November 2012

Een Nederlandse zakenvrouw krijgt een fantastische baan aangeboden, juist op het moment dat ze eens een hele poos vakantie wil gaan houden. Ze laat zich verleiden door het hoge salaris en de aantrekkingskracht van haar nieuwe baas. Het duurt niet lang voor ze daar enorm veel spijt van heeft: haar hele leven komt op wieltjes te staan en ze rijdt met een vaart naar de ondergang.

Intussen hoort ze over een oude geschiedenis, een prinses van Oranje die om allerlei redenen uit de geschiedenisboeken is geschrapt. Nu hebben wij bij onze bibliotheek wel verscheidene boeken over Prinses Marianne, dus dat is later wel weer rechtgetrokken, maar veel mensen hebben toch nooit van haar gehoord. Het19e-eeuwse verhaal van Marianne raakt verweven met dat van hoofdpersoon Diana en de verwikkelingen zijn niet van de lucht. Levensgevaar komt er bij en een aantal minder plezierige aspecten van de cosmetica-industrie worden uit de doeken gedaan. Sasha Otten heeft er wel een erg woest verhaal van gemaakt, maar toch is Vals (OTTE) een heel leesbaar en spannend boek geworden, goed voor tussendoor om de hersens te ontspannen.

Die prinses Marianne wordt ook nog terloops genoemd in J.G. Kikkerts boek Geheimen van de Oranjes III (923.149209KIK). Dit is kennelijk een derde deel, maar aangezien het allemaal zo goed als chronologisch is gaat juist dit boek ook veel over de moderne tijd. Kikkert heeft weer eens een van zijn speurtochten ondernomen en je staat verbaasd wat die man dan weet op te spitten uit oude archieven, interviews e.d. Verhalen die je in Vorsten of Royals niet tegen zult komen en niet altijd fijn voor het Koninklijk Huis om gepubliceerd te zien. Je doet er al lezend toch wel een aantal wetenswaardigheden uit op, zoals dat Harderwijk oorspronkelijk (sinds 1647) een universiteitsstad was, waar ook munten werden geslagen en dat later in het leegstaande Muntgebouw het oudste vreemdelingenlegioen van Europa werd opgericht, ver voor de Fransen ooit over zoiets dachten. Dat Domela Nieuwenhuis wegens majesteitsschennis in de gevangenis zat; dat Wilhelmina zo’n aversie tegen Joden had, dat Beatrix als klein kind vloekte in het Engels en Juliana stofzuigen een ‘énige bezigheid’ vond; dat Prinses Armgard de eerste foto van Beatrix stiekem aan een Brits dagblad verkocht voor F 50.000; en dat Prins Bernhard een levenslange ‘metgezel/raadgeefster’ had, die Kokkie genoemd werd en een eigen appartement in Paleis Soestdijk had. En het begint al met de onwettige zoon van Willem de Zwijger. Zo hoor je nog eens wat.

Ook Canon met de kleine c (398.2 CAN) vertelt verhalen over Nederland, vijftig stuks die chronologisch gepresenteerd een beeld geven van ‘de Nederlander’ door de eeuwen heen. Het zijn volksverhalen, anecdotes, broodjes aap (ter plekke ontzenuwd) en zelfs liedjes, waarbij ik het heel leuk vond het oude bekende ‘De kleine man’ tegen te komen. Je begint met te hooi en te gras eens een hoofdstukje te lezen en uiteindelijk wil je er toch niet een overslaan.

 

Duikt er opeens in een doos met donatieboeken Voor meneer, van ons allemaal (BRAI) op bij onze bibliotheek, een boekje dat ik zelf in 1970 aanschafte in het Engels, maar dat al in 1959 voor het eerst verscheen. Het autobiografische verhaal van E.R. Braithwaite, een ex- RAF, ex-vele andere banen, die leraar wordt aan een middelbare achterbuurtschool in Londen. Het soort leerlingen dat hij daar krijgt zijn pubers-met-een-houding, die discipline niet waarderen en die nieuwe zwarte man voor de klas wel eens even weg zullen pesten. Dit boek is het ware verhaal over hoe hij ze voor zich weet te winnen en levenswaarden weet bij te brengen. Een prachtboekje, dat ik uit mijn eigen bibliotheek nooit kwijt wil.

