november 2014

Eigenlijk geloof ik niet dat ik ooit eerder iets van een Deense schrijver gelezen heb. Noors en Zweeds natuurlijk wel, zelfs Fins, en de schrijfstijl van de Deen Jussi Adler-Olsen lijkt daar wel wat op. Dit alles in vertaling uiteraard. Het gaat hier om De noodkreet in de fles (ADLE), een politieroman. Het is een lijvig boek van bijna 500 bladzijden, maar het leest best vlot, het viel me toch niet te lang. Op een politiebureau in Kopenhagen werkt Afdeling Q, die oude, doodgelopen zaken moeten oplossen. Ze krijgen de stukken van een fles toegestuurd, die in Schotland aangespoeld is met een bijna onleesbare boodschap erin. Dankzij de proloog weet je als lezer al dat hier iets heel ergs gebeurd is, maar het duurt even voor de politie ook tot die conclusie komt. Er lopen de hele tijd twee verhalen doorelkaar: dat van de seriemoordenaar, hoe hij te werk gaat en waarom hij die vreselijke dingen doet, en dat van de politieinspecteur en zijn twee medewerkers, hun speurwerk en hun privéleven. Dan komt er nog een derde draad bij: de reactie en resulterende actie van de ouders van een paar ontvoerde kinderen. Dit vlechtwerk vertelt het verhaal en de uiteindelijke ontknoping, waarbij je als lezer meteen wat meer leert over het platteland van Denemarken en de manier van leven daar – en wat een ongelofelijke hoeveelheid religieuze secten ze daar hebben.

Tommy Wieringa mocht dit jaar het Boekenweekgeschenk schrijven en het werd Een mooie jonge vrouw (WIER). Hoofdpersoon is Edward, hij is microbioloog en viroloog (grappig hoe 1 letter verschil er een zoveel vrolijker vak van zou maken), hij doet onderzoek en geeft colleges, en hij is 42 jaar. Als hij de mooie 28e jarige Ruth ontmoet vindt hij zichzelf opeens stokoud – wat een beetje dwaas aandoet als je als lezer zelf al in de zeventig bent. Edward is blij verbaasd als Ruth hem ook leuk vindt, ze gaan samenwonen, ze trouwen zelfs. Eind goed, al goed, zou je denken. Maar nee, als Ruth een kind wil en dat niet lukt – waarbij Edward de zwakke schakel blijkt te zijn – maar er uiteindelijk toch een zwangerschap geconstateerd wordt, ziet Edward opeens de aantrekkelijkheden van een meisje op zijn werk en begint een affaire met haar. Zo doen mannen dat altijd als hun vrouw in verwachting is, maakt hij zichzelf wijs, hij heeft tóch al zo’n moeite met dat ouder worden. De baby wordt geboren en blijkt al gauw veel te huilen. Na een paar maanden bedenkt Ruth dat kleine Morris waarschijnlijk allergisch is voor zijn vader en of pa maar op zolder wil gaan slapen? En zo raakt de hele zaak van de rails, terwijl Edward zich verbijsterd af loopt te vragen wát er in vredesnaam verkeerd is gegaan. De puinhoop die een man van zijn veelbelovende leven maakt is geen echt vrolijk onderwerp, maar Tommy Wieringa heeft het meesterlijk beschreven.

