November 2013

Er zijn van die boekjes die met de eerste bladzij voorzichtig een slipje van je hart oplichten en er stiekem in kruipen. Liewe Patat (839.366 SCH) is er zo een. Annie Schuman ging oma worden, ooit – hoopte ze – het was nog niet eens zover. Maar ze wilde het kind alvast zo graag verwelkomen, het vertellen over de familie waarin het geboren zou worden, zodat het zich meteen thuis zou voelen. Blijkbaar raadde haar vriendin, de schrijfster Rykie van Reenen, haar aan om brieven aan het kindje te schrijven en dat bleek een goed idee. Rykie kreeg een exemplaar, dat speciaal aan haar opgedragen is en via haar nalatenschap – waar de meeste van onze Afrikaanse boeken uit afkomstig zijn – is het weer bij onze bibliotheek terechtgekomen. Ik vond het daar in een donker hoekje en wat een vondst!

En denk nou niet dat het een stijve omabrief vol goeie raad en moraal is. Deze oma had zelf een uitbundig leven geleefd, waarvan jaren in de koperstreek van Zambia, en ze zit vol anekdotes en prachtige verhalen. Natuurlijk is er ook de nodige familieachtergrond, die ze terug kan vertellen tot de voorvaders die in de 19e en zelfs 17e eeuw naar Zuid-Afrika kwamen en ze legt uit waar bepaalde gezegdes uit de familie vandaan komen. Oma vertelt aan Patat over haar jeugd, over het jaar dat ze ‘verbannen’ werd naar Graaff-Reinet om bij twee van haar Engelssprekende tantes te wonen, waar ze niet naar school ging, maar wel bridge leerde spelen; over hoe ze Opa leerde kennen; over haar liefde voor geblazen glas, gedichten, ikebana en tuinieren. Dit is nou echt hoe een Oma aan een kleinkind zou móeten schrijven.

Ik snuffelde nog eens verder in de Afrikaanse afdeling en vond Stroomversnelling (839.363 STR), een bundel korte verhalen van hedendaagse Zuid-Afrikaanse schrijvers, die door Linda Rode en Jakes Gerwel bijelkaar is gemaakt. Er staan verhalen in van een paar heel bekende schrijvers, sommige van minder bekende en van de meeste van deze schrijvers had ik nog nooit gehoord. De een schrijft vanuit een bevoordeelde blanke achtergrond, de ander vanuit een jeugd in de townships, maar ze hebben allemaal echt iets te zeggen. Het is geen politieke protestbundel of iets van dien aard, gewoon allerlei heel verschillende verhalen en onderwerpen, soms vrolijk, soms wrang en soms laten ze je even stilstaan bij een aspect van onze samenleving waar je gewend bent min of meer langsheen te leven. Wat boffen wij als Nederlanders dat we het Afrikaans zo makkelijk kunnen lezen, die taal is toch eigenlijk als een soort ver familielid, dat heel aardig blijkt te zijn als je hem of haar beter leert kennen.

 

Ook in de Afrikaanse afdeling staat het leuke boekje van Riana Scheepers Katriena, néé! (839.363 SCH), over de huishulp Katriena en haar mevrouw. Ze vertellen elkaar de onwaarschijnlijkste verhalen aan de keukentafel, leuk om een paar verloren uurtjes mee door te brengen.

