april 2015

   MatthausPassion

Dit jaar begint april meteen al met Pasen en de Passietijd die eraan voorafgaat. Daar hoort voor heel veel mensen de Matthäus-Passion bij. Voor wie niet in de gelegenheid is om er in een concertzaal naar te gaan luisteren, is het waarschijnlijk een uitvoering op cd. Het is een soort traditie en de meningen over de verschillende soorten uitvoerigen zijn nogal verdeeld. Je kunt er in die tijd van het jaar hele discussies over volgen op de Nederlandse tv.

Ik had eerlijk gezegd niet eens geweten dat er verschil in interpretatie en uitvoering kón zijn tot ik het boek De Matthäus-Passion, 100 jaar passietraditie van het Koninklijk Concertgebouworkest (783.026 MAT) las. Een jubileumuitgave uit 1999 dus, waar veel muziekexperts aan meegewerkt hebben. Mendelssohns herontdekking van Bachs magistrale opus in 1829, en de vele uitvoeringen van Mengelberg; hij was jaren lang dé dirigent van dit werk en hij had het ingekort! Daar waren puristen het niet mee eens, je mag niet aan Bachs muziek komen, maar er zullen wel allerlei practische redenen voor zijn geweest – genoemd wordt bv. het vertrek van de laatste tram en trein! (begin dan wat eerder, denk ik dan). En toen eindelijk, na de 2e WO kwam Eduard van Beinum en stelde de onverkorte versie weer in. Die werd dan wel overdag uitgevoerd met een lunchpauze. Alle opeenvolgende dirigenten worden besproken, maar ook de solisten, vaak beroemde namen, en zelfs een aantal bladzijden van Bachs handgeschreven partituur, de ‘autograaf’ staan in dit boek.

En dan is er een cd bij met opnamen van verschillende uitvoerigen en dirigenten over de jaren heen, waar o.a. Jo Vincent nog op zingt in 1939. Wat een prachtig boek voor de Matthäus-Passion liefhebbers.

 Mara

Het jaar is 1931 en het meisje Maria is in verwachting. Ze is zestien jaar en alleen zij weet wie de vader van haar kindje is. Ze wordt door haar moeder en stiefvader – de dominee – het huis uit gezet en naar de boerderij van een tante gestuurd, ver weg in Velp. Ze laat Vlissingen achter zich, maar de herinneringen zitten in haar hoofd, die blijven niet achter. Gelukkig is tante Be een lieverd, daar wordt Maria goed opgevangen en verzorgd, haar dochtertje Mara wordt daar geboren. Maar dat is niet het eind van alle problemen, in zekere zin beginnen die dan pas. En al die tijd achtervolgen de herinneringen Maria als een vreselijke nachtmerrie en ze kan er niemand over vertellen.

Het boek Mara (HEG) is de debuutroman van Lisette van de Heg en wat een prachtig doorvoeld en levensecht verhaal is dat geworden over de tijd toen ‘onechte’ kinderen een schande waren en hun moeders verguisd werden door al die rechtschapen mensen die zich daar boven voelden staan.

Oma weet het noch steeds beter

 Voor een boek dat in 1998 uitgegeven is, is Oma weet het nog steeds beter (615.882 KAL) nogal ouderwets, maar als oma van een rugbyspan-plus-een-reserve kon ik een boek met zo’n titel niet weerstaan. Tegenwoordig weten de kleinkinderen de meeste dingen beter dan oma, dus ik hoopte van Eveline Kalckhoven-Smit toch wat te leren. Blijkt dat het meest ‘gezond verstand’ tips zijn, zoals alles op z’n vaste plek, zodat het geen rommeltje wordt, geen verstelwerk laten liggen (hoewel, sókken stoppen?) en asbakken legen. Maar elke dag stofzuigen en afstoffen? Maak het een beetje! Het vlekken verwijderen leek me vaak erg omslachtig, want zuringzout en zwavel hebben we toch ook niet allemaal in huis. Toch wel leuk om te lezen, want het wordt allemaal zo schattig ernstig verteld en aangeraden, zo heeft zelfs mijn eigen moeder me destijds (dit jaar 60 jaar geleden!) het getrouwde leven niet ingestuurd.

