December 2013

Adopteren is tegenwoordig niet zo bijzonder meer en veel geadopteerden gaan als ze volwassen zijn op zoek naar hun natuurlijke moeder, soms ook naar de vader. Als je bij die zoektocht tegen een blinde muur aan loopt, maar dan wél te horen krijgt dat je een identieke tweelingzuster hebt, staat de wereld helemaal op z’n kop. Het overkwam Elyse Schein, een Amerikaanse die al jaren in Parijs woonde: haar zus was Paula Bernstein in NewYork, dat mocht ze best weten. Vijfendertig waren ze toen ze dat nieuws te horen kregen, Paula hoorde het pas toen Elyse contact zocht. En hoe wás dat dan, om opeens iemand in je leven te hebben die precies dezelfde DNA heeft als jij? Dat komt alleen bij identieke tweelingen voor, elkaars evenbeeld, maar ook eindeloos veel dezelfde manieren en karaktertrekken, smaak en voorkeuren. Zoals meteen al bleek toen ze hun levens met elkaar gingen vergelijken. Maar hoe kon het gebeurd zijn, dat ze bij de adoptie uitelkaar waren gehaald en dat ook hun adoptiefouders niet verteld was dat hun baby deel van een tweeling was?

Paula en Elyse, allebei zeer mondige en zelfstandige tantes, gaan dit verontwaardigd uitpluizen en merken al gauw dat er iets niet goed zit. Met kunst en vliegwerk, gebruikmakend van contacten en advocaten komen ze een heel eind, al blijven de finesses en conclusies van het tweelingenonderzoek, waar ze onwetend voor gescheiden zijn, en dat ook verband schijnt te houden met erfelijke factoren, duister. Het dossier ligt verzegeld in de archieven van de Yale universiteit en mag nog 60 jaar niet geopend worden. In het boek Ik was niet alleen (306.875 BER) vertellen Paula en Elyse samen het verhaal van hun hereniging, hun zoektocht naar de waarheid en de identiteit van hun moeder. Er komt een infaam hoofdstuk in de Amerikaanse adoptiegeschiedenis aan het licht, dat bedoeld was tot 2066 geheim te blijven, maar het is vooral ook het verhaal van twee zusjes die elkaar vinden en een band voor de rest van hun leven smeden. Als moeder van identieke tweelingdochters vond ik dit natuurlijk extra interessant, ook vanwege de vele aanhalingen uit onderzoeken naar het fenomeen.

 

Tegelijk met het bovenstaande boek viel me Het orchideeënspoor (WAN) in handen en laat dat nou ook over een identieke tweeling gaan! Maar wel op een heel andere manier en hier betreft het een gewone roman. Mara’s identieke tweelingzus Bedie is twintig jaar geleden spoorloos verdwenen in de Franse Dordogne en Mara is daar uiteindelijk gaan wonen en werken, altijd nog op zoek naar haar zus. Ze vindt in een rommelwinkel Bedie’s oude camera en er blijkt nog een rolletje foto’s in te zitten, beschadigd, maar herkenbaar, meest close-ups van orchideeën in bossen en velden. Samen met Julian, een Engelse tuinbouwkundige met speciale belangstelling voor deze bloemen, gaat Mara op zoek naar de precieze locaties van de foto’s en dat blijkt na twintig jaar niet makkelijk. Er gebeuren gevaarlijke dingen – het lijkt of er een seriemoordenaar aan het werk is! – en er ontstaan verdenkingen tegen uiteenlopende personen. Intussen beschrijft schrijfster Michelle Wan het landschap van de Dordogne met veel liefde en de verschillende karakters die meehelpen met de zoektocht met fantasie en humor. Af en toe is het verhaal wat erg woest, maar het blijft spannend tot het eind.