 

Een doodgewone boerenvrouw vertelt haar levensgeschiedenis aan haar dochter. Die wil het allemaal graag tot een boek verwerken, maar sterft voordat het klaar is. De broer neemt het project over en het boek kwam er. Geen hoogstaand literair werk, gewoon verhalen over moeders jeugd, haar trouwen en inwonen bij de schoonfamilie, haar kinderen en hoe het verder ging. Maar als een van die kinderen de Dalai Lama blijkt te zijn wordt het toch wel heel interessant! In De Dalai Lama, mijn zoon (922.943 DAL) vertelt Diki Tsering haar levensgeschiedenis. Het is géén biografie van de grote man, meer een autobiografie van de moeder, maar Zijne Heiligheid, zoals ook zijn ouders hem vanaf zijn tweede jaar moesten noemen, speelt er natuurlijk wel een grote rol in. Fascinerend om te lezen over al die Tibetaanse gewoonten en tradities en hoe de speurtocht naar een nieuwe Dalai Lama te werk gaat als de vorige gestorven is. Het leven, eerst op de boerderij, later in Llasa, waar zoonlief in een groot paleis gehuisvest wordt en de familie in een ander groot huis, opeens met heel veel bedienden. Hoe gevaarlijk het werd toen de Chinezen gingen overnemen en hoe ze uiteindelijk vluchtten voor hun leven, dan wordt het nog spannend ook. En het is allemaal echt gebeurd.

 

Aya Zikken ging op haar tachtigste toch weer eens terug naar Java, waar ze als kind woonde. Maar in Indische jaren (ZIKK) vertelt ze dit keer geen eigen herinneringen – hoewel ze de gebeurtenissen wel meegemaakt heeft – maar wordt het het verhaal van haar ouders. Hoe ze elkaar ontmoetten, waarom haar moeder persé naar Indië wou – hoewel het juist vader was die er echt zijn plek vond en moeder vaak heimwee had. De standplaatsen van vader als onderwijzer en later schoolhoofd, diens liefde voor tuinieren, en vooral het huis dat ze bouwden in de bergen bij Tjisaroea. Aya gaat die plek opzoeken en daar komen de beelden van vroeger weer bij haar op. Het is een atmosferisch verhaal geworden, waar de Indische sfeer en natuur heel herkenbaar op je afkomen en het verhaal van Odjong, dat in de tweede helft de hoofdmoot vormt, is prachtig verteld.

 

Marga Minco’s Nagelaten dagen (MINC) zou best autobiografisch kunnen zijn, al staat dat nergens. Het doet zo doorleefd aan en het is zo echt iets dat zou kúnnen gebeuren, dat je onwillekeurig de ik-figuur gaat zien als de schrijfster zelf. Deze persoon – een naamloze Joodse dame op leeftijd – krijgt een brief uit Jeruzalem van iemand die met stambomen werkt en een aangetrouwde relatie van haar ontdekt heeft in Californië. Er ontstaat een briefwisseling tussen de Jodin in Nederland en de verre Eva, en uiteindelijk komt er zelfs een reis naar Amerika van. Eva vraagt of haar nieuwe vriendin voor haar vertrek eens bij hun vroegere buren wil gaan vragen wat er gebeurd is met alle kostbaarheden die haar moeder in 1942 in bewaring heeft gegeven. In het boek wisselen de verhalen over die zoektocht en de ontmoeting in Santa Barbara elkaar af, doorspekt met herinneringen aan de tijd voor 1942. Marga Minco weet het allemaal heel diepgevoeld te vertellen.

 

Sabine Kuegler, haar zus en broertje gingen toen ze heel jong waren met hun ouders in de binnenlanden van Irian Jaya (het vroegere Nieuw Guinea) wonen, waar net een volkomen onbekende stam was ontdekt. Vader Klaus ging er de taal van deze mensen bestuderen, maar wat het gezin daar jaren lang deed was veel meer. Ze arriveerden in een cultuur van vloek, wraak en angst en wisten die om te vormen naar een van vertrouwen en vriendschap. In Dochter van de Jungle (305.89912 Kue)beschrijft Sabine achteraf hoe het leven daar was – ik vond dat eindeloos interessant, als het geen waar verhaal was, zou je het voor onmogelijk houden – en hoe ze in een cultuurschok terecht kwam toen ze op 17-jarige leeftijd naar school gestuurd werd in Zwitserland.

Advertenties

Tags: , , , , , , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s