Maart 2013

Een moeder van dertien volwassen kinderen, ze is al oud en ze krijgt een hersenbloeding. Een operatie redt haar leven, maar ze kan niets meer, ze is een permanente patiënte. In het verpleeghuis is Maria ongelukkig, dus de kinderen besluiten haar in haar eigen huis te verzorgen. Verpleegkrachten overdag en voor de avonden en nachten een strak beurtschema, waarin alle kinderen deelnemen, dochters én zoons. Het is toch maar voor een paar maanden – denken ze. Maar het duurt after all acht jaar! En Moe weigert al die tijd om te praten, al blijkt heel sporadisch dat ze het wel kán. Judith Koelemeijer is een van de kleindochters en heeft het hele proces van dichtbij meegemaakt. Het fascineerde haar: het eensgezinde oppassen, het zwijgen, wat dat alles deed met de clan. Judith ging al die ooms en tantes – en haar eigen vader – interviewen en schreef uiteindelijk Het zwijgen van Maria Zachea (KOEL), met in elk hoofdstuk een ander (volwassen) kind aan het woord. Zo krijg je als lezer een beeld van hoe het was om in dit grote katholieke gezin op te groeien in de jaren 40-50-60-70. Elk van de kinderen heeft een eigen visie op de ouders, de kerk, het al of niet verder leren, of werken in het familiebedrijf; herinneringen aan de komst van tv, aan rock ‘n roll, vertier buitenshuis, de onderlinge verhoudingen. Al met al is het een fascinerend tijdbeeld geworden, dat allerlei bellen doet rinkelen als je zelf ook in die tijd bent opgegroeid. Geen wonder dat dit boek uitgeroepen werd tot Boek van het Jaar toen het uitkwam.

 

De Engelse Rachel Joyce debuteerde met De onwaarschijnlijke reis van Harold Fry (JOYC). Het boek gaat over Harold, een oudere pensionaris, die een briefje krijgt van een vroegere collega, die hij jaren geleden uit het oog heeft verloren en die nu in het uiterste noorden van Engeland blijkt te wonen. Ze heeft kanker, schrijft ze, en dit briefje is een afscheid. Hoe schrijf je terug op zoiets? Met moeite produceert Harold een paar zinnetjes, maar als hij zijn antwoord wil gaan posten voelt dat toch niet goed. Hij besluit het zelf te gaan brengen. In plaats van terug te keren van de brievenbus blijft Harold gewoon doorlopen en die tocht, vanaf zijn woonplaats aan de zuidkust duurt uiteindelijk 87 dagen. Hij belt naar het hospice om Queenie te laten weten dat hij komt en dat ze moet blijven leven, hij belt zijn vrouw Maureen om de zaak uit te leggen en daarna is hij alleen met zichzelf en zijn gedachten. Het boek vertelt over de mensen die Harold ontmoet, over de trauma’s uit het verleden die hem bespringen, over Maureen, die er niets van begrijpt en ook langzamerhand aan het denken slaat, over de manier waarop de hele zaak door onverwachte publiciteit bijna helemaal verkeerd loopt en over wat er in het verleden nu eigenlijk zo erg verkeerd gelopen is. Het verhaal is zo meeslepend geschreven dat je als lezer de blaren aan Harolds voeten, het gewicht van zijn rugzak, de belangrijkheid van zijn missie voelt. Een ongewoon, bijzonder boek, een van de beste die ik in lange tijd gelezen heb.

 

Trouwens, De jukebox-koningin van Malta (RINA)mag er ook wezen. Van sommige boeken ben je gewoon blij dat ze op je pad zijn gekomen en dit is er een van. Niet nieuw, Nicholas Rinaldi heeft het al in 1999 geschreven, maar aangezien het over de 2e WO gaat kunnen die paar extra jaren er ook nog wel bij. De 22-jarige Amerikaan Rocco Raven landt op Malta in de lente van 1942. Hij weet alles van oude auto’s, maar mag alleen maar berichten versturen en ontvangen op een oude radio, in code nog wel, hij kan ze niet eens begrijpen. Het is chaos op Malta: wat niet al tot puin gebombardeerd is zal dat lot waarschijnlijk binnen een week ondergaan, want de Duitsers én de Italianen hebben het op het strategisch gelegen eiland voorzien. Het is alles schuilkelders en puin ruimen wat de klok slaat, er is haast geen eten, geen drank, geen sigaretten. Een mengelmoes van lokale bevolking en militairen probeert in deze toestand moedig te overleven. Een van de eerste dagen ontmoet Rocco Melita, een Maltees meisje van zijn leeftijd, dat alleen op de wereld is, op een neef na, die jukeboxes maakt van elk soort materiaal dat hem in handen valt. Muziek moet er zijn om de moraal erin te houden! Binnen een paar dagen wonen Rocco en Melita samen in een bouwval zonder dak: huisje spelen, zelfs een kat ontbreekt niet. En zo bloeit er iets moois op tussen het puin, hun liefde is als een prachtige pioenroos die tussen de brokstukken wortel heeft geschoten.

Rinaldi voert een groot aantal kleurrijke personages ten tonele en hoewel hun persoonlijke belevenissen ongetwijfeld verzonnen zijn, blijft het allemaal wel strikt binnen het kader van de geschiedenis en wordt het nooit ongeloofwaardig. Waarschijnlijk ook omdat Rinaldi van zijn hoofdpersonen zulke levensechte mensen gemaakt heeft.

 

Voor wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van Italië is er de lijvige roman Het geheime boek van Grazia dei Rossi (Park). Het speelt eind 15e, begin 16e eeuw, de tijd van de Borgia’s en Karel V. Grazia is een Joodse vrouw, haar man Juda is naar Constantinopel vertrokken, maar zij wilde niet mee en bleef met haar zoon Danilo in Rome. Ze besluit voor haar zoon haar levensgeschiedenis op te schrijven, zodat hij later zal weten waar hij vandaan komt. Er moeten een paar geheimen in verwerkt worden, ze ziet geen kans hem dat allemaal persoonlijk te vertellen. Dus begint ze bij het begin, de Jodenvervolging in Mantua in 1487 en de vlucht van haar familie. Het boek is vol kleine dingen uit het dagelijks leven in die tijd, een echte kroniek, die je pakt vanaf de eerste bladzij. Schrijfster Jacqueline Park ontdekte een paar oude brieven in de bibliotheek van New York, deed geweldig veel onderzoek en wist een heel geloofwaardig, interessant verhaal te schrijven. De hoofdpersoon en haar familie zijn fictief – hoewel geïnspireerd door de persoon uit de brieven – maar de historische personen, de intriges en oorlogen zijn allemaal echt gebeurd. Achterin staan een paar stambomen, die helpen om de weg te vinden in al die familierelaties.

 

Wie eenmaal een tentoonstelling van Frederike Stokhuyzens schilderijen heeft gezien, herkent haar werk daarna overal. Naar mijn mening is ze de beste Zuid-Afrikaanse schilderes ooit. Er kwam een prachtig en heel interessant boek uit over Frederikes werk en haar leven: Born to be an artist (709.68 STO) en omdat zij eigenlijk een Nederlandse is en nog altijd sterke banden heeft met haar afkomst, kreeg onze bibliotheek een gesigneerd exemplaar. Of het nu mensen, dieren of landschappen zijn, ze zijn allemaal even mooi geschilderd in die karakteristieke stijl die je gaandeweg ziet ontwikkelen. Prachtig!

 

Advertenties

Tags: , , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s