De Rode Zee kust van Egypte, aan de Sinaï kant, de woestijnbewoners zijn rondtrekkende bedoeïnen, die de helft van het jaar aan de kust doorbrengen en de andere helft in de bergen. Een jochie van vijf valt uit een boom en is daarna doof. Hij praat ook niet meer. Niet dat dat nou zo’n onoverkomelijk bezwaar is: in zijn stam wordt een op de zeven kinderen toch al doof geboren en ze communiceren daarom allemaal met gebarentaal, zelfs degenen die kunnen spreken. Maar als de jongen – Abid’allah is zijn naam – tegen de twintig is, leert hij een eenzame dolfijn kennen die in de baai is komen wonen. Er ontstaat tussen die twee een unieke vriendschap, ze zwemmen dagelijks samen en ze begrijpen elkaar. Al gauw merkt de hele gemeenschap dat er iets bijzonders aan de hand is en in een mum van tijd heeft dat nieuws zich verspreid via de weinige buitenstaanders die het gebied ooit bezoeken. En dan is het hek van de dam, van over de hele wereld stromen de mensen toe om die dolfijn óók te ontmoeten en met haar te zwemmen en de helende kracht van haar aanwezigheid te voelen. Pascale Noa Bercovitch, die als jonge vrouw zonder benen toch een carrière als documentairemaakster heeft weten op te bouwen, gaat ook naar Mezaïna om te kijken wat er waar is van al die verhalen. Ze schreef er het boek De jongen en de dolfijn (155.4512 BER) over, en wat een bijzonder verhaal is dat geworden. Vooral omdat je weet dat het allemaal echt zo gebeurd is en Pascale niet alleen even een bezoekje bracht, maar maanden bleef, als deel van de gemeenschap, zodat ze er uit eigen ervaring over kon schrijven. Een boek met veel ontroerende momenten en heel veel interessante informatie over dolfijnen.

Voor ik doodga (DOWN), een titel die veel lezers afschrikt. Toch nog altijd een taboe onderwerp. En in dit boek gaat het niet eens om een oudere, Tessa is een meisje van 16, dat weet dat ze haar volgende verjaardag niet zal halen. En er zijn nog zoveel dingen die ze had willen doen! Ze maakt een lijst, probeert het allemaal stuk voor stuk af te werken, meest typische tienerdingen, maar niet zo makkelijk uit te voeren in zo’n korte tijd en altijd komen de ziekenhuisbehandelingen er ook weer tussendoor. Gelukkig heeft Tessa vriendin Zoey om haar te helpen, die weet overal raad op, is al wat ervarener in sommige dingen. Tessa woont met broertje Cal bij haar vader, die vanwege haar ziekte zijn baan heeft opgegeven en voor haar probeert te zorgen. En dat is geen simpele taak met zo’n opstandige, ondernemende patiente. Moeder woont apart, maar wordt ook steeds meer betrokken bij Tessa’s ziekte. Dat is dan weer een pluspunt, misschien komen de ouders ooit weer bij elkaar. Het boek zit vol pluspunten, die Tessa overal weet te zien tussen de wanhoop door. En dan wordt ze ook nog verliefd op de buurjongen en dat is het beste van alles. Jenny Downham heeft het beschreven alsof het haar eigen leven betreft, zo ongelofelijk goed aangevoeld, echt van binnen uit. En als u nu denkt dat het toch allemaal triest is en dat u daar bepaald niet om zit te springen, dan hebt u het mis. Dit is zó mooi en gevoelig beschreven dat de tranen je over de wangen lopen en als Tessa sterft, dan weet je net als zij zelf: het is goed zo.

Vusi Khumalo (759.968 KHU) is niet echt een schilder. Hij maakt collages, die op het eerste gezicht wel op schilderijen lijken, maar gebruikt er allerlei materialen bij, zoals stukjes zink, lap, hout en zelfs steentjes. Zo maakt hij zijn collages die het townshipleven in Zuid-Afrika uitbeelden. Met verbluffend veel detail en ongelofelijk perspectief geeft elk van zijn werken je inderdaad een kijkje in zo’n woonbuurt of plakkerskamp. Ergens doet zijn stijl een beetje aan die van Grandma Moses denken, hetzelfde ‘naïeve’ type werk, maar dan zonder het kinderlijke effect. De moeite waard om de catalogus van een van zijn tentoonstellingen die we onder bovenstaand nummer hebben eens te bekijken.

Advertenties

Tags: , , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s