 

Alexandra Fuller schreef over haar jeugd in Rhodesië, Malawi en Zambia en wat een achtbaan van een boek is dat geworden! Het heet We gaan niet naar de hel vannacht (FULL), een niet al te beste vertaling van de oorspronkelijke titel, maar dat is de enige aanmerking, want de vertaling van het boek zelf is niet minder vindingrijk en creatief dan de taal van Fuller. Het kan niet makkelijk geweest zijn om de speelse bochten waarin Fullers Engels zich wringt over te zetten in soortgelijk Nederlands.

Het boek beslaat een periode van 1968 tot de laat-tachtiger jaren, turbulente tijden in die regio. De ouders van Bobo (zoals de schrijfster toen nog genoemd werd) hebben het moeilijk. Het klimaat – en de overvloed aan ongedierte – werkt al net zo hard tegen als de burgeroorlogen; drie van hun vijf kinderen sterven, moeder raakt aan de drank en vader ploetert voort in een poging om de zaak bijelkaar te houden. Bobo doet nuchter verslag over die tijd, sommige dingen niet begrijpend vanuit haar kinderoogpunt en altijd zonder een oordeel te vellen. Ze schetst altijd optimistisch, vaak toch genietend van allerlei belevenissen, een leven van vechten-tegen-de-bierkaai, liefde voor het land en een altijd hecht gezinsverband. Dit alles met een inventief taalgebruik dat het boek een plezier maakt om te lezen.

 

Kader Abdolah schreef De Kraai ((ABDO), het Boekenweekgeschenk voor 2011 – altijd een klein dun boekje, een soort novelle. In zijn eigen typische stijl doet Abdolah uit de doeken waarom en hoe hij vluchtte uit Iran, hoe het juist Nederland werd waar hij heen kwam, al was dat helemaal zijn keuze niet, de tijd die hij in een vluchtelingenkamp doorbracht – gescheiden van vrouw en dochtertje – en hoe hij Nederlands leerde, voornamelijk omdat hij graag in die taal wilde schrijven. ‘In de taal van de koningin’, omdat hij Beatrix op tv de troonrede zag houden en er geen woord van begreep. In potlood schreef hij zijn verhalen, zodat het makkelijk uitgummen en verbeteren was. En dan intussen maar lezen: alles wat hij aan Nederlandse klassiekers maar te pakken kon krijgen, proza en gedichten. Hij illustreert zijn vorderingen en zijn leven in Nederland met passages uit bekende Nederlandse boeken, eigent ze zich als ’t ware toe, maar wel met bronvermelding. Intussen is het koffiemakelaarschap dat hij voor zich opeist fictie en uit de Max Havelaar gelicht, zodat het hele boekje een mengeling van roman en autobiografie is geworden. Inzichtgevend in de gedachtenwereld van een man die een van Nederlands bekendste schrijvers wist te worden.

 

Wie een makkelijk verhaaltje zoekt kan Anima Mundi (TAMA) beter in de kast laten staan. Susanna Tamaro, die ooit ook dat prachtige boekje De stem van je hart schreef, vertelt nu het verhaal van Walter, een verloren ziel, die na een ongelukkige jeugd en een zeer korte periode van literair succes helemaal ontspoort. Er gebeurt niet echt veel in dit boek, het is eigenlijk een continue gedachtenstroom van Walter, hoe hij zijn leven ervaart, wat hij ervan verwacht, hoe en waarom het mis gaat. Zijn jeugdvriendschap met Andreas, zijn latere relaties met een pretentieus kunstzinnig gezelschap, zijn verhouding met een rijke getrouwde vrouw, niets is blijvend en Walter weet niet waarom. Uiteindelijk komt hij in aanraking met een oude non en de gesprekken met haar brengen hem het inzicht waar hij zo lang naar zocht en de moed om verder te gaan met zijn leven. Een boek dat meer dan waard is om gelezen te worden en Rosita Steenbeek heeft de Italiaanse tekst fijn aangevoeld en prachtig vertaald.

Advertenties

Tags: , , , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s