Julie 2013

Hebben we zo’n interessant boek in de kast staan, neemt niemand het ooit mee. Hoe kan dat nou? Het is groot, dik en opvallend genoeg met z’n gouden letters op de rug. DEDIKKEVANDAM (641.503 VAND) –  ja, zo aanelkaar geschreven – is een soort kookencyclopedie: je kunt er van A tot Z ongeveer alles in opzoeken dat met eten te maken heeft. Er staan recepten in ook, maar daar gaat het niet voornamelijk om. Eigenlijk is Johannes van Dam een restaurantcriticus en niet alleen het boek is dik, hij zelf ook. Geen wonder als eten je vak is.

Maar het zijn al die ‘weetjes’ die het boek zo interessant maken. Zoals:  dat boterkoek wel echt Nederlands maar niet chic is; dat gebraden ratten lekker blijken te zijn;  hoe je op je terras courgettes kunt kweken; dat koffie na aardolie het belangrijkste handelsproduct ter wereld is;  hoe het onterechte sprookje van de R in de maand de wereld in kwam; dat paling rood bloed heeft en de vellen te gebruiken zijn als zonnebrandolie; tips voor goed pasta koken; welke kruiden er in speculaas moeten; dat je debiel kunt worden van te weinig zout; de originele, maar griezelige manier van de Papua’s om bevolkings-aanwas tegen te gaan, en het hilarische papajaverhaal over de schrijver Paul Bowles. Nederlanders blijken wereld-kampioen nootmuskaat-verbruikers; witlof mag je nooit in een aluminium pan koken; een heel domme opmerking van tekenaar Rien Poortvliet en helaas wordt mijn favoriete appel afgekraakt. Dat alles en nog veel meer, op een humoristische manier gebracht, loopt u mis als u dit boek niet zou lezen.

En als we dan toch over eten bezig zijn… Zesentwintig koks hebben meegewerkt aan Onze smaak (641.59 FRE), een boek over ‘typisch Nederlandse’ etenswaren. Behalve dat je er achter komt dat capucijners helemaal niet Nederlands zijn – maar Tielse Flipje natuurlijk wel. En kroketten, drop, gehaktballen, hagelslag en jenever; ook appelstroop, boeren-jongens, bitterkoekjes en bloedworst. Ze hebben allemaal een eigen hoofdstukje van een bladzij met ernaast een foto. Oliebollen moet je bakken in oud vet, wist u dat? Het ‘enige echte Haagse hopje’ wordt in Sneek gemaakt en met de hoeveelheid rookworsten die de Nederlanders jaarlijks consumeren kun je de afstand Amsterdam-Moskou heen en terug beleggen. Geen recepten in dit boek, zomaar een bundel wetens-waardigheden.

Stille finale (VAES) hield me ‘s nachts wakker omdat het lezen van dit boek zo’n intense belevenis was. Iets dat het schrijven ervan voor de auteur ongetwijfeld ook moet zijn geweest. Dat een niet-Joodse schrijver zo’n authentiek boek kon schrijven over een Joodse familie, hun oorlogsachtergrond en de effecten daarvan tot in de 3e en 4e generatie is bijna niet te begrijpen. Henk Vaessen moet wel een heel speciaal inlevingsvermogen hebben, want het komt van het begin tot het eind geloofwaardig over.

Je leest eerst over Jacob van Zuiden, die Auschwitz overleefde, maar zijn ouders en bijna zijn hele familie daar kwijtraakte, dan over jongste zoon Benjamin en later over diens zoon Robert. De angst van de kampherinneringen moet met de genen doorgegeven zijn aan de volgende geslachten en speelt ze regelmatig parten in hun dagelijks leven. Als Benjamin met een niet-Joodse vrouw trouwt beginnen ook de geschilpunten tussen de Christelijke kerk en het Jodendom de kop op te steken, een belangrijk deel van het boek. Wat een tour de force van Vaessen om de verschillende standpunten zo zuiver naar voren te brengen.