 Vrouwen op ontdekkingsreis

Er was een tijd dat grote delen van de wereld nog niet of nauwelijks ontdekt waren en dappere mannen dat gingen doen. Dat vrouwen dezelfde aspiraties hadden konden ze eigenlijk niet maken en ze moesten wel heel vastberaden en eigenwijs – en redelijk goed bij kas – zijn om er toch aan te beginnen. Wolf Kielich heeft de meest beroemde ervan op een rijtje gezet in zijn boek Vrouwen op ontdekkingsreis (910.9092 KIE). Een aantal Engelsen, een Française, een Oostenrijkse en onze Nederlandse Alexine Tinne, de enige die tijdens een expeditie inderdaad vermoord werd, al liepen de meeste anderen dat risico ook. Ze moesten er wat voor over hebben: verstoken van de meest basische gemakken en hulpmiddelen sjouwden ze door oerwouden en modder, sliepen onder vriespunt in tentjes, kauwden soms van de honger op lapjes leer, kwamen constant vijandige figuren (kannibalen zelfs!) tegen en ze vonden het allemaal nog leuk ook. Sommigen leerden de taal van het bezochte land heel goed en konden zo communiceren met de ‘wilden’. Wolf Kielich heeft het allemaal heel smeuïg opgeschreven en dat hij dat in 1986 al deed maakt niets uit, want al die dames zijn in elk geval uit het Victoriaanse tijdperk. Het was grappig om te lezen dat Ida Pfeiffer het Tobameer niet wist te bereiken vanwege de mensenetende Bataks, terwijl wij daar 120 jaar later vrolijk rondzwommen en diezelfde – inmiddels gekerstende – Bataks zo’n sympathiek volk vonden.

 Zonder jas

In korte stukjes, elke keer vergezeld van een toepasselijk gedichtje, schreef Herman van Veen een deel van zijn jeugd op. Losse herinneringen, soms opeens opgekomen doordat men een gebouw wil gaan afbreken, of doordat het sneeuwt buiten. Het heet Zonder jas (791.092 VANV) en het staat al negen jaar op de plank. Waarom neemt niemand dat eens mee naar huis, jullie weten niet wat je mist!

 Het onzichtbare geluk

Omdat dit niet mijn maand van mákkelijke romannetjes en thrillers was, verdiepte ik mij in de veelgeprezen roman Het onzichtbare geluk van andere mensen (JOSE), het tweede boek van Manu Joseph. Een redelijk ingewikkeld boek, waar je goed bij na moet denken, maar ik houd van boeken van Indiase schrijvers, al heb ik geen ambities om het land zelf te bezoeken. Het verhaal speelt in Madras en gaat over Unni Chacko, die op zijn zeventiende zelfmoord gepleegd heeft door van het dak te springen. Niemand weet waarom en er was geen briefje voor zijn ouders. Unni’s vader Ousep kan het niet verwerken en drie jaar nadat het gebeurd is loopt hij nog vragen te stellen aan iedereen die Unni gekend heeft. Ousep drinkt en daardoor leeft zijn gezin – vrouw Mariamma en jongste zoon Thoma – constant in armoede. Mariamma heeft zelf nog een trauma uit haar jeugd, waar zelfs haar man niets vanaf weet. Thoma probeert manhaftig om de wereld te begrijpen, die zijn grote broer vroeger zo goed aan hem wist uit te leggen en waar hij nu zelf de weg in moet vinden.

Unni, zo jong als hij was, was een getalenteerd striptekenaar en pas nu komt in de post opeens het laatste stripverhaal dat hij ooit getekend heeft en op de dag van zijn dood verstuurd. Dan begint de bal te rollen, mensen die nooit wilden antwoorden als Ousep iets vroeg, beginnen nu hun verhaal te vertellen en langzaam maar zeker kom je er ook als lezer achter waarom Unni vond dat hij echt niet langer kon leven. Dit alles wordt door Manu Joseph met zoveel onderkoelde humor verteld, dat het nooit luguber wordt, maar je moet je wel goed concentreren bij Unni’s levenstheorieën.

Advertenties

Tags: , , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s