Mei 2015

Er zijn tegenwoordig steeds meer Zweedse misdaadromans en ook advocaat Lars Rambe waagde zich aan een debuut. Het werd Sporen op het ijs (RAMB) en het was een onmiddellijk succes, vertaald in vele talen, dus natuurlijk ook in het Nederlands. Wel een boek waar je je goed bij moet concentreren, het valt niet mee om de vele personages uitelkaar te houden, misschien alleen maar omdat de namen ons vreemd in de oren klinken? Maar voorin staat een lijst, het is handig om die af en toe te consulteren als je denkt ‘wie was dat ook weer?’

Er is een dubbele moord gepleegd in 1965 en die is nooit opgehelderd. Men heeft destijds voor het gemak maar aangenomen dat het ene slachtoffer het andere om zeep had geholpen en zich verder niet verdiept in wat er zo onlogisch leek. Daar waren een aantal mensen heel blij om, die konden dus vrolijk verder gaan met hun leven. Maar nu is het 2005 en een jonge verslaggever uit Stockholm verhuist naar Strängnäs – west van Stockholm, aan een meer, dat heb ik even opgezocht in die mooie atlas die we vorig jaar kochten – en schrijft een artikel over die 40 jaar oude moorden. De hel breekt los en opeens is er weer werk aan de winkel voor het politiekorps van dat rustige stadje. Rambe neemt de tijd om de situaties, de sfeer van de stad en de karakters goed te beschrijven. Hoewel er griezelige dingen gebeuren is het haast meer een roman dan een thriller.

Nou heb je thrillers én thrillers en onze eigen Deon Meyer is een klasse apart. Zijn nieuwste boek Cobra (MEYE) is het beste dat hij tot nog toe geschreven heeft, en dát zegt wat. Inspekteur Bennie Griessel en zijn VALK-team worden naar Franschhoek gestuurd, waar op een guestfarm drie mannen zijn vermoord. Geëxecuteerd lijkt het wel, en op elke kogelhuls is een slang gegraveerd. Er lijkt ook iemand ontvoerd te zijn, maar diens achtergebleven paspoort blijkt vals. De actie verschuift naar Kaapstad, er gebeuren veel dingen met een enorme vaart, Griessel kampt intussen met een paar persoonlijke problemen en tussen alles door loopt de meest sympathieke jonge zakkenroller die je ooit ontmoet hebt, door wiens acties de zaak behoorlijk escaleert. De personen van verschillende bevolkingsgroepen spreken en denken allemaal zoals je van ze zou verwachten, het is duidelijk dat Zuid-Afrika een smeltkroes is. Nou las ik dat boek in het oorspronkelijke Afrikaans – de enige taal die werkelijk recht doet aan Meyers manier van schrijven – en elke persoon spreekt daar dus in het soort taal (Engels, Afrikaans, Afrikaaps) dat je van hem zou verwachten. Nog nooit heb ik een boek gelezen waar ik bij elke alinea zo geconfronteerd werd met de problemen van een eventuele vertaler. Toch heeft iemand dat kennelijk aangedurfd. Als u de Nederlandse vertaling leest mist u heel veel, maar het verhaal en de vaart waarmee het verteld wordt maakt het niettemin heel erg de moeite waard.

EenJaarOpEenEiland

Op een gegeven moment kun je even genoeg hebben van moord en doodslag, maar er is genoeg anders. Bijvoorbeeld Een jaar op een onbewoond eiland (916.61 SNO). Bob Snoijink ken ik allang, want hij is de man die bv. de boeken van Robert Goddard zo onnavolgbaar goed vertaalt, zodat je ze in origineel Nederlands geschreven waant.

Van reizen en trekken houdt hij ook en in zijn eigenlijke vak als journalist kan hij daar goed mee uit de voeten. Kreeg hij in 1987 (het is inderdaad geen niéuw boek) een aanbod om op kosten van tijdschrift Panorama een jaar op een onbewoond eiland in de Pacific te gaan wonen en daar dan verslag van te doen. Niet de hele tijd contact en artikelen sturen, gewoon een boek achteraf. En Bobs vrouw Chris mocht natuurlijk mee. Dus, reizen naar Fiji, op zoek naar een geschikt eiland, dat werd Ata in het noordoosten van de archipel, toestemming en visa aanvragen en dan de bevoorrading. Er komt nog heel wat bij kijken als je je uit de beschaving terug wilt trekken. Veel hulp was er van de Fijianen, die een enorm vriendelijk en vrijgevig soort mensen blijken te zijn. Die komen later op het eiland nog vaak even langs, vooral als zich die winter een 100-jarig record droogte voordoet en de bron op het eiland opdroogt, zodat er emmertjes water aangevoerd moeten worden. Maar voor het grootste deel van de tijd zijn Bob en Chris op elkaar en hun eigen vindingrijkheid aangewezen. Zelf een bewoonbare hut bouwen, moestuin aanleggen, elke nacht het visnet in zee leeghalen; palmratten, mieren, muggen (wij waren zelf een aantal dagen op zo’n klein Fiji eiland en die bloeddorstige múggen herinneren we ons nu nog!), heremietkreeften en nog veel meer van hun lijf en van de voorraden af houden. En dan nog elke dag ruzie met elkaar. Paradijs? Vergeet het maar.

En toch wordt het dat langzamerhand wel, als Bob en Chris na de eerste drie maanden naar elkaar toe groeien, oplossingen vinden voor dagelijkse problemen, een hond, een kat en wat kippen laten komen en steeds meer merken hoe heilzaam het leven zonder westerse samenleving is. Ze worden nog een stuk gezonder ook en willen uiteindelijk helemaal niet meer weg. Het is interessant om te lezen hoe dat soort Utopialeven zich ontwikkelt – al heeft het aspecten waar je zelf niet naar verlangt – en mooi om te weten dat er een soort volk bestaat dat op een manier van de hand in de tand levend, bereid is altijd te helpen, met elkaar te delen en het leven te nemen zoals ‘t komt. Zoals Bobs grote vriend Apisai bij tegenslag zegt: ‘Maybe it’s for the better.’ Dat vind ik echt iets om te onthouden.

PassieVoorDeProvence

Yvone Lenard en haar man Wayne deden iets, dat wij zelf ook meer dan eens gedaan hebben: ze kochten impulsief en zonder nadenken een huis ver van waar ze eigenlijk woonden, dat ze bovendien helemaal niet nodig hadden. Het veranderde hun leven totaal – ten goede, dat wel. Het hunne stond in Frankrijk en Yvone schreef er haar later zo bekende boek Passie voor de Provence (914.49 LEN) over. Het was een bouwval eigenlijk en ze namen het risico om de verbouwing helemaal aan een ander over te laten nadat ze zelf op de avond van de aankoop weer voor een heel jaar naar Californië teruggingen. Iedereen verklaarde ze voor gek, maar toen ze het volgende jaar teruggingen om te zien wat ze nu eigenlijk gekocht hadden en waar al dat opknapgeld in was gaan zitten, was het een laaiend succes en konden ze meteen beginnen met er jaarlijks een maand of drie te wonen. Het hielp dat Yvone van geboorte Française is en dus de taal prima spreekt – er zelfs in Amerika les in geeft – ze werden al gauw geaccepteerd als volwaardige bewoners van het dorp en het contact met de kasteelbewoners op de helling boven ze werd ronduit hartelijk. Yvone schrijft bijzonder kleurrijk en leesbaar over hun avonturen en beëindigt elk hoofdstuk met een Provençaals watertandrecept.

Advertenties

Tags: , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s