Juni 2014

Een jongetje van vijf krijgt een puppy. Niets bijzonders, denk je dan, maar als dat joch autistisch is en de ouders al helemaal geen raad meer weten met zijn onmogelijke gedrag en absolute gebrek aan communicatie, en dat kleine hondje weet daar langzaam maar zeker een totale ommekeer in teweeg te brengen, dán is het een verhaal dat verteld moet worden. Dale’s moeder Nuala Gardner schreef een boek over haar zoon en zijn golden retriever hond: Mijn vriend Henry (GARD). Meer dan twaalf jaar was Henry een belangrijk gezinslid bij de Gardners, tot hij erg ziek werd en niet verder kon leven. In die twaalf jaar zorgde de invloed en de liefde van Henry ervoor dat Dale naar een normale school kon, een opleiding kon volgen en nu kan functioneren in de maatschappij. Behalve dat dit een moedgevend boek is voor ouders met probleemkinderen, toont het ook hoe belangrijk het is dat je als ouders voor zulke kinderen blijft vechten, vaak tegen domme regels en ongeïnteresseerde, over-één-kam-scherende sociale systemen in.

Zomaar in de wilde weg rondsnuffelen in de afdeling literatuur levert nog wel eens iets op. Deze keer Aan het eind van de dag (808.883 AAN), een verzameling dagboekfragmenten van min of meer bekende personen ‘om de nacht mee in te gaan’. Maar voor overdag zijn ze ook prima hoor, ik lag er met plezier ‘s morgens voor het opstaan in te lezen. Zoveel opgeschreven gedachten die bij mij een bel doen rinkelen. Hoe John Steinbeck en Charles Ritchie over zondagen denken bv. en Cornelis Verhoeven over de dood van zijn vader, hoe bewust gelukkig Virginia Woolf is, de bepeinzing van Peter Hawker bij het trouwen van zijn laatste kind. Zo verschillend als mensen reageren op seizoenen, de een stralend gelukkig met kleurende bladeren, Wim Kan altijd óngelukkig, ziet al dat moois niet eens, te druk met ‘tobben’ zoals hij het noemt. Je leert mensen ook kennen uit hun dagboek!

Wat me opvalt is dat mensen die een dagboek bijhouden bijna altijd ‘s avonds schrijven en zich schuldig voelen als ze eens een paar dagen overgeslagen hebben. ‘t Zit ‘m in de benaming, denk ik, had het dan ook geen dagboek genoemd. Noem het een ik-boek, wat je erin schrijft gaat toch meest over jezelf, dan ben je meteen van die schuldgevoelens af. Mij bevalt dat al jaren zo het beste.

Het Verhaal van mijn Vader (DAEL), een Vlaams boek van Henri van Daele over de jeugd van zijn vader. Geboren in 1918 als zoon van Grote Rie, de klompenmaker, is Wilfried-Arthur het vijfde kind, maar het eerste dat blijft leven. De gewone man heeft het niet makkelijk in die dagen. Prachtig beschrijft Henri hoe zijn vader als kleuter en lagere-scholier opgroeit, maar ook opa Grote Rie speelt een enorme rol in het verhaal. Een tijdbeeld met ontzaggelijk veel onopzettelijke humor en zo echt door de ogen van dat joch gezien, eerst volkomen niet-begrijpend, later met steeds meer inzicht in hoe de dingen werkelijk inelkaar zitten. De literaire aanleg van schrijver Henri was duidelijk al aanwezig bij zijn opa en op school kon vader Wilfried-Arthur ook goed overweg met de pen. Een talent dat een paar generaties incubatietijd nodig had om tot bloei te komen.

Een half Afrikaans, half Engels boek en toch in onze bibliotheek: Kaap van Slawe (326.0968 BAR) door Marthinus van Bart. In de Kaap uitgegeven en interessant voor ons die hier wonen. Een stuk geschiedenis, een apologie, een beschuldiging, een rechtzetting van de historische gegevens. Zelfs als je je er nooit erg in verdiept hebt weet je natuurlijk wel over slavernij, de mensonterende schande ervan, hoeveel eeuwen het doorging (in de jaren voor Christus al, daar kan Paulus van meepraten), de afschaffing, en de ellende die ook daar weer mee gepaard ging. De Engelsen komen er slecht vanaf in dit boek, ze hebben veel meer op hun geweten dan ze ooit toegegeven hebben. Elizabeth I gaf al officiëel toestemming voor slavenhandel (het bracht immers geld op!), maar het waren niet alleen zwarte en Maleise slaven. Oliver Cromwell was verantwoordelijk voor het verhandelen en deporteren van meer dan een half miljoen Ieren, en dan al die weeskinderen die de Engelsen deporteerden naar de Kaap en naar Australië, dat was ook allemaal slavenhandel. En intussen maar met de vinger wijzen naar de Nederlanders. Interessant vond ik ook hoe

slecht Thoman Baines was behandeld door David Livingstone en hoe de Engelse zendelingen de Boeren zwart maakten i.v.m. de slavernij. Elke zaak heeft twee of meer kanten, Bart vertelt het nu eens van een ándere kant.

Hoewel er meerdere boeken van Karen Armstrong op onze bibliotheekplanken staan, had ik nog nooit iets van haar gelezen. Het zijn dan ook geen makkelijke onderwerpen, misschien moet je er langzaam naartoe groeien. Ik begon nu toch maar eens in De Wenteltrap (248.2092 ARM). Karen trad op haar zeventiende jaar toe in een streng Jezuïtisch-gericht klooster en was zeven jaar lang een non. Ze probeerde heel hard de regels te volgen, dacht echt dat dit het beste leven voor haar was, maar dat bleek niet waar te zijn en toen ze zich dat eenmaal realiseerde vroeg ze dispensatie en vertrok, om te gaan studeren in Oxford. Dit zuiver autobiografische boek beschrijft de ongelofelijke worsteling van Karen om tot de normale wereld terug te keren, haar angstaanvallen, haar twijfels aan zichzelf en aan God. Ze heeft een aantal boeken over het geloof geschreven, een lange weg afgelegd om een filosofie te vinden waar ze zelf mee kan leven.

Als briljante studente heeft Karen een studiebeurs, verder spaart ze zoveel mogelijk, omdat ze denkt nooit een baan te zullen vinden. Zelfvertrouwen is er niet bij, dat is er in het klooster wel uitgepraat. Karen woont bij een professorengezin, waar ze in ruil voor kost en inwoning een paar maal per week op de autistische zoon van acht jaar moet passen. Prachtig zijn de beschrijvingen van haar omgang met deze jongen, hoe ze langzaam tot hem doordringt en wat van zijn angsten weet weg te nemen. Maar niemand neemt haar eigen angsten weg, die haar leven steeds meer gaan regeren. Karen komt tot de conclusie dat God niet bestaat, maar ze blijft nadenken, zich verdiepen in de grote religies, vergelijken en vooral wieden. Dit hele boek is één grote zoektocht naar het antwoord op de grootste vraag van de mensheid: niet waaróm bestaan we, maar hóe moeten we bestaan, hoe moeten we handelen om in harmonie te leven met het universum en vooral met elkaar. Hoe kunnen we de blinde gehoorzaamheid en de kritiekloosheid kwijtraken, ontkomen aan het barre land van de slaafse navolging van andermans opvattingen, onszelf ontplooien en zelfstandig blijven? Onderzoeken en overal vraagtekens bij zetten is Karens manier en een ommekeer van haar vroegere overtuiging is het verrassende gevolg. Dit is een prachtige ‘autobiografie van de geest’, een boek dat eigenlijk iedereen zou moeten lezen.

Advertenties

Tags: , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s