Het boek staat vol verwijzingen naar herkenbare plekken in Elburg en Putten, waar de meeste actie plaatsvindt en de schrijver haalt er hier en daar ook bestaande personen bij, die gewoon in zijn verhaal meespelen. Zo ontmoet Ben bijvoorbeeld Marijke Spoor, die werkelijk een boek heeft geschreven over de moord door de Nazi’s op de 600 Puttense mannen, een gebeurtenis die in Stille Finale herhaaldelijk vergeleken wordt met de Holocaust. Er sluipt een mystiek element in het verhaal, als gevolg waarvan Robert uiteindelijk Auschwitz gaat bezoeken in een poging om met zijn angsten in het reine te komen.

We hebben dit boek al twee jaar op de plank staan en ik was pas de tweede persoon die het leende. Dat is jammer, want boeken die je aan het denken zetten zijn zo kostbaar en zo waard om gelezen te worden.

Nu kon ik er voor mezelf natuurlijk niet onderuit om Marijke Spoor ook te lezen, aangezien haar Het volmaakte kind (SPOO) bij ons op de plank bleek te staan. Een ‘autobiografische roman’ heet het te zijn, maar gezien de leeftijd van de schrijfster (kijk maar naar de foto achterop) en het nogal onverwachte einde kan het dat niet zijn en op internet is niets zinnigs over haar te vinden. De schrijfster heeft de verhalen en de beschrijving van het trauma dus waarschijnlijk van een zeer na staand iemand gehoord. Want het doet allemaal wel heel levensecht aan, de herinneringen aan een heel jonge kindertijd in Putten, het drama van al die mannen die weggehaald werden, de huizen die in brand werden gestoken, alles gezien door de ogen van een kind van nog geen vier jaar. Veel herkenbare details voor iemand die zelf de oorlog in Nederland meemaakte: de hongertochten, het rekje met wasgoed om de kachel, geen eten, geen electriciteit en de alom aanwezige Duitsers met hun razzia’s. Later in haar leven bezoekt Sofie psychiaters in verband met haar steeds terugkerende depressies en daar vertelt ze over haar jeugd en haar angsten. Ze heeft het gevoel dat ze niet mág klagen, omdat er met de Joden zoveel ergers is gebeurd dan wat ze zelf heeft meegemaakt. Als er een lieve minnaar op het toneel komt heb je het idee dat ze ermisschien tóch uit zal komen.

Uitverkoren Zondebokken (TOEB) is nou typisch zo’n titel die ik niet kan weerstaan. ‘Een familiegeschiedenis’ staat er op de kaft, maar als je dan een gezellig verhaal verwacht over een paar generaties heb je het mis. Schrijver Theo Toebosch is archeoloog en hier blijkt dat dat niet altijd betekent dat je met een schepje in het zand zit te graven om stenen monumenten bloot te leggen. Deze archeoloog spit vooral in archieven en hij heeft er een respectabel aantal voor doorgenomen als je naar de lijst achterin kijkt. En wat een plezier moet hij daar aan gehad hebben! Het is het verhaal van een Joodse familie (ja, driemaal is scheepsrecht in dit geval), waarvan de voorvader in de achtiende eeuw vanuit Duitsland naar Nederland emigreerde. Ik denk eigenlijk dat Toebosch eerst op gegevens over latere generaties af is gekomen en van daaruit terug is gaan werken. Van die latere spruiten zijn er een paar echt prominente figuren in de Nederlandse samenleving geworden – het wemelt van de onderscheidingen – zoals ingenieurs, professoren, bijna-ministers, hofleve-ranciers van juwelen, kunstverzamelaars en vrienden van veel bekende Nederlanders. Het is geen geromantiseerde, maar meer een ‘gefactualiseerde’ familiegeschiedenis geworden en daardoor niet zozeer een lekker-leesboek, maar wel een interessante kijk in de – vooral Joodse – geschiedenis van de twee vorige eeuwen.

Advertenties

Tags: , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s