 

Even iets lichts tussen de bedrijven van een paar drukke dagen door. Daar waren de Memoires van een dame uit de goot van het amusement (792.028092 BER) heel geschikt voor. Marjan Berk sloeg aan het herinneren en wee je gebeente als je in haar verleden een rol hebt gespeeld, want dan ontkom je er niet aan: dan word je met naam en toenaam genoemd. Marjan stond al jong op de planken van het Nederlandse cabaret en deed mee in een grote verscheidenheid van shows, die wel eens flopten, maar soms ook heel lang liepen. Ze speelde lang bij Wim Kan en Corry Vonk, maar ook bij Wim Sonneveld en in tv-series. Alle bekende en minder bekende toneelpersoonlijkheden passeren de revue in haar memoires en de verhalen over hoe het achter de coulissen, in de kleedkamers en in de bus op weg naar de try-outs aan toeging zijn vaak hilarisch.

Uiteindelijk ging Marjan zelf schrijven, de meesten van onze lezers zullen wel een en ander van haar gelezen hebben, want we hebben een plank vol van haar boeken. Allemaal luchthartig en vrolijk. En tussen dit alles door, soms bijna óp de planken – in aan de dikke buik aangepaste costuums – baarde Marjan vijf kinderen.

 

Een acteur/regisseur. Hij is beroemd, iedereen in Duitsland en ver daarbuiten kent hem, hij werkte met sterren als Marlene Dietrich (ze maakten samen ‘Der blaue Engel’) en Peter Lorre, hij was de man die het lied Mack the Knife voor het eerst ten gehore bracht en beroemd maakte, het is het paradepaardje van zijn repertoire. Marlene en Peter en vele anderen vluchtten op tijd naar Amerika, maar hij, Kurt Gerron, moest zo nodig nog een laatste film maken, in Nederland, dat land was toch neutraal? Daar werden Joden toch niet vervolgd? Nu zit Kurt met zijn vrouw Olga in het kamp Theresiënstadt, waar de Joodse ‘Prominenten’ geïnterneerd zijn, waar een professor filosofie wc-wacht is, Jo Spier nog stiekem tekeningen maakt, waar niemand meer iets voorstelt en leeft in angst om op het volgende transport naar Auschwitz gezet te worden. Maar voor het buitenland en vooral het Rode Kruis moet het lijken alsof dit kamp een luxe woonoord is: iedereen welvarend, vrijwillig aan het werk en gelukkig. Er moet een film gemaakt worden die dat duidelijk laat zien en Kurt moet die schone-schijn film gaan maken. Of gaan hij en zijn vrouw liever op transport?

Een groot dilemma, de opdracht druist luid tegen Kurts geweten in, al zijn gevoelens komen in opstand, maar dan dat alternatief!

Het hele boek Terugkeer ongewenst (LEWI) is één grote, onafgebroken gedachtenstroom, waarin Kurt de voor en tegens afweegt, en zich herinnert: zijn jeugd, zijn ervaringen als 17-jarige in de loopgraven van Yper, zijn korte medische studie en de overstap naar het amusement. Alles doorelkaar, de ene gedachtenassociatie na de andere – zoals herinneringen zich maar aandienen, als de vlaggetjes aan een touwtje die destijds door de Egyptische goochelaar in Port Saïd eindeloos uit zijn mond werden getrokken. Je begint te trekken en het houdt nooit meer op. Hij maakt de film, natuurlijk maakt hij die, hij moet ook om zijn geliefde Olga denken, haar lot is met het zijne verbonden. En steeds er tussendoor het pathos, het wrange pathos van de herinneringen aan zijn glorietijd.

En dan moet je je voorstellen dat Charles Lewinsky, die dit boek schreef zelf die oorlog niet heeft meegemaakt, geen kamp ook. De manier waarop hij zich in het leven en de gedachten van Kurt Gerron heeft weten in te denken is fenomenaal en getuigt van diep psychologisch inzicht en het feit dat hij zelf regisseur is geweest helpt zeker ook. Er zijn hele bladzijden die je voor altijd zou willen onthouden, maar om aan te tekenen wélke zijn het er gewoon te veel. Een bijzonder indrukwekkend boek, een tour-de-force, ik kon het niet wegleggen tot ik het uit had.

Advertenties

Tags: , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s