de nog betrekkelijk nieuwe techniek om per computer vlees op de gevonden botten te brengen en zo het waarschijnlijke uiterlijk van een gevonden skelet te tonen. Het geeft de geschiedenis zoiets persoonlijks, iets aandoenlijks bijna, waardoor je je gaat realiseren dat het allemaal gewone mensen waren zoals wij zelf zijn, dat het onze eigen geschiedenis is die hier verteld wordt.

 

Advertenties

Tags: , , , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s