November 2011

Vaderlandse geschiedenis in momenten, dat is Verzameld verleden (949.2VER), een boekje onder redactie van Els Kloek. Beginnend bij Karel de Grote belichten de schrijvers allerlei gebeurtenissen en personen tot Pim Fortuyn toe. Er worden dingen uitgelegd – je hebt zoiets al vaak horen noemen, maar nooit precies geweten wat er gebeurd was – en soms dingen rechtgezet. Want hardnekkige misvattingen blijken er ook te zijn, waarvan ik dan echt denk dat ik ze op school geleerd heb. Dat Laurens Jansz. Coster de boekdrukkunst heeft uitgevonden bv. Zuiver chauvinistische propaganda, blijkt nu. De legende van Leeghwater, het zogenaamde heldendom van de Prins van Oranje bij Waterloo, de twee ‘echte’ boekenkisten van Hugo de Groot, we zijn al die tijd voor de gek gehouden.

Interessante dingen staan er ook in, zoals de kolonieruil, waardoor Nederland Suriname kreeg en de Engelsen Niew-Amsterdam (New York), hoe de AOW precies ingesteld is, en het ontstaan van de Gereformeerde Kerk. Allerlei verschillende schrijvers, elk met zijn of haar eigen specialiteit.

 

Bijna naast het vorige op de plank staat De ontdekking van de wereld (940.2 ONT), dat voor liefhebbers van scheepvaart een plezierige vondst zal zijn. Uitgegeven ter gelegenheid van een grote tentoonstelling in het Nederlands Scheepvaartmuseum in Amsterdam in 2004, bevat het niet alleen een aantal boeiende hoofdstukken over vrij onbekende aspecten van de Nederlandse ontdekkingsreizen, maar ook veel foto’s, kaarten, tekeningen en gravures. Je kunt er meer in lezen over hoe men zich op vroegere ontdekkingsreizen voorbereidde door het bestuderen van oude kaarten en het lezen van reisverslagen; hoe later zo getrouw mogelijk sommige van die oude zeilschepen nagebouwd werden; hoe een figuur uit een roman van Joseph Conrad werkelijk blijkt te hebben bestaan; en – wat mij het meest boeide – hoe een zekere Hendrick Brouwer (die overigens een aantal jaren een van de Heren XVII was) voor de ontdekking van de wereld en van de beste scheepsroute naar Java veel meer betekend heeft dan al die andere bekende mannen als Houtman, Tasman et al. Dankzij Brouwer kwam men er achter wat een groot werelddeel Australië was en ook dat de langgezochte ‘goud- en zilver eilanden’ helemaal niet bestonden. Ook VOC-geĩnteresseerden zullen dit boek waarschijnlijk graag eens inkijken.

 

Van verleden gepraat, bent u wel eens in Pompeji en Herculaneum geweest? Als de passagiersschepen op weg van en naar Indië vroeger Napels aandeden was dat het geijkte uitstapje: per bus naar de ruĩnes van Pompeji en op de terugweg bij een cameeënfabriek langs. De Vesuvius op de achtergrond was de stille herinnering aan wat zich in die omgeving in 79 n.Chr. afgespeeld had. Die arme mensen waren nog niet eens klaar met herbouwen na de schade van de kolossale aardbeving van 63 n.Chr, toen hun twee steden bedolven werden. Pompeji door as en vulkaanslakken, Herculaneum door een 12-15m dikke laag tufsteen. Geen wonder dat het eeuwen duurde voor men er achter kwam dat daar nog een oude stad onder zat! Het boek Pompeji – Herculaneum (937 POM) geeft een veelomvattend beeld van wat er bij die opgravingen allemaal aan het licht is gekomen. Hoe men een soort ‘afgietsels’ van de gestorven mensen en dieren vond; hoe practisch die steden waren aangelegd, met geplaveide straten (wel 8-14m breed), die elkaar rechthoekig kruisten; hoe men verdiepingen bouwde, soms zelfs wel twee, met water aan- en –afvoer en muurschilderingen die prachtig bewaard zijn gebleven (die in het bordeel mocht je als vrouw tijdens die trips niet zien, maar ze staan wel in het boek); dat ze echte winkelstraten hadden en badhuizen met aparte afdelingen – en ingangen – voor mannen en vrouwen, waar je hete, lauwe of koude baden kon nemen. Er was een wasserij voor je kleren, een proces dat nauwkeurig beschreven wordt, en een paar bakkerijen waar de broodvormen nog te vinden zijn. Misschien kun je wel nergens ter wereld zo’n compleet beeld van het leven in die tijd vinden en dit boek neemt je er moeiteloos mee naartoe.

In onze Afrikaanse afdeling vond ik Stil Mathilda (839.363DEW), een novelle van toneelschrijfster Reza de Wet. Een atmosferisch boekje over een jong meisje dat opgroeit in een piepklein plattelandsdorp. De verschillende figuren die daar wonen zijn minitieus getekend tot in hun vreemdste eigenaardigheden – en daar zijn er genoeg van. Het is een bijelkaargeraapt stelletje, waarbij Mathilda zich niet thuis voelt, haar begrafenisondernemer-vader, een ‘oom’ die te begerig naar haar kijkt, een weggelopen moeder en een overleden tante. Natuurlijk ook de nodige roddelaarsters, die tot bij nacht en ontij het dorp in de gaten houden. De Wet springt wat heen en weer in de tijd en zo wordt duidelijk wat precies de verhoudingen zijn en wat er in het verleden gebeurd is.

 

Staf Henderickx is al jaren huisarts, maar hij herinnert zich zijn jeugd nog heel goed. Hij groeide op in de Belgische Kempen in de zestiger jaren , een woelige tijd waarin er veel veranderde. Plattelandskinderen, die bijna allemaal in hun vaders voetsporen volgden – en dat waren in die streek heel veel diamantslijpers – of anders door de RK Kerk geronseld werden voor het ambt van pater. Een redelijk onbezorgde jeugd, kattekwaad met vrienden, niet al te veel presteren op school, belangstellend kijken en luisteren naar de nieuwe soort films en muziek, voor die jongens was het leven één groot avontuur. In Steentjes (HEND) vertelt Staf over die jaren, hoe het was om in die tijd kind en tiener te zijn en gaandeweg te ontdekken dat de wereld groter is dan de Kempen en dat er meer overtuigingen zijn dan die van de Kerk. En die steentjes, dat zijn de diamanten, die als een spoor door het verhaal lopen.

 

Nicoline van der Sijs is gefascineerd door woorden en hun oorsprong. Ze is dan ook een etymologe. In haar boek Hondsdraf (430.312 VAND) vertelt ze in het eerste gedeelte wat haar vak precies inhoudt, hoe alle Indo-Europese talen en andere ver buiten Europa met elkaar verwant zijn en hoe de verschillen in taal en uitspraak ontstaan zijn. Dat is vrij droge kost, als je daar niet echt belang in stelt kun je er makkelijk in verzanden. Maar in het tweede deel van het boek behandelt Nicoline verschillende woorden – alfabetisch gerangschikt – waarvan de oorsprong voor de hand liggend lijkt te zijn, maar dat juist helemaal niet is. Hier wordt dus een en ander rechtgezet – woorden als zondvloed, scheurbuik, vlugschrift en kattebelletje bv. – en dat vond ik heel interessant. Dat Koningin Beatrix de taal ook serieus neemt blijkt wel uit het feit dat het onlangs ‘Hare Majesteit heeft behaagd’ om mv. Van der Sijs te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Advertenties

Tags